Branco zoekt eigen weg tussen fado, jazz en pop

Concert: Cristina Branco met kwintet. Gehoord: 5/8 Concertgebouw, Amsterdam

Heeft Cristina Branco het te druk? Tijdens het ‘jazzconcert’ dat zij zaterdag gaf in het Amsterdamse Concertgebouw, wekte ze in elk geval de indruk er niet helemaal bij te zijn. Een liedje verkeerd inzetten, een stuk vergeten, een muzikant een onjuiste voornaam geven en afsluiten met een liedje zonder finale-allure; het zijn allemaal tekenen van een gebrek aan concentratie.

Vijf concerten in één weekend, met verschillende bezettingen, dat is natuurlijk ook nog al wat. Temeer daar Branco ook figureerde als ceremoniemeester. In die laatste hoedanigheid presenteerde zij zaterdag het trio van pianist/componist Mário Laginha; een bedreven gezelschap dat grote diepgang bereikte in een mengvorm van jazz en klassiek. De werkwijze is vergelijkbaar met die van de Fransman Jacques ‘Play Bach’ Loussier, maar minder getruct en minder voorspelbaar.

Bassist Bernardo Moreira speelt fraai sonoor en de in Brazilië getogen slagwerker Alexandre Frazão doet precies wat dit genre vraagt: vederlicht en trefzeker accentueren. Ook met gitarist Maarten van der Grinten en rietblazer Michael Moore erbij blijft het klankbeeld welluidend en doorzichtig.

Een tikje onduidelijk wordt het pas als Cristina Branco zich bij dit vijftal voegt. Aan jazz wil ze zich niet vergrijpen en ook de fado is dit keer taboe, al ‘verraadt’ ze zich soms door een flinke uithaal of een te zwaar aangezet vibrato. Wat Branco dit keer op het podium beproeft, net als op haar cd Ulisses, is een genre dat bij ons in de glorietijd van Liesbeth List ‘luisterliedjes’ werden genoemd. Liedjes met een poëtisch karakter die vooral gedijen in een intieme sfeer.

Dat Branco de Grote Zaal daarmee niet altijd pakte en in Joni Mitchells A Case of You hoorbaar worstelde met Laginha’s arrangement, werd haar door het publiek vergeven. Een kleine waarschuwing kreeg zij wel; de staande ovatie die zij standaard krijgt, kwam nu pas toen ze op het podium terugkwam. Een nieuwe toegift had ze niet, dus zong ze nog eens Alfonsina y el Mar van de Argentijnse tekstdichter Félix Luna gewijd aan de dichteres Alfonsina Storni die in 1938 zelfmoord pleegde door de zee in te lopen.

Zo tobberig lijkt Cristina Branco niet, maar het het is wel duidelijk dat ze tussen Amália Rodrigues, voor wie ze onlangs een dvd-hommage opnam, en de popgroep Bløf, met wie ze binnenkort gaat filmen, op zoek is naar een nieuwe eigen stijl. Dat zoiets soms een beetje van ‘au’ gaat, weet elke serieuze kunstenaar.