Domper bij EK atletiek

Strategie van de uitputting juist fataal voor Kiplagat op tien kilometer voor vrouwen.

Smith schrijft vierde plek toe aan ingreep van de jury.

Door Henk Stouwdam

Aan mooie bespiegelingen ontbrak het niet in de aanloop naar de Europese atletiekkampioenschappen. Peter Verlooy, de topsportcoördinator van de atletiekunie (KNAU), rekende vooraf op een zestal medailles. Voor zover er twijfel was, bestond die niet over kogelstoter Rutger Smith en langeafstandsloopster Lornah Kiplagat. Zij werden tot de zekere medaillewinnaars gerekend. Maar na dag één van de titelstrijd in Gotenburg is de realiteit dat Smith noch Kiplagat in de prijzen viel. De kogelstoter werd vierde en op de 10.000 meter liep Kiplagat 24 ronden op kop om in de laatste door nog vier atleten te worden gepasseerd. Een vijfde plaats en een goede tijd, daar moest zij het mee doen.

Van de twee Nederlanders was Kiplagat het snelst over de teleurstelling heen. Zij had gekozen voor de strategie van de uitputting door vanaf de start het tempo hoog te houden. Toen zij gaandeweg ontdekte dat de gewenste topvorm ontbrak, wist ze dat het moeilijk zou worden om alle concurrenten te lossen. En dat bleek, want tot de laatste ronden konden nog vier loopsters haar volgen, waarna het voor de Russinnen Inga Abitova, Lidija Grigorjeva, Galina Bogomolova en de Noorse Susanne Wigene relatief eenvoudig was om de loopster met een zwakke eindsprint te passeren. Schrale troost voor Kipagat was dat alle vier een persoonlijk record moesten lopen om haar te verslaan. Abitova bleek de sterkste, zij werd Europees kampioen.

Pieter Langerhorst, Kiplagats echtgenoot en trainer, vroeg zich na afloop hardop af of het nog wel zin heeft aan baanwedstrijden mee te doen. Bij wegwedstrijden en veldlopen heeft ze meer kans op succes, denkt hij. Maar zijn echtgenote wees die suggestie van de hand. „Ik ben een topatleet die ook graag op de baan wil lopen. Volgend jaar zijn er wereldkampioenschappen en het jaar daarop de Olympische Spelen, die wil ik niet laten schieten. Ik blijf het proberen. Ook op de weg en in het veld heb ik twaalf jaar op succes moeten wachten.”

Kiplagat wist dat ze niet topfit in Gotenburg aan de start verscheen, omdat ze begin juli twee weken niet had kunnen trainen vanwege een kuitblessure. Langerhorst: „Wat moeten we nog meer doen om te winnen? Bij de WK van 2003 in Parijs en bij de Spelen van 2004 in Athene hebben we geprobeerd er een tactische race van te maken en hier hadden we bewust gekozen voor een harde race. Ze loopt een goede tijd, maar wordt opnieuw verslagen. Volgens mij zijn er niet meer opties. Ja, nóg harder lopen. Maar ik betwijfel of dat reëel is.”

Waar Kiplagat de teleurstelling al snel had verwerkt, verliet Rutger Smith het Ullevi-stadion met gemengde gevoelens. Hij greep met een vierde plaats naast de medaille, die hem ook nog eens in de laatste worp door de Duitser Ralf Bartels was afgenomen. Die wierp na een miserabele serie de kogel op de valreep 21.13 meter ver, nota bene genoeg om met een verschil van twee centimeter de titel voor de neus van de Wit-Rus Andrej Miknevitsj weg te kapen. En Smith werd daarmee van het podium verdreven. „Met een de bronzen medaille zou ik tevreden zijn geweest, omdat het niet helemaal naar wens liep.” Smith schreef zijn tegenvallende prestatie uiteindelijk toe aan een ingreep van de jury, die bij de derde worp besloot de Wit-Rus Pavel Lyzhyn te laten overgooien. Daardoor moest Smith zijn voorbereiding op zijn worp onderbreken. „Dat bracht me net te veel uit mijn concentratie.”