De familie Komaiha blijft vluchten, ook in Beiroet Komaiha’s vluchten van ene Beiroetse wijk naar de andere

De strijd in Libanon heeft een stroom vluchtelingen op gang gebracht. Een familie over wie deze krant eerder berichtte, is ook in Beiroet niet veilig.

Even over negen ’s avonds weerklinkt er een zware explosie. De Libanese hoofdstad davert op haar grondvesten. Het gedonder van raketaanvallen op de zuidelijke buitenwijken – de Dahieh, waar het hoofdkwartier van de Hezbollah zich bevindt – hoort voor de meeste Beiroeti’s nu, na bijna een maand van bombardementen, haast bij de alledaagse routine. Als er vlakbij weer een explosie te horen is kijken ze even geschrokken op en zeggen dan – tja, het is weer in de Dahieh.

„Ze zijn er zo vroeg bij vandaag”, merkt Feisal Komaiha op als de knal weerklinkt. We zijn op weg naar een ontmoeting met een paar van zijn vrienden. Plots gaat zijn mobiele telefoon over. Hij verbleekt. „Ze hebben Shiyyah gebombardeerd! Ik moet terug, ik moet naar mijn familie, mijn vrouw en kinderen!” Feisal is in alle staten.

De Komaiha’s, vluchtelingen uit het zuiden, zijn een paar dagen geleden naar Biqfaya ten noorden van Beiroet verhuisd, maar in het hotel kwam het al snel tot ruzies. Feisal en zijn vrouw Oula besloten dan maar liever terug te keren naar kennissen in de Beiroetse wijk Shiyyah, waar ze eerder wegens spanningen, veroorzaakt door het ruimtegebrek, waren weggegaan.

Na een helse rit door de stad – in een wijde bocht om de gevaarlijke Dahieh heenrijdend – bereiken we in Shiyyah de plaats waar de raket insloeg. Een flatgebouw vlakbij het huis waar zijn familie is ondergedoken is volkomen verwoest bij de Israëlische aanval. Er vielen daarbij zeker 15 doden en vele tientallen gewonden, burgerslachtoffers, onder wie veel shi’ieten die zoals de Komaiha’s al eerder uit het zuiden op de vlucht waren gedreven.

Waar het gebouw met beneden een internetcafé stond stijgt nu een enorme zwarte zuil dikke rook vanuit een grote puinhoop omhoog. Ziekenwagens van de Libanese hulpdiensten komen met loeiende sirenes aangereden.

Shiyyah loopt leeg. Onder de bewoners van deze zeer dichtbevolkte stadswijk waar hoofdzakelijk shi’ieten leven, heerst paniek. Ouders roepen in doodsangst om hun kinderen. Kinderen zoeken huilend in het donker en de totale chaos naar hun ouders. Wie hier weg kan snelt met gierende banden naar veiliger oorden.

In dit deel van Beiroet hebben de afgelopen weken duizenden vluchtelingen uit het zuiden van Libanon een onderkomen gezocht bij kennissen en familie. Ze dachten hier veilig te zijn. „Waarom? Wat hebben wij hier met Hezbollah te maken?” roepen ze vertwijfeld.

Feisal vertelt dat er eerder die middag urenlang een onbemand Israëlisch verkenningsvliegtuigje boven Shiyyah cirkelde.

Dergelijke toestellen vuren soms zelf kleine raketten af, maar ze dienen vooral voor observatie en selectie van doelwitten en het vastleggen van coördinaten voor het richten van de geleide raketten die door F-16 vliegtuigen van grote hoogte worden afgevuurd. Volgens ooggetuigen werd dat vliegtuigje vanaf het dak van het gebouw met een kalasjnikov beschoten, een half uur voor dat gebouw zelf geraakt werd.

Vervolg LIBANON: pagina 5

LIBANON

Komaiha’s vluchten van ene Beiroetse wijk naar de andere

Vervolg van pagina 1

De hele buurt is in duister gehuld en automobilisten als Feisal, die op zoek zijn naar hun familie of hun gezin uit deze gevaarlijke zone willen evacueren, wordt duidelijk gemaakt dat ze ondanks het donker hun lichten moeten doven. Er wordt gevreesd voor meer aanvallen.

Het Libanese leger heeft op belangrijke kruispunten posities ingenomen. Mensen huilen en vragen angstig met mobiele telefoons nieuws over vrienden en kennissen.

Feisal is radeloos. Buren verwijzen hem naar een kelder op vijftien meter van de nog smeulende puinhoop. Er zitten hoofdzakelijk bejaarden, zwaar zieken en gehandicapte vrouwen. Maar dan vindt Feisal er toch zijn vier jaar oude dochtertje Malaak. Zij is bij de explosie aan het hoofd gewond en springt huilend in zijn armen. Het blijkt mee te vallen. Het bloed in haar haar is afkomstig van een oppervlakkige wond.

Zijn vrouw Oula heeft de weinige spullen die zij mee konden nemen bij hun vlucht uit hun oorspronkelijke woonplaats Kfar al-Sir, een dorp bij Nabatiye in het zuiden van Libanon, hier achtergelaten en is met de twee oudere kinderen verder gevlucht, naar Ain al-Roumana, een relatief veiliger christelijke wijk vlakbij Shiyyah.

Maar ook Ain al-Roumana ligt veel te dicht bij de Dahieh, en Feisal besluit met zijn gezin terug te keren naar Biqfaya – opnieuw op de vlucht.

Feisal gaat op zoek naar zijn gezin. Hij wil, vóór er opnieuw een raket inslaat, weg uit het zuiden van Beiroet. In paniek roept hij Oula’s naam, hij springt in de wagen en scheert naar een school een paar blokken verder waar volgens de veiligheidsdiensten vrouwen en kinderen uit Shiyyah zijn ondergebracht.

Ze zijn er niet, maar na een wanhopige tocht langs nog vier dergelijke scholen vindt hij uiteindelijk toch zijn gezin schuilend in een ondergrondse parking.