Jeugdzorg kritiseert Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming moet worden opgeheven. Het onderzoek dat zij verricht naar problemen binnen gezinnen kost maanden terwijl de kinderen in zo’n gezin vaak in nood zijn.

Dit zegt Bart Groeneweg, directeur van de Bureaus Jeugdzorg in Zuid-Holland en Haaglanden, vandaag in deze krant. Bovendien doet de raad volgens Groeneweg „het onderzoek van Bureau Jeugdzorg nog eens dunnetjes over”.

De Raad voor de Kinderbescherming, die onder Justitie valt, doet alleen onderzoek naar problemen in een gezin als de ouders hulp weigeren van Jeugdzorg, terwijl het vermoeden bestaat dat zij hun kinderen mishandelen. In Nederland worden volgens Justitie ruim 50.000 kinderen thuis mishandeld, van wie er jaarlijks vijftig aan de gevolgen overlijden.

Als de kinderrechter na onderzoek van de Raad besluit dat een kind onder toezicht wordt gesteld, komt de zaak terug bij Bureau Jeugdzorg. Die procedure kan maanden duren. Groeneweg vindt dat omslachtig. „Wat mij betreft”, zegt hij, „mag de Raad worden opgeheven. Als mensen zeggen dat de jeugdzorg bureaucratisch werkt, hebben ze híer een punt.”

Waarnemend directeur van de Kinderbescherming, G.J. van Egmond, erkent in een reactie dat de „keten sneller kan”. „Maar één partij opheffen is geen oplossing, omdat Jeugdzorg dan beide vragen (ook de juridische, red.) in één keer moet beantwoorden. Dit werkt belangenverstrengeling in de hand en gaat ten koste van zowel cliënt als kind.”

De vijftien Bureaus Jeugdzorg die vanaf 2000 zijn opgericht, krijgen ook kritiek. Zij moeten fungeren als één loket voor alle problemen. Critici van de bureaus menen echter dat hulpverleners worden opgezadeld met papieren ballast, schreef Felix Dronkers, beleidsmedewerker jeugdhulpverlening vorige maand in het Tijdschrift voor Jeugdzorg. „Bureau Jeugdzorg is een dramatische, peperdure beslissing gebleken.”

jeugdzorg: pagina 2