Eten uit de tuin

Als je maar lang genoeg wacht wordt alles een keer hip. Zelfs de onhipste dingen als gezondheidssandalen, kruidenthee en nu ook volkstuinen. De volkstuin begon zijn carrière als uitvloeisel van een socialistisch ideaal, waarbij iedereen recht had op een eigen stukje grond. Na een lange werkdag konden de fabrieksarbeider, de havenwerker en de kleine middenstander hun erfdeel aarde omploegen, er aardappels, uien en kool in poten en genieten van hun mini-vrijheidsstaatje langs het spoor. Nog even en zo’n landje is opnieuw een ideaal, maar dan van jonge, hoogopgeleide mensen die niet de stad uit willen maar wel willen wroeten.

Een van mijn hipste vriendinnen – ze draagt Birkenstocksandalen en drinkt muntthee, overweegt er een te nemen. Honderd euro per jaar is geen geld voor een eigen oase buiten de stad, onbeperkt frisse lucht en een beetje therapeutisch modderen in moeder aarde. Het scheelt bovendien een abonnement op de sportschool en levert een goed deel van het jaar gratis onbespoten groente op.

En zo worden, met een beetje geduld, zelfs je schoonouders hip. Die van mij hebben al jaren een volkstuin. Om eerlijk te zijn vind ik dat nog veel idealer dan er zelf een te bezitten. Wel de lusten, niet de lasten zal ik maar zeggen. Van april tot en met september krijgen wij wekelijks zakken vol versgestoken aardappels, asperges, bietjes en worteltjes, net gesneden sla en kruiden, pasgeplukte courgettes en komkommers, aardbeien, bessen en bramen zo van de struik en tomaten, paprika’s, en pepers uit het kleine kasje. Tijn en Pep, die vaak bij opa en oma logeren, weten precies hoe een spruitje groeit, wanneer je tuinbonen plukt en welke frambozen rijp zijn.

Van vakanties neem ik lokale zaadjes mee, die mijn schoonmoeder voor me opkweekt. Kan ik thuis ook Portugese grellos (rapengroen), Italiaanse cavolo nero (donkerpaarse kool) en Griekse rigani (oregano) eten. Jong en oud, en alles er tussenin, geniet van dat ene lapje land. Ideaal toch?

Zomerbietjes die zo uit het zand komen eet ik het liefste rauw. Snijd er eens een doormidden en verbaas je over de waanzinnig mooie patronen in vele tinten wit, roze en rood.

Dit recept is als bijgerecht voldoende voor vier personen.

4 verse, rauwe zomerbietjes

1 eetlepel karwijzaad

1 eetlepel appelciderazijn

1 eetlepel biogarde of volle yoghurt

3 eetlepels zonnebloemolie

klein handje dille, fijngesneden

Schil de bietjes met een scherp mesje en schaaf ze óf in flinterdunne plakjes of rasp ze grof. Rooster de karwijzaadjes in een droge, hete koekenpan tot ze gaan geuren. Klop een dressing van azijn, yoghurt en olie en maak op smaak met zout en versgemalen peper. Meng karwijzaad, dille en dressing door de bietjes en laat de smaken een kwartiertje intrekken.

Praat mee over moestuinen, boomgaarden en kruidenplantjes op je balkon op www.nrc.nl/kokenetc