Zo wild als je zelf maar wilt

Overal in Den Bosch hebben theatermakers de ruimtes naar hun hand gezet.

Zoals theatergroep Tuig die de bezoeker een zelf samen te stellen tocht laat beleven.

„Ik dacht dat ik alleen maar op een bankje hoefde te zitten,” zegt een hoogzwangere vrouw bedremmeld tegen Marc van Vliet, artistiek leider van theater Tuig. Het tweetal staat op een grasveldje met achter zich het indrukwekkende decor van de voorstelling Tocht, een lange sliert van wit puinplastic waar stokken uit steken, water uit opspat en schimmen op de klanken van etherische muziek in ronddolen. In de voorstelling onderneemt de bezoeker een tocht, die hij zelf samenstelt. Marc van Vliet glimlacht geruststellend: „Hij wordt zo wild als je wilt.”

De komende week zijn op Theaterfestival Boulevard in Den Bosch maar liefst zestig producties, concerten en acts te zien. Niet alleen in theaterzalen wordt gespeeld, overal in de stad hebben theatermakers ruimtes naar hun hand gezet. Er zijn voorstellingen in een tentje voor het station, in de tuin van een rijtjeshuis, of een kapel in het Claraklooster.

Toen festivaldirecteur Geert Overdam drie jaar geleden aantrad, veranderde hij het centrale festivalpunt van kleurrijk Bosch bierfeestje in een onoverzichtelijke maar avontuurlijke mix van studentenacts en muzikale optredens. Nog steeds klagen veel Bosschenaren dat vroeger alles beter was, maar wie nu op een van de lelijke tribunes van steigerpalen een biertje drinkt (want bier is er nog steeds) ziet recht tegenover zich een andere lelijke tribune met een bonte verzameling mensen die op hun beurt een drankje drinken. Kinderen, opa’s, bezoekers en stamgasten, het uitzicht is op zichzelf al de moeite waard. Tussen de tribunes in staat een podium vol met uitzinnig breakdancende jongeren, maar er kan volgens het programma ook een workshop Salsa dansen of een Folkdansfeest plaatsvinden.

Een Fransman genaamd Monsieur Culbuto komt aanrollen op een karretje. Als het karretje onder hem wegschuift blijkt pas dat zijn onderlichaam een reuzentuimelaar is. Hij wiebelt en wankelt en kijkt bij elke zwiep verbijsterd naar het toegestroomde publiek. Kinderen rennen huilend weg of springen kraaiend om hem heen. Het geeft een kermisgevoel, maar dan zonder draaimolen.

Een dierentuin is er wel, maar de mensen zijn zelf de beesten. En voor vijf euro zijn er toneelstukjes van studenten van de Bossche Koningstheateracademie, die in tentjes en containers rond het plein staan opgesteld. Redelijk geslaagd is de voorstelling Samson en Delilah de Movie van Elske Rollema en Erik de Kruijff. Het verhaal van de sterke Samson wordt bekwaam vanaf een bank vol glitterkussens verteld, maar de echte glans geeft het Vinsky Project, een folkfusion kwartet van Hongaarse en Nederlandse conservatorium studenten.

Die vijf euro leveren ook een plekje op in de snikhete container van Line Husa en Inez Almeida. In between places gaat over twee buitenlandse meisjes die met zwaar accent Nederlandse uitdrukkingen opsommen. Ondanks hun charmante laarsjes en jurkjes duren de twintig minuten in een stalen bak halfvol water –Nederland waterland – ongelooflijk lang.

Wie het wat wilder wil, stapt in de bus van Frits, een pendelbus die op raadselachtige uren aan de rand van het festivalhart naar diverse locaties vertrekt. Frits, in kniebroek en met pet, jut de bezoekers op als ze vroeg in de avond in de bus naar Pakman van theatergroep Artemis stappen. „Hou vast dat enthousiasme!” brult hij, we veren verschikt overeind. Officieel is Pakman een kindervoorstelling „maar daar merk je niets van” gieren twee dames na afloop in de bus terug, die nu wel degelijk zindert van de door Frits gewenste geestdrift. En dat terwijl de voorstelling in een omgebouwde gymzaal niet eens zo’n dijenkletser is. Het stuk begint rommelig met vier Vlamingen die spelen dat ze jongetjes zijn. Jolig werpen ze touwen, pingpongballetjes en ander gymtuig door de ruimte.

De heren maken sinds hun jeugd deel uit van de geheime organisatie Pakman, een genootschap dat ruimte bood aan alle sneue jongetjes van de school. De ene was te dik, de ander te klein, de derde te traag en de vierde praat nog steeds nauwelijks. Het viertal haalt ontroerende, gekke en aangrijpende jeugdherinneringen op, terwijl op de achtergrond de meest wonderlijke taferelen worden gebouwd en weer afgebroken. Pakman laat het gevoel van een avond op een geslaagd, maar vol feestje achter; een aantal verhalen maken diepe indruk, andere verdwijnen rimpelloos uit het geheugen.

De hoogzwangere vrouw die haar ‘tocht’ maakt besluit dat ze de krakkemikkige ‘wentelgrap’ zonder leuning niet zal beklimmen, ook al mist ze daardoor het applaus. Want wie het wel doet staat bovenaan plots voor een stuk glas met een felle spot op zich gericht. Uit de luidsprekers klinkt luid geklap. Het glas is door de lamp in een spiegel veranderd, het applaus is voor jezelf. Tocht zit vol met dat soort grappen. Er is een schommel die deuren opent. Er zijn paraplus, maar die houden zeker niet al het water tegen.

Elke keuze die je maakt levert een andere weg op, een ander luik dat open gaat, een andere geur of melodie. De vrouw trotseert een bubbelend waterbed en loopt traag door de tredmolen waar volle emmers dreigend boven het hoofd meedraaien. Achter het laatste gordijn is de uitgang. Daar krijgt ze toch nog toejuiching, want er staat een tribune waar uitgelaten publiek van buitenaf haar tocht heeft gevolgd.

Festival Boulevard, t/m 13/8. www.festivalboulevard.nl