‘Zwarte Zondag’ in Noord-Israël Spooksteden in Noord-Israël

In Noord-Israël kwamen gisteren tientallen Hezbollah-raketten neer, ook op plekken waar men zich veilig voelde. Het leidde met 15 doden tot een bloedige zondag.

Zelfs het leven in de schaduw van een front krijgt op een gegeven moment routineuze trekjes. De groep Israëlische reservisten onder aanvoering van kapitein Eliyahu Elkarif (34) sliep, rookte en kletste gisteren bij de ingang van de kibboets Giladi en sloeg geen acht meer op de sirenes die ieder uur afgingen.

De computerprogrammeurs, zakenlieden en ambtenaren die zich weer in gevechtstenue hadden geperst, veronderstelden dat zij veilig waren. Immers alle Hezbollah-katjoesja’s kwamen neer in het verderop gelegen Kiryat Shmona (waar het ook vanochtend weer onheilspellend ‘zwaar onweerde’). Zij waanden zich veilig, vermoeid en overmoedig als Israëlische reservisten kunnen zijn, zeker degenen die veelvuldig in de bezette gebieden hebben gediend.

Maar niet voor het eerst doorbrak Hezbollah een patroon en richtte de raketten in de richting van Kfar Giladi, een verzamelplaats van soldaten vlakbij de grens. Eén raket doodde twaalf reservisten die lagen te slapen bij een muurtje om de begraafplaats van de kibboets, waar in de middag de lijkzakken in het gelid stonden.

In Haifa voltrok zich een paar uur later een identiek drama. De volkswijsheid wilde dat Hezbollah na het invallen van de duisternis geen raketten afschiet uit vrees gelokaliseerd te worden door de Israëlische luchtmacht. Guerillastrijders in de buurt van Tyrus doorbraken dat patroon en schoten kort na zonsondergang acht uur hun raketten af op Israëls grootste havenstad: drie doden en 65 gewonden. Joodse bewoners van de chique Carmel-buurt en moslims en christenen in de lager gelegen Arabische buurt bevonden zich onder de slachtoffers. Ook zij waanden zich na zonsondergang veilig en gingen de straat op om te dineren, te wandelen of boodschappen te doen. En: al zouden zij daarin gewild hebben, in de Arabische wijken van Haifa zijn geen schuilkelders. Een kort salvo van zes raketten verstoorde de zomeravond.

‘Zwarte Zondag in Israel’ (Yedioth Ahronot) was met vijftien doden en meer dan honderd gewonden een feit dat de uitspraken van premier Olmert logenstrafte als zou het Israëlische leger zware slagen hebben toegebracht aan Hezbollah. En niet alleen Olmert moet spijt gehad hebben van zijn woorden, ook de internationale diplomaten die suggereerden dat er binnen afzienbare tijd een einde zal komen aan de strijd, werden door de gebeurtenissen op de grond ingehaald, zoals zo vaak het geval is in het Midden-Oosten.

Vraag in Kiryat Shmona, de ‘katjoesja-hoofdstad van Israël’, of in Haifa wat hij of zij over Olmerts uitspraken denkt, en vloeken en verwensingen volgen.

vervolg NOORD-ISRAËL: pagina 5

NOORD-ISRAËL

Spooksteden in Noord-Israël

Vervolg van pagina 1

Het is eigenlijk ook onzin om dat te vragen: dikke rook van brandende bossen, zwaar dreunende artillerie, kolonnes doodvermoeide soldaten en af en aan rijdende ambulances bepalen de atmosfeer in de noordelijke ‘vinger van Israël’. In de vierde week van het Israëlische offensief tegen Hezbollah wordt in de Libanese dorpen (Bint Jbail) en gehuchten aan de andere kant van de heuvel nog zwaar gevochten.

En nog altijd slagen Hezbollah-eenheden er in stadjes, kibboetsen en dorpen van Kiryat Shmona tot en met Haifa en Nahariya te bestoken. Vrijwel alle plaatsen zijn verlaten, op soldaten, enkele hoteliers, journalisten en achtergelaten honden na. Kiryat Shmona is, net als Metulla, een spookstad, waar alleen de knipperende verkeerslichten, de sirenes en rondscheurende ambulances op menselijke activiteit duiden. De 24.000 inwoners hebben als zij over voldoende middelen dan wel behulpzame familieleden beschikken de wijk genomen naar het zuiden; de armen, de gepensioneerden en een handjevol politiemannen en reddingswerkers zijn met hun families ondergedoken in de bunkers. Metulla en de kibboetsen in de Hula-vallei zijn verlaten, op enkele Aziatische werknemers in de kassen en fruitboomgaarden na. In die boomgaarden wachten nectarines, abrikozen, appels, mango’s, lychees en druiven om geoogst te worden.

Volgens een majoor, een orthopedisch specialist, van een fronthospitaal – hij wil omdat het eigenlijk verboden is met journalisten te praten zijn naam niet gepubliceerd zien – zijn Israëlische commando’s van de Golani en Nahal-brigades nog steeds niet verder dan vijf kilometer doorgedrongen in zuidelijk Libanon. „De katjoesja’s zijn niet op te sporen. Ze schieten en ze verdwijnen ondergronds”, aldus de militaire arts, die net terug is van een kleine week in Libanon. En: „De legerleiding zegt dat Hezbollah 10.000 katjoesja’s heeft, er zijn er 3.000 afgeschoten. We kunnen dus op nog eens 7.000 raketten rekenen. En zolang er nog Israëliërs worden gedood of gewond door de raketten zal deze noodzakelijke oorlog niet stoppen.”

Een sentiment dat door vrijwel de voltallige Israëlische Knesset, regering en kritische, maar op dit punt eensgezinde media wordt gedeeld. Toch wordt ook verondersteld dat het niet onbeperkt lang meer zal duren, voordat de internationale gemeenschap, inclusief de Verenigde Staten, het eens worden over een staakt-het-vuren en vervolgens over een multinationale macht.

Inwoners van Kiryat Shmona, zoals Avigdor Rothem, zakenman en uitbater van restaurant Pausa, denken daarom dat het ergste nog moet komen. „Hezbollah zal alles op alles zetten om in de komende dagen en weken zoveel mogelijk katjoesjaraketten op ons af te schieten om te laten zien dat zij de strijd hebben gewonnen”, aldus Avigdor als we vanochtend voor de derde keer in de schuilkelders achter zijn restaurant/hotel wachten op een teken dat „de regens” zijn gestopt.

En wat geldt voor de aanvallen van Hezbollah geldt omgekeerd ook voor het Israëlische offensief in Libanon, dat vanuit Kiryat Shmona en omgeving dag en nacht wordt gebombardeerd.