Mountainbiker Brentjens een klasse apart

Bart Brentjens is voor de negende keer Nederlands kampioen mountainbike geworden. Net als de laatste drie jaar won de 37-jarige oud-olympisch kampioen met grote overmacht.

Door Jan Hiddink

Meer dan drie minuten bedroeg na ruim twee uur competitie het verschil tussen Bart Brentjens en de nummer twee Rudy van Houts, bij de finish van het nationaal kampioenschap. Een hele afstand. Maar nog indrukwekkender wordt de overmacht met een blik op de geboortedata: Brentjens (37) is ruim vijftien jaar ouder dan Van Houts, die geldt als het grootste mountainbike-talent van Nederland.

De sport mountainbike maakte tien jaar geleden een enorme opgang, toen Brentjens op de Olympische Spelen in Atlanta goud won. Hij voegde daar een bronzen medaille aan toe tijdens de Spelen van Athene in 2004, als één van de oudste deelnemers van het veld. Brentjens sprak daarna de verwachting uit dat hij medio 2006 de sport vaarwel zou zeggen; de volgende generatie zou tegen die tijd het roer hebben overgenomen. Hij zat er faliekant naast. De renner uit het Brabantse Schaijk was gisteren tijdens het NK oppermachtig. Feilloos sturend en zonder een moment van verzwakking, draaide Brentjens zijn rondjes door de heuvels van Zuid-Limburg, gadegeslagen door een veelkoppig publiek waarin bewondering en verbijstering weerklonk.

Al voor het NK had Brentjens bekend gemaakt ook de Spelen van Peking 2008 te ambiëren. Die aankondiging zal hard zijn aangekomen bij de andere Nederlandse mountainbikers die Olympische ambities hebben. Individuele plaatsing is pas vanaf volgend jaar mogelijk, maar op basis van dit seizoen heeft alleen Brentjens weten te voldoen aan de kwalificatiestandaard. Hij deed dat ruimschoots: de eerste wedstrijd om de wereldbeker, op Curaçao, wist hij te winnen. Daarmee toonde Brentjens aan dat hij nog altijd, net als tien jaar geleden, de beste van de hele wereld kan zijn.

Zoekend naar een verklaring voor zijn overmacht, is de concurrentie in Noorbeek het over één ding roerend eens: de toewijding van Brentjens is zonder weerga. Met ontzag wordt uiteengezet hoe bij hem alles voor de rood-wit-blauwe trui moet wijken. Veldrijder Gerben de Knegt, van oorsprong mountainbiker: „Hij wil persé winnen en daarvoor kan hij echt alles aan de kant zetten. Hij maakt zich ook vreselijk druk voor zo’n evenement, voor de start lijkt hij meer op een zenuwachtige jongen van achttien dan op een routinier. Dat heeft hij nodig. Daarmee zet hij zichzelf op scherp”.

De kampioen zal het na afloop zelf beamen: het zonnetje in huis is hij de afgelopen dagen niet geweest, er is heel wat ruzie met de fiets gemaakt en tijd voor de kinderen of de boodschappen zat er niet in. Het kampioenschap nam hem volledig in beslag.

Diezelfde toewijding ziet ook Leo van Zeeland, sinds jaar en dag de bondscoach van de mountainbikers. „Het is een combinatie van factoren. Bart kan zich helemaal afsluiten om te schitteren op die ene wedstrijd. Daarnaast is hij uitzonderlijk gedisciplineerd, op een gezonde manier, zonder dat hij lijdt onder een dwangmatig moeten. En tot slot dicht ik hem een enorm analytisch vermogen toe. Hij kan op voorhand en na afloop een wedstrijd van a tot z doorzien.” Van Zeeland wil ervoor waken de nationale selectie op te zadelen met de plicht het gat met Brentjens te dichten. „Je moet iedereen z’n tijd gunnen om zich te ontwikkelen.” De bondscoach is met reden behoedzaam. Meerdere potentiële opvolgers gingen al verloren voor de sport. Enkelen vergrepen zich aan doping, anderen verkasten naar het financieel veel aantrekkelijker veldrijden of wielrennen.

En dus blijft de mountainbikesport in Nederland z’n tweeslachtigheid houden. Het boegbeeld is een wereldtopper die iedereen koestert, maar tegen wiens klasse de rest alleen maar schril kan afsteken. Over die sportieve tekortkoming wordt met weinig woorden gerept; hoeveel mooier is het niet om de loftrompet te steken. Middenmoter Wilco Verwegen: „Bart is een uitzonderlijk mens. Vergelijk hem maar met Merckx.”