Wetenschapster maakt vaker carrière in VS

Vrouwelijke onderzoekers zijn zeldzaam in Nederland.

We moeten een voorbeeld nemen aan het beleid in de VS.

Te weinig vrouwen hebben een carrière in de wetenschap, volgens een artikel in nrc.next van 28 juli. Wat dat betreft kan het hoger onderwijs in Nederland nog wat opsteken van de VS. Bijna 40 procent van het fulltime wetenschappelijk personeel in de VS is vrouw. Aan publieke universiteiten bedraagt het percentage vrouwelijke full professors(zeg maar hoogleraren) bijna eenderde. Goed, dat is ook niet hoog, maar deze percentages zijn al stukken beter dan in de vergelijkbare Angelsaksische landen Groot-Brittannië, Canada, Australië en Nieuw Zeeland. Om maar niet te spreken van Nederland.

De VS doen het dus relatief goed wat betreft het aandeel van vrouwen in de academische staf, evenals hun aandeel in de hoogste posities. Een van de oorzaken hiervan is een agressief programma van positieve discriminatie, zoals dat volgens de Civil Rights Act door de federale overheid aan universiteiten wordt opgelegd. Sinds de jaren zeventig werpt dat zogenaamde equal employment opportunity -beleid aan de Amerikaanse universiteiten zijn vruchten af. In 1975 bedroeg het aandeel vrouwen dat fulltime deel uitmaakte van de wetenschappelijke staf ruim 22 procent. Binnen 25 jaar steeg dat aantal naar 36 procent. Daarnaast nam ook het aandeel van vrouwen in stafposities zonder vaste aanstelling toe tot zelfs 65 procent in 2005.

In de VS is dus een veldslag gewonnen, maar nog lang niet de gehele oorlog. Dat blijkt wel uit de beruchte uitspraken van Lawrence Summers, de inmiddels oud-president van Harvard University. Hij suggereerde vorig jaar nog dat een aangeboren gebrek aan intellect de verklaring zou zijn voor het geringe vrouwelijke succes in de natuurwetenschappen. Vooroordelen spelen kennelijk geen rol meer, slechts minder hersens. En dat terwijl vrouwen voor bijna de helft verantwoordelijk zijn voor alle Bachelor-diploma's in wiskunde en scheikunde in de VS, maar nauwelijks deel uit maken van de wetenschappelijke staf van die vakken.

Natuurlijk hebben ook de vrouwen in de VS een achterstand in te lopen op hun mannelijke collega's. Dat is een universeel gegeven. Bovendien verdienen ze een stuk minder dan hun mannelijke collega’s, voor hetzelfde soort werk.

Zo verdient een mannelijke full professor gemiddeld 103.000 dollar tegenover 87.000 dollar voor zijn vrouwelijke collega. Verder zijn vrouwen oververtegenwoordigd in relatief laag betaalde functies op community colleges , een soort MBO, in plaats van prestigieuze onderzoeksuniversiteiten als Harvard en Princeton.

De belangrijkste verklaring voor de relatieve achterstelling van vrouwen heeft te maken met de gemiddelde leeftijd waarop Amerikanen hun proefschrift afronden. Die is 34 jaar. Mannen werken daarna keihard aan het verkrijgen van een vaste aanstelling. Vrouwelijke wetenschappers krijgen doorgaans kinderen in deze periode en voeden ze op, waardoor ze de extra inspanning op het werk moeilijk kunnen leveren.

Toch is de Amerikaanse wetenschap, in tegenstelling tot de academische wereld in Nederland, meer doordrongen dat er iets moet veranderen. De American Association of University Professors (AAUP) die de belangen behartigt van wetenschappers vraagt meer aandacht voor de balans tussen werk en gezin. Onder het motto ‘faculty have families, too’ stelt de AAUP nu voor om de tenure-klok stop te zetten: doorgaans moeten wetenschappers in de VS binnen zeven jaar aantonen dat ze geschikt zijn voor een vaste aanstelling, maar door het opnemen van zorgverlof loopt die periode een vertraging op van twee jaar.

De AAUP doet verder pogingen een CAO af te sluiten met elke afzonderlijke universiteit, waarin verlofregelingen en betere kinderopvang zijn opgenomen. Vorig jaar december gaven presidenten van negen topuniversiteiten een verklaring uit waarin ze de noodzaak van familieverantwoordelijkheden erkenden.

Hoewel de vrouwelijke wetenschappers in Amerika dus nog altijd zijn oververtegenwoordigd in parttime functies en nog steeds zelden een vaste aanstelling hebben, doen de VS het zeker niet slecht. Helemaal wanneer je de zwakkere positie van de vakbonden en de grotere verscheidenheid aan type instellingen meerekent. Nederland, met zijn centralistische overheid en sterke vakbonden, zou op z'n minst een voorbeeld moeten nemen aan de ontwikkelingen in de VS en het percentage vrouwen in wetenschappelijke staffuncties verhogen. Zodat het glazen plafond ook op de universiteiten eindelijk kan worden verbrijzeld.

Dr. Erik van den Berg is Educational Adviser bij het Fulbright Center, een non-profit-organisatie die beurzen verstrekt voor studie en onderzoek in Amerika.