De huurmoordenaar gaat in ontwikkelingshulp

John Perkins: Bekentenissen van een economische huurmoor-denaar Vertaald door Jan Braks. Arbeiderspers, 325 blz. € 18,95.

Persoonlijke ontboezemingen over zonde en bekering zijn van alle tijden. Het duurt soms lang voordat het licht van de bezinning doorbreekt en dat maakt de ijver om het nieuw ontdekte geloof uit te dragen des te groter. Dit is het geval bij John Perkins, een Amerikaan die als economische adviseur actief was in ontwikkelingslanden en die ruim twintig jaar nadat hij tot het inzicht was gekomen dat hij met verderfelijke zaken bezig was, zijn schuldbelijdenis opschreef.

Zijn boek, Bekentenissen van een economische huurmoordenaar, wordt aangeprezen als een ‘waargebeurde John le Carré’. Perkins opereert daarin als een onverschrokken undercover agent die een boekje open doet over de praktijken waarin hij was verwikkeld. Hij beschrijft hoe hij in ontwikkelingslanden werkte voor een consultantbedrijf dat contacten onderhield met Amerikaanse multinationals en met de schimmige wereld van de Amerikaanse inlichtingendiensten. Na een jaar of tien walgde hij van zijn eigen werk – rooskleurige economische adviezen schrijven waardoor arme landen zich diep in de schulden staken en ondernemingen grote contracten binnensleepten. Toen kort na elkaar twee links-nationalistische politieke leiders die hij bewonderde onder duistere omstandigheden om het leven kwamen, was voor hem de maat vol.

Volgens Perkins bestaat er een machtige corporatocratie van Amerikaanse ondernemingen die uit zijn op de verovering van de wereldheerschappij. Hun doel is de beheersing van de natuurlijke hulpbronnen van arme landen onder het mom van ontwikkelingshulp. Het is een ‘sinister systeem (...) dat de meest geraffineerde en effectieve vorm van imperialisme bedrijft dat de wereld ooit gekend heeft’. Economische adviseurs spelen hierin de rol van ‘economische huurmoordenaars’. Dat zijn volgens hem ‘dikbetaalde professionals die landen over de hele wereld miljarden dollars afhandig maken en zich bedienen van valse financiële rapporten, gemanipuleerde verkiezingen, steekpenningen, afpersing, seks en moord’.

De analyse zou nuttig kunnen zijn als zij geen karikatuur was en niet doordrenkt van het puriteinse geloof waarmee Perkins is opgevoed. Aan het slot wordt zijn boek ronduit komisch: op het Andesgebergte ontdekt hij dat de wereld voor een nieuw tijdperk staat: het Derde Millennium, het Begin van de Vijfde Zon. Typisch Amerikaanse ‘self help’ adviezen voor begeesterde lezers ontbreken niet. Perkins heeft een nieuwe markt aangeboord, die van lucratieve advisering voor het goede doel.

Roel Janssen