Nationalistisch én vooruitstrevend

Hugo Schiltz was een Vlaams politicus van formaat. Hij was nationalist en vooruitstrevend – de vleesgeworden redelijkheid van Vlaanderen.

Als kind liep Hugo Schiltz in de oorlog mee in de hordes van de Dietsche Blauwvoetvendels van de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen; als man groeide hij uit tot politiek geweten van het ruimdenkend deel van de Vlaamse natie.

Hugo Schiltz – afgelopen zaterdag op 78-jarige leeftijd overleden in Antwerpen – was een Vlaamse nationalist pur sang, maar wel één die niets moest hebben van het benepen, naar fascisme neigende nationalisme zoals verwoord door het Vlaams Blok (Vlaams Belang). Hij spiegelde zich aan Hans van Mierlo en stond een links-liberale politiek voor in Vlaanderen.

Tegelijkertijd liep hij voorop in de Vlaamse emancipatiestrijd, maar deed dat altijd op constructieve wijze – hij was niet uit op het opblazen van het koninkrijk België maar juist op versterking van het land middels goede afspraken met de Walen aan de andere kant van de taalgrens. Schiltz, een erudiet en charismatisch mens bovendien, werd daamee één van de belangrijkste architecten van het huidige, gefederaliseerde België.

De advocaat en hoogleraar economie Schiltz zat 40 jaar in de gemeenteraad van Antwerpen (vanaf 1958), hij was parlementariër en senator, minister in zowel de Vlaamse als de (federale) Belgische regering (onder Martens), én hij was vier jaar partijvoorzitter van de (Vlaams nationalistische) Volksunie. In 1995 kreeg hij de eretitel van minister van Staat.

In zijn jeugd zat Schiltz gevangen in een katholiek milieu waar ‘gezag gezag was’ en waar collaboratie niet als fout werd beoordeeld. Pas na de oorlog, toen hij in een interneringskamp verbleef, kwam hij er achter „dat het een politieke fout is geweest”, zei hij in 1995 tegen deze krant.

In de jaren zestig sloot hij zich aan bij de Volksunie – het politieke vehikel van de Vlaamse ontvoogdingstrijd. Dat waren de jaren waarin de taalstrijd in Voeren hoog opspeelde. Schiltz kende zijn Franstalige tegenstanders: „Ze gaan uit van een ‘droit de gens’ maar zetten dat om in een ‘droit du sol’ zodra ze in de meerderheid zijn”, beschreef hij ooit de Waalse neiging tot landjepik.

Als minister en later als bemiddelaar pareerde hij de Waalse politiek met heldere Vlaamse wensen, maar ook met bereidheid tot compromissen op unitair niveau. Met name de rechtervleugel van de Volksunie nam hem dat kwalijk, wat uiteindelijk leidde tot een afsplitsing en de oprichting van het Vlaams Blok. Tegen de rechtse flaminganten heeft Schiltz zich zijn verdere leven verweerd, ook op de jaarlijkse bedevaarten van nationalisten naar Diksmuide.