Buitenlanders welkom, maar niet allemaal

Nederland heeft een traditie van het opnemen van vreemdelingen. Ze zouden ook goed zijn voor de economie. Dat klopt, maar alleen buitenlanders met kennis die bereid zijn zich aan te passen, zegt Peter Kouwenhoven.

Verbazingwekkend hoe simpel het wereldbeeld van sommige mensen kan zijn, zoals dat van Oussama Cherribi en Pieter van Os. In hun artikel (Opiniepagina, 15 juli) betogen zij dat Nederland nog lang niet vol is. Er is immers nog ruimte voor het nieuwe meer ‘de Blauwe Stad’ in het Groningse Oldambt.

Zij baseren zich op het volgende. Het aantal inwoners per km2 laat ons ruimte voor meer immigranten. Hun argument: kijk naar plaatsen waar nog meer mensen per km2 huizen (Java, New Jersey, Zuid-Korea en Singapore).

Maar is er een verband tussen xenofobie en inwonerdichtheid? Etnische spanning wordt bepaald door andere factoren: homogeniteit van de bevolking, historische ervaring met vreemdelingen; de mate van afwijking tussen nieuwkomers en ‘ingezetenen’; en de affiniteit met het nieuwe vaderland.

Java heeft inderdaad een hogere bevolkingsdichtheid dan Nederland. Maar of het een voorbeeld is? In het recente verleden zijn Chinezen vaak het slachtoffer geworden van pogroms. In 1998 nog werden 1.200 kooplieden vermoord, voornamelijk Chinezen. Japan heeft een uniek homogene bevolking, is sterk xenofobisch maar heeft dan ook nauwelijks ervaring met immigranten. Amerika, Canada, Australië en Brazilië daarentegen nemen gemakkelijk immigranten op, omdat dit past in een lange traditie. Er speelt daar nog iets anders mee: nieuwkomers in deze landen hebben maar één wens, zo gauw en volledig mogelijk Amerikaan, Australiër, Braziliaan of Canadees worden. Helaas moeten we constateren dat dit voor een hoog percentage van onze nieuwe medelanders juist géén wens is.

Cherribi en Van Os stellen dat het gebrek aan integratie een gevolg is van de sociaal-economische achterstand. Dat is wel heel simplistisch.

Er is weliswaar geen eenduidige relatie te vinden tussen economische positie en criminaliteit, maar wél laten statistieken oververtegenwoordiging zien van bepaalde inkomensgroepen in vormen van criminaliteit, juist zoals oververtegenwoordiging van bepaalde etnische groepen in sommige vormen van criminaliteit.

Om die reden is er ook geen verbetering te verwachten van een aantrekkende economie. Cherribi en Van Os roepen een aanname onder economen na, maar zonder alle mitsen en maren. Een economische groei gebaseerd op meer personen die per persoon een lage toegevoegde waarde genereren – dat is niet waar Nederland naar moet streven. Zo’n groei met lage marges is ook geen banenmotor en biedt geen toekomstperspectief. Daarop concurreren met opkomende economieën is een bij voorbaat verloren race.

Cherribi en Van Os bevelen een doortastende minister van Sociale Zaken aan. Liberalisatie van de arbeidsmarkt, hervorming van de sociale zekerheid, desnoods het verlagen van het minimumloon of wettelijk geregelde positieve discriminatie zouden voor integratie zorgen. Alweer het idee dat er vanzelf meer arbeid wordt afgenomen, als je deze maar goedkoop maakt. Mijn ervaring is dat werkgevers bereid zijn te betalen voor goed geleverd werk. Betrouwbare arbeidskrachten die iets in hun mars hebben en zelfstandig kunnen opereren krijgen goed betaald, eventueel meer dan gemiddeld, zolang de baas maar aan je kan verdienen. Hoe zou het toch komen dat werkgevers graag Polen of Litouwers inzetten, terwijl ze hier Nederlands sprekende Turken en Marokkanen kunnen krijgen? Ik hoor nauwelijks geld als argument, maar wel de wil om te werken, betrouwbaarheid, beleefdheid en kunnen luisteren als argumenten om Polen te verkiezen.

Ik ben het in één ding met Cherribi en Van Os eens: het verbod op het spreken van een buitenlandse taal op straat is al even infantiel als een inburgeringsexamen. Hoe dan wel om te gaan met immigratie? Eenvoudige oplossingen bestaan niet. Maar ik wil graag iets ter overweging geven.

Zolang we geen saamhorigheidsgevoel tussen de bevolkingsgroepen hebben, wil ik toch maar een hek om Nederland. Eerst dit probleem oplossen, dan weer aan een nieuwe klus beginnen. Zeg vooral ook de Turkse en Marokkaanse gemeenschap dat ze dat hek aan zichzelf te danken hebben. Maak duidelijk dat het een gevolg is van hún afwijzing van de Nederlandse maatschappij en niet andersom.

Maak aan immigranten duidelijk wat er van hen verwacht wordt, als ze naar Nederland komen. Stel een toelatingscontract op dat recht geeft op een tijdelijk verblijf. Leg in dat contract prestaties vast die behaald moeten worden met een tijdstabel. Niet tijdig behalen van de prestaties betekent intrekking van het verblijfsrecht. Betrek de prestaties niet op één individu maar op een gezin. Dwing daarmee af dat ouders zich met de opvoeding bemoeien.

Selecteer immigranten. Stel eisen aan hun opleiding en toekomstig inkomen. Als Nederland concurrerend wil blijven, zal het zijn economie moeten verschuiven naar een kenniseconomie. Het is geen enkel probleem om die kennis uit het buitenland te halen. Niet toevallig zijn dat meestal personen waarvan je mag verwachten dat zij zich kunnen aanpassen aan de gewoonten van hun nieuwe land. En onwaarschijnlijk dat zij een nieuwe generatie hangjongeren voortbrengen met afkeer van Nederland. Misschien wordt het zelfs nog druk met villa’s rond het meer van de Blauwe Stad.

Drs. ing. P. Kouwenhoven woont in België.

Het artikel van Cherribi en Van Os is na te lezen op www.nrc.nl/opinie