Gemengde gevoelens na mislukte zwemraces

Een beroerde finish kostte Marleen Veldhuis gisteren de zege op de 50 meter vrije slag. Op hetzelfde nummer werd kopman Pieter van den Hoogenband een dag eerder uitgeschakeld.

Mark Hoogstad

Boedapest, 7 aug. - Het was „een hakpartij”, zaterdag in het Széchy-bassin van Boedapest. Als een volleerd houthakker was Pieter van den Hoogenband tekeer gegaan. Eenmaal op het droge constateerde hij grijnzend „een half bos te hebben weggekapt”. Een veertiende plaats leverde „het gehakketak” in het water hem op, in de halve finales van de 50 meter vrije slag, en dus voortijdige uitschakeling.

Het deerde de drievoudig olympisch kampioen niet. Hij mist, na zijn zware herniaoperatie van mei vorig jaar en de daaropvolgende revalidatieperiode, vooralsnog de explosiviteit om zich op de korte nummers te kunnen mengen in de strijd om de medailles. Dat was vrijdag al zo in de finale van de 100 meter vrij, dat was een dag later eveneens het geval op het kortste sprintonderdeel, dat onder zwemmers te boek staat als een loterij.

Had Van den Hoogenband vrede met zijn „waardeloze race”, zijn vrouwelijke evenknie binnen de Nederlandse ploeg, Marleen Veldhuis, liet een dag later haar frustraties de vrije loop na een al even hopeloze exercitie op de 50 vrij, die nog wel de bronzen medaille opleverde. In de stad waar snelheid gisteren centraal stond, met het Formule 1-circus enkele kilometers verderop, moest de oud-waterpoloster uit Borne net als op de 100 vrij voorrang verlenen aan Britta Steffen.

Dat was geen schande. De 22-jarige Duitse, een van de revelaties van het toernooi en gisteren goed voor 24,72, verbeterde de afgelopen week al drie wereldrecords (100 vrij, 4x100 vrij en 4x200 vrij). Maar Veldhuis (24,89) deed, niet voor het eerst in haar carrière, zichzelf te kort door haar finish te verknallen, na vrijwel de gehele race op kop te hebben gelegen. Met als gevolg dat ook de Zweedse veterane Therese Alshammar (24,87) haar op een vingerlengte versloeg. „Ik miste de laatste drie slagen, en dat mag dus gewoon niet”, mopperde Veldhuis.

Excuses wenste de 27-jarige studente niet aan te dragen. Een groentje is ze niet meer. Al vier jaar maakt ze deel uit van de nationale ploeg. Ongemeen hard oordeelde ze na afloop dan ook over zichzelf. Veldhuis had domweg gefaald. „Ik kan wel blijven roepen dat ik hier weer van leer, maar op gegeven moment ben je uitgeleerd. Dat wil zeggen: ik leer nog wel, maar ik moet nu ook eens grote wedstrijden gaan winnen.”

Haar coach Fedor Hes was dezelfde mening toegedaan. „Marleen is nu in een fase van haar carrière aanbeland dat ze prijzen moet pakken. Ze mag en kan niet meer tevreden zijn met een tweede of derde plek. Vorig jaar bij de WK was ze tweede [achter de Australische Lisbeth Lenton], dus dat betekent dat ze hier gewoon behoort te winnen.”

Fouten zijn dodelijk op de 50 vrij. Het is één, hooguit twee keer ademhalen en ‘simpelweg rammen’. Bevangen als ze vanouds is voor benauwdheidsvrees koos Veldhuis, al sinds jaar en dag astma-patiënte, voor twee ademhalingen, daar waar Alshammar met haar karakteristieke molenwiekslag niet één keer naar lucht hapte. Maar of dat de reden was dat ze in de slotfase plotseling stilviel, durfde Veldhuis niet te zeggen. „Misschien was het wel concentratie.”

Gebrand op de eerste plaats was Veldhuis, bezig aan haar derde EK-toernooi, ditmaal als nooit tevoren. Te vaak nu al heeft ze haar kansen niet benut. Voor zover ze dat zelf al niet besefte, herinnerde haar omgeving daar wel aan. Zelf had ze al de hulp van een sportpsycholoog ingeroepen. In Boedapest moest en zou de ommekeer ingeluid worden. Al was het maar om van het stigma af te komen dat ze niet meer is dan ‘een goede kortebaanzwemster’.

Ze kon en wilde „ook niet achterblijven”, nadat ploeggenote Inge Dekker zichzelf vrijdag had bevrijd van haar finalesyndroom en de gouden medaille had opgeëist op de 100 meter vlinderslag. Maar tussen kunnen en willen gaapt een diepe kloof, ondervond Veldhuis maar weer eens op de slotdag van de zwemzevendaagse in de Hongaarse hoofdstad. Haar eerste gouden medaille bij een langebaantoernooi (50 meter) laat nog altijd op zich wachten.

Die wetenschap verleidde Veldhuis tot hartgrondig zelfbeklag, dat een dag eerder niet aan Van den Hoogenband was besteed. Maar het boegbeeld van de Nederlandse zwemploeg wist dan ook precies waar het in zijn geval aan schortte: een gebrek aan coördinatie. Het is simpelweg de prijs die hij, wel winnaar van de 200 meter vrije slag, in Boedapest op de korte(re) nummers moest betalen, na zijn revalidatie. „Pieter kan zijn techniek nog niet vasthouden bij een hogere snelheid”, vertelde zijn trainer Jacco Verhaeren. „Hij moet door die barrière heen, maar daar heeft hij langer voor nodig.”

Pijnlijk voor Van den Hoogenband was zaterdag evenwel de constatering dat de aflossingsploeg op de 4x200 vrij nog allerminst van olympische allure is. Zonder de kopman leed het kwartet Wildeboer/Van Velthoven/Oosting/Zastrow al schipbreuk in de series: tiende plaats (7.24,66). „Daar hebben we ook nog wat werk te verzetten”, wist Van den Hoogenband.

Om zijn start en keerpunten aan te scherpen doet VdH komend weekeinde mee aan een lucratief kortebaantoernooi in Hamburg. Veldhuis op haar beurt hoopt in Noord-Duitsland vooral haar kater weg te spoelen.