Begrip voor bescheidenheid bestaat niet in Zuid-Afrika

De apartheid is voor Zuid-Afrikanen zo belangrijk als de Tweede Wereldoorlog voor Nederlanders. Wals er niet overheen, ingetogenheid is aan te raden. De Nederlander is al snel betweterig, maar hoort dat pas als het te laat is. Bescheidenheid over de bankrekening wordt echter niet op prijs gesteld.

Arme zakenreiziger. Dacht u zich zo vlak voor vertrek nog snel even in te lezen over de onhebbelijkheden van dé Zuid-Afrikaan, blijkt die helemaal niet te bestaan. De Vhavenda, de Xhosa, de Zulu, de Sotho, de Ndebele, de Tswana, de Lobedu en ook de Swazi hebben zo ieder hun eigenaardigheden. Om over de Afrikaners, de Indiërs, Kaap-Maleiers of Chinezen maar niet te spreken. En zakendoen met ieder van die bevolkingsgroepen vergt zo zijn eigen aanpak.

Dat begint al met het handen schudden. Dat kan op zoveel manieren als er bevolkingsgroepen zijn. U zult niet de eerste Nederlander zijn die begint te zweten als een Zuid-Afrikaan na de handpalm ook de duim nog even stevig vastgrijpt. Tip: leer die hand-duim-handbeweging zo snel mogelijk te beheersen. Des te eerder bent u van ‘meneer’, een ‘kameraad’ geworden. Dat is uw paspoort tot Zuid-Afrika.

Er zijn dus elf verschillende talen. Dat is tenminste de officiële telling. Maar u had ergens in de Lonely Planet gelezen dat je met Nederlands een heel eind kunt komen hier. Klopt, maar kijk uit. Een Nederlander die denkt Afrikaans te spreken kan net zo onbeholpen klinken als een Amsterdammer in Berlijn. Mijn eerste uitglijder met die taal was een interview, nu tien jaar geleden, met de toenmalige minister van Landbouw. Derek Hanekom was lid van de zwarte ANC-regering van Nelson Mandela. Nadat de minister keurig in het Afrikaans antwoord had gegeven op al mijn Nederlandse vragen, dacht ik hem een mooi compliment te maken. „You sound like a real Dutchman”, zei ik na afloop. Toen de minister kwaad weg beende en ik zijn woordvoerder vroeg of ik iets verkeerds had gezegd, legde hij uit: Dutchman=Afrikaner=onderdrukker. Hollander betekent hier Jan van Riebeeck en zijn kornuiten van de VOC, die in 1652 landden op de Kaap. Hollander betekent Hendrik Verwoerd, de in Amsterdam geboren architect van apartheid. Niet: brandstofslangen doorsnijden bij Shell, boycot van Kaapse wijnen en antiapartheidsbeweging. Alleen een Afrikaner boer zal u gebroederlijk tegen zijn bierbuik drukken als u zegt: „Ek is Hollander.” Het is maar met wie u zaken hoopt te gaan doen.

U bent Nederlander dus u wilt aardig gevonden worden. Maar pas op. Welke kleurige shirts u Mandela op de televisie ook heeft zien dragen, trek gewoon uw krijtstreep aan bij de eerste zakenlunch. Blanken in traditionele Afrikaanse kledij worden hier door zwart én wit net zo serieus genomen als toeristen in safaripak. En, als er toevallig gedanst wordt omdat het plaatselijke koor is uitgenodigd voor de gelegenheid, aanvaard dan uw verlies. Blijf stil staan en probeer vooral niet de ritmische bewegingen van uw omstanders te imiteren. Nederlanders zijn weer goed in andere dingen.

U bent naar Afrika gekomen. U bent over dat continent heen gevlogen. Vanuit het vliegtuigraam heeft u de woestijn in Soedan misschien wel kunnen zien. En de groene heuvels van Congo. Maar de naam Zuid-Afrika is hoe dan ook misleidend. Dit is Afrika niet, vinden de blanken en ook veel zwarten. Afrika ligt ten noorden van hier. Aan de andere kant van de grens. Erken dat ook. Stel geen domme vragen voor u bent geland. Of ze hier e-mail hebben bijvoorbeeld. Of mobiele telefoons. Die hadden Zuid-Afrikanen eerder dan Nederlanders. Dit land verdient in zijn eentje bijna tweederde van het inkomen voor heel het continent onder de Sahara.

Laat ook die vooroordelen thuis over Afrikaanse corruptie. „De deal zal onmiddellijk worden afgeblazen als je over steekpenningen begint”, zoals directeur Fieta Slendebroek zegt. Zij is inmiddels meer dan vijf jaar werkzaam voor adviseurbureau Deloitte & Touche in Johannesburg. „Dit is niet Nigeria.”

Laat ook die handen in de zij thuis. Het Nederlandse vingertje: „Wij komen u wel vertellen hoe het werkt in de echte wereld.” Doe het niet. Ook niet als men u niet terugbelt. Ook niet als het werk niet meteen goed is gedaan, wat vaak voorkomt. Houdt u in. „Het is erg Brits hier”, zegt Slendebroek. „Men vind je al snel te direct of te betweterig. Ze zullen je dat nooit in je gezicht zeggen. Dat hoor je via anderen pas terug.” Als het al te laat is.

Afrika is wel in de mode hier, als concept. Het helpt als u uw product een Afrikaans tintje meegeeft. Dat vindt de partij van de president heel prettig politiek correct. Thabo Mbeki is de uitvinder van de Afrikaanse renaissance, het idee dat Afrika wél kan slagen en hij ziet datzelfde enthousiasme graag terug bij bedrijven die zich hier vestigen. Wat de regeringspartij van u vindt is hier belangrijker dan wat de concurrentie doet, waarschuwt bedrijfsadviseur Professor Lovemore Mbigi. „Als je het hier wilt maken, zorg dat je de relevante personen kent op de ministeries. Van de ambtenaar tot de bewindspersoon. Ze zijn invloedrijker dan je denkt.”

Als u daartoe bereid bent, zult u spoedig kennis maken met het toverwoord in de Zuid-Afrikaanse zakenwereld: Black Economic Empowerment ofwel BEE. Dat is het mechanisme waarmee de regering de blanke dominantie van het zakenleven wil breken. Niemand weet nog hoe het precies werkt. De regels veranderen voortdurend. Maar dat maakt niet uit. U moet meedoen, of op zijn minst pretenderen geïnteresseerd te zijn. Het werkt ongeveer zo. Ieder bedrijf krijgt een rapport, de zogenoemde BEE-scorecard. Op dat rapport wordt genoteerd hoeveel zwarten u in dienst heeft, hoeveel zwarten deel uitmaken van het dagelijks bestuur of met hoeveel bedrijven in handen van zwarte directeuren u zaken doet. Daarmee scoort u punten. Let op: zwart betekent niet altijd zwart. Zwart kan ook zijn: vrouw, of gehandicapt. Met andere woorden: Zuid-Afrikanen die voorheen (voor het einde van de apartheid) waren achtergesteld. „BEE kun je beter niet negeren”, zegt Sandra Cox van de Nederlandse Kamer van Koophandel in Johannesburg. „Wat je er verder ook van vindt: deal with it.”

Wat Zuid-Afrikanen verder bedoelen met ‘Afrikaans leidinggeven’, of management ‘Afrikaanse stijl’, u zult er niet achter komen. Men zal spreken over ubuntu. Ik ben omdat anderen zijn. Men zal spreken over ‘medemenselijkheid’. Over het fenomeen dat niet alleen vader en moeder een kind opvoeden, maar een heel dorp. Maar wat dat voor u betekent, als bezoekend zakenman, is niet te achterhalen, zegt promovendus Henk van de Heuvel die er voor de Vrije Universiteit meer dan een jaar onderzoek naar deed. „Ik kom niet verder dan dat het informele heel belangrijk is. Kom naar de bar, na de workshop. Pas daar leer je de Zuid-Afrikaan kennen. Al die etiketten zijn onzin. Aan de bar klaart de lucht op. Dat heeft niet zozeer met ubuntu te maken, als gewoon met wederzijds begrip.” De Zuid-Afrikaan vertelt graag het verhaal over hem en zijn familie tijdens de apartheid. Luister daarnaar, zonder dat u een oordeel geeft. De apartheid is voor Zuid-Afrikanen zo belangrijk als de Tweede Wereldoorlog voor Nederlanders. Wals er niet te snel overheen.

En als u zich aan al die goede adviezen heeft gehouden, u bent beleefd, niet bot of betweterig geweest, dan is er volgens de echte kenners nog een belangrijke tip: wees niet bescheiden over het geld op uw bankrekening. Oud geld bestaat hier niet. Wat je hebt, moet gezien worden. „Laat die etiketten zien”, zegt managementgoeroe Lovemore Mbigi. „Breng die dure auto mee naar de afspraak. Hang uw vrouw vol met dure juwelen en geef haar een handtas van een klinkend merk. Neem uw klant mee naar het duurste restaurant en trakteer hem op de duurste maaltijd. Zo verdient u hier respect. De Zuid-Afrikaan is Amerikaanser dan u denkt. Voor bescheidenheid bestaat hier geen begrip.”