De Wijkerslooth

In het `profiel' van mr.J.L. de Wijkerslooth (Z, 12 juli) wordt aan mij toegeschreven dat ik, toen er een nieuwe voorzitter van het college van procureurs-generaal gezocht werd, tegen Cohen, toen staatssecretaris van Justitie, gezegd zou hebben: ,,Waarom vragen jullie Joan niet?'' Ja, zo is het ongeveer gegaan, maar daaraan moet worden toegevoegd dat Cohen niet over die benoeming ging en die suggestie hoogstens aan minister Korthals kan hebben doorgegeven. Of hij dat ook daadwerkelijk gedaan heeft, weet ik niet. Maar deze gang van zaken rechtvaardigt niet de verdachtmaking die uitgaat van de mededeling in de groot gezette `lead' boven het artikel: `Over het nut van vrienden bij een benoeming.'

Iets soortgelijks is er aan de hand met de passage waarin gezegd wordt, dat toen De Wijkerslooth een keer eerder werd gepolst voor de positie van procureur-generaal, hij met mij daarover is komen praten. Alsof hij niet zou kunnen beslissen zonder mijn wijze raad. Waar het in feite om ging was, dat hij mij tijdens een telefoongesprek vertelde voor die functie gepolst te zijn. Ik toonde mij erg verbaasd, omdat ik hem kende als ,,een civilist in hart en nieren'' en bovendien meende te weten dat het aanvaarden van de functie van P.G. voor hem een aanmerkelijk achteruitgang in inkomen zou betekenen. Dat laatste kon hem niet zoveel schelen nu zijn kinderen volwassen waren en het eerste...ja, dat was een van de dingen die hem deden twijfelen.

De Wijkerslooth noch het OM komt er goed af in dit artikel. Het OM blundert nogal vaak, zo kan men met regelmaat uit de media, en ook uit dit stuk, vernemen, en De Wijkerslooth slaagt er niet in daar verandering in te brengen. Daar zit iets in, maar niet iedere vrijspraak in een strafzaak is een blunder van het OM. Neem de zaak van de Enschedese vuurwerkramp. Had het OM moeten seponeren, omdat van meet af aan duidelijk was dat met geen mogelijkheid te reconstrueren zou zijn wat daar nu precies was gebeurd? Er zijn zaken waarvan weinigen zich realiseren hoe moeilijk het kan zijn om het bewijs sluitend te krijgen. Zoals de zaak-Boonstra. En bouwfraudezaken. Het lopen van procesrisico behoort tot de taken van het OM.

Maar er worden door het OM ook echte fouten gemaakt, waarbij gedreven officieren van justitie onmiskenbaar slecht gerechercheerde zaken naar de rechter brengen en bij vrijspraak in blinde reflex in appèl gaan. De drang van nogal wat officieren van justitie om een verdachte die men eenmaal in het vizier heeft koste wat kost ook veroordeeld te krijgen, is inderdaad zorgelijk. De Puttense, de Schiedamse en de Enschedese moordzaken zijn daarvan recente voorbeelden. In die houding wilde De Wijkerslooth verandering brengen: niet in blinde woede achter de boeven aanjagen, maar op professionele wijze achter de waarheid aan gaan. Als het bewijs er niet is en vrijspraak volgt, heeft een officier van justitie niets om spijt van te hebben. Dát wil De Wijkerslooth officieren van justitie leren inzien, maar het valt niet mee om een sinds lang ingeslepen manier van denken om te buigen.

Een ,,voormalige officier van justitie'' zegt over De Wijkerslooth: ,,Als andere mensen samen met hem zijn, dan is hij aan het woord. Dan moet men praten als his master's voice en bestaat angst het anders te doen.'' Ik heb in het verre verleden heel wat met Joan de Wijkerslooth gebekvecht, maar ik heb mij daarbij nooit geïntimideerd gevoeld. Ik kan trouwens ook hard terugschreeuwen. Wat mij stoort, is dat de ,,voormalige officier'' zijn uitspraken anoniem doet. Wie zulke harde dingen zegt, moet zijn gezicht laten zien. Dat hadden de schrijvers van dit profiel ook moeten bedenken.

Hans Crombag, emeritus hoogleraar aan de faculteiten der Rechtsgeleerdheid van de Universiteiten Antwerpen, Leiden en Maastricht.