Jampot

Rond etenstijd gaat de bel. Het is de man van het Leger des Heils die zijn plek voor de ingang van de super even verlaten heeft. We kennen elkaar, ik doneer regelmatig wat kleingeld. De man met bril, model jampot, bekijkt me met wantrouwen. Hij herkent me kennelijk niet in een andere omgeving.

Hij geeft mij een boekje en steekt de collectebus wervend naar voren. Ik bekijk het boek en zeg dat ik geen belangstelling heb. Woede schittert achter de dikke bril. Hij grist het boekje uit mijn handen, sist: „terug” en draait zich om.

De volgende dag staat hij weer bij de super. Ik geef hem wat kleingeld en hij licht z’n pet even op.