Een groot leeg plein met een potlood en een wafelijzer

Blaak in Rotterdam is een brede streep asfalt.

Met in het midden iets dat lijkt op een enorme oester.

Op de hoek van Blaak en de Posthoornstraat hangt een herinneringsbord aan de wand. ‘Hier stond van 1736 tot mei 1940 de Evangelisch-Lutherse kerk’. Net als Hofplein is ook Blaak – of de Blaak, dat mag ook – hevig getroffen door het Duitse bombardement. En waren het de bommen niet, dan was het wel het vuur dat na het bombardement woedde, zegt kunsthistorica Gepke Bouma. Zij wijst naar een rij van negen oude platanen. Als door een wonder werden de bomen gespaard, omdat een stevig bankgebouw het ziedende vuur tegenhield.

Tot het bombardement was Blaak anders van karakter dan nu. Blaak was eigenlijk een gracht die als haven werd gebruikt, waar veel winkel- en uitgaansgelegenheden te vinden waren, alsook een Beursgebouw en een groot postkantoor. Bij de wederopbouw werd de gracht gedempt met het puin van deze glorie, en verrees een moderne, boulevardachtige weg die als doorgaande route moest fungeren. En dat is goed gelukt, kun je zeggen: vandaag is Blaak een brede streep asfalt waar verkeersherrie het geluidsbeeld bepaalt. Het doet ergens in de verte denken aan een betekenis van het woord ‘blaak’, dat naar het ‘blakeren’ of branden van houten scheepsrompen verwijst. Het is overigens niet zeker of de straatnaam daar ook naar verwijst: dat is onder deskundigen nog een open vraag.

Blaak, en ook Westblaak in het verlengde, is „een beetje saaie straat”, zegt Bouma. „Zeker ’s avonds ga je hier niet even lekker een wandelingetje maken.” Hoge kantoorpanden domineren de twee straatkanten, al is er ook gestapelde woningbouw te vinden. De geslotenheid die dat oplevert, wordt opgevangen met open ruimtes. Op de grootste vinden we station Blaak, knooppunt van ondergrondse trein- en metroverbindingen en bovengrondse tram. Het station is omzoomd met de bekende kubuswoningen en het ‘potlood’, gebouwen die in geen architectuurboek ontbreken. Maar ook het station zelf mag er zijn. De ondergrondse ruimte wordt half gesloten met een ‘deksel’ van staal en glas, waardoor het iets van een oester of een wafelijzer weg heeft.

Een tweede open ruimte ligt tegen de Westblaak aan, vlak voor het Maritiem Museum waarmee Blaak afsluit. Het is het Plein 1940, dat door geen mens bezocht zou worden als er niet een van de beroemdste beelden van Rotterdam stond. Ossip Zadkine’s ‘De verwoeste stad’ heft angstig de handen ten hemel, probeert tot in eeuwigheid het onheil te keren dat over Rotterdam werd uitgestort.

Alle straten van Monopoly worden tegen het licht gehouden. Praat mee op nrc.nl/monopoly