Economisch pantser

De katjoesja's zorgen ervoor dat Israëlische toerismesector hard wordt getroffen.

Maar andere bedrijven denderen gewoon door.

„Verdomme”, sist de vrachtwagenchauffeur van supermarktconcern Supersol, de Albert Heijn van Israël, als katjoesja’s over het wegrestaurant bij Sasa suizen. „Wat krijgen we nou. Dit lijkt wel Russische roulette”, roept hij, wegduikend als ook nog een artilleriebatterij, verscholen in de boomgaarden naast het dorpje vlakbij de grens, in actie komt. Uitbater Nir en politievrijwilliger Benny Cohen schieten in de lach. Zo gaat het hier in noordelijk Galilea al weken.

Omkeren en terugrijden naar Tel Aviv is geen optie. Supersol heeft een kostbare advertentiecampagne gelanceerd rondom de hulpacties aan soldaten, armlastige gepensioneerden en uitgeweken streekbewoners. Filantropie is ook goede reclame.

En goede campagnes, waar grote bedrijven de afgelopen weken honderdduizenden euro’s aan hebben uitgegeven, stimuleren de omzet nog verder in de stevig doorgroeiende Israëlische economie. Zakendoen en charitas gaan in tijden van oorlog uitstekend samen. Zo hebben soldaten gratis belminuten ontvangen van de mobiele telefoonmaatschappijen.

Banken en telecombedrijven hebben hun werknemers in het noorden gewoon doorbetaald tijdens hun gedwongen vakanties, zo blijkt uit de advertenties, die bedoeld zijn om het imago van de bedrijven te versterken. Wie in een schuilkelder woont, kan de boodschappen door Supersol laten bezorgen. Telefoonmaatschappijen, zoals Bezeq, hebben gezorgd voor speciale internetaansluitingen in de bunkers. En telecombedrijven hebben de reiskosten van werknemers naar zuidelijke bestemmingen geregeld en zelfs de salarissen tijdelijk verhoogd als een bijdrage aan verblijfkosten in hotels.

De meeste ‘vluchtelingen’ zijn opgevangen in hotels of houden langere vakanties in Eilat of Tel Aviv. Voor kinderen in het noorden worden gesponsorde busreisjes naar Superland, een zomers vakantiekamp in de commerciële metropool, en sportevenementen georganiseerd. Hulporganisaties worden gesteund door bedrijven, die deze kosten fiscaal mogen aftrekken.

Van economische ontwrichting, zoals in grote delen van Libanon, is behalve in Galilea geen sprake in Israël. „De schade voor de economie is bescheiden”, aldus Stanley Fischer, president van de Bank van Israël. De voorspelde groei van de Israëlische economie in 2006 zal niet 5,5 procent, maar 0,7 tot 0,9 procentpunt minder uitbundig worden. De oorlog kost de economie ongeveer 156 miljoen euro per week, voornamelijk door derving van inkomsten in de toeristensector. De directe en indirecte kosten om bedrijven, werknemers en gemeenten te compenseren voor geleden schade blijven beperkt tot 426 miljoen euro. Betaling zal niet leiden tot stijging van het begrotingstekort, dat 2 procent van het bbp bedraagt.

Verreweg de meeste bedrijven in het gebied boven de denkbeeldige grens Haifa-Karmiel-Tiberias hebben na enkele dagen hun productie hervat. Werknemers van technologiebedrijven in Haifa, zoals Intel, Amdocs, Philips en Siemens werkten online vanuit huis gewoon door. Een staalconcern als Iscar, gevestigd op een campusachtig bedrijventerrein op 15 kilometer van de grens en onlangs overgenomen door de Amerikaanse superbelegger Warren Buffett voor 4 miljard dollar, was slechts drie dagen gesloten. Deze onderbreking zou geen invloed hebben gehad op de productie, onder andere van onderdelen van Rolls-Royce-vliegtuigmotoren.

De militaire operaties hebben voor zover waarneembaar ook geen gevolgen voor de directe buitenlandse investeringen – 6 miljard dollar in 2005 – in Israël. In een week die werd gedomineerd door oorlogsnieuws investeerde het Amerikaanse Sandisk, de grootste producent van geheugenkaarten ter wereld, 1,5 miljard dollar in M-Systems, een bedrijf in Kfar Saba, vlakbij de Westelijke Jordaanoever. Hewlett-Packard nam voor 4,5 miljard dollar het Israëlische Mercury Interactive over.

Slechts 20 procent van de bedrijven – en dat zijn vooral winkels, hotels en bed & breakfast-gelegenheden – is nog dicht. En in de heropende haven van Haifa is het stil. De meeste schepen zijn uitgeweken naar het zuidelijke Ashdod, waar de activiteiten met 50 procent zijn gestegen.

De toeristensector in het noorden heeft sterk te lijden: voor hoteliers, gidsen, taxichauffeurs, falafelverkopers en restauranteigenaren is het crisistijd. Ook de situatie voor enkele duizenden arme gepensioneerden, die geen geld en geen familie elders hebben, begint problematisch te worden. Ongeveer 1.500 werknemers in de horeca en de landbouw hebben hun baan tijdelijk verloren. Oogsten van pruimen, appels en lychees dreigen verloren te gaan.

De trek van honderdduizenden noordelingen naar de hotels aan de Middellandse Zee (Tel Aviv, Netanya) en de Golf van Aqaba (Eilat), compenseert het aantal geannuleerde buitenlandse reserveringen niet. Bovendien betalen Israëliërs in Eilat een fractie van de kamerprijs die een buitenlander in rekening wordt gebracht.

Menig hotelier vloekte stevig toen vorige week de voetbalorganisatie UEFA besloot thuiswedstrijden van vier Israëlische clubs in de kwalificatierondes voor de Champions League op „neutraal” terrein af te handelen. De Britse popgroep Depeche Mode annuleerde daarop een concert waarvoor 44.000 kaarten waren verkocht. Teleurgestelde muziekliefhebbers moeten uitwijken naar disco’s, cafés en strandtenten aan de kust van Zuid-Haifa tot ver voorbij Tel Aviv, waar Israëlische en minder angstig uitgevallen Europese bands voor „volle huizen’’ spelen.

Lees op de website van de Israëlische centrale bank een rapport over de economische gevolgen van de oorlog: www.bankisrael.gov.il