‘Beter dan internetdaten’

Vrijgezel en op zoek naar een partner? Terese van der Helm organiseert een bedevaart naar de kapel van de Heilige Anna, patrones van de singles.

In het Amsterdams Stadsblad was een oproep geplaatst. ‘Zoek je een geliefde, heb je een kinderwens?’ stond er. ‘Ga dan mee naar de kapel van de Heilige Anna in Molenschot op 30 juli. Anna is patrones van mannen en vrouwen met een partner- en/of kinderwens.’ Het telefoonnummer dat erbij stond, was van Terese van der Helm, in het dagelijks leven vertrouwenspersoon voor prostituees bij de GGD. De bedevaart begon, half lacherig, als evenement voor haarzelf en dertig vrijgezelle kennissen. Hun gebeden aan Moeder Anna werden verhoord, steeds meer vrouwen vonden hun geliefde of werden zwanger. Dit jaar organiseert ze het voor de achtste keer.

De meeste bedevaartgangers zitten alleen, sommigen zijn met een vriend of vriendin. Een jonge, mooi opgemaakte vrouw wordt begeleid door haar moeder. Het is acht uur ’s ochtends en er hangt een verwachtingsvolle stemming in de bus. Door een microfoon legt Terese uit wie de Heilige Anna is. Op 50-jarige leeftijd werd zij, na een onderhoud met de engel Gabriel, de moeder van Maria. „Maak een plaatje van wat je haar wilt vragen”, adviseert ze. „Vraag jezelf: wat kan een partner toevoegen aan mijn leven? Hoe kan ik gelukkig met hem worden?”

Johanna is een struise, goedlachse dame van in de zestig. Ze heeft een eigen praktijk in edelsteentherapie, is bereisd, belezen en al dertig jaar alleen. Jaren geleden had ze al van de bedevaart gehoord, maar pas nu reageerde ze op de advertentie. De kerk vindt ze „een vreselijk instituut”.

Van Moeder Anna verwacht ze niet zoveel. Maar toch. In april was ze met een vriendin in een kerkje in Newcastle, waar bezoekers gebeden op briefjes konden achterlaten. Op haar briefje had ze alleen haar naam gezet. Binnen een week waren twee van haar grootste wensen in vervulling gegaan: ze vond de cabriolet die ze altijd al wilde hebben en ze ontmoette haar huidige minnaar. Getrouwd, dat wel, maar een stuk jonger dan zij, en spannend! „Elke week brengt hij een bos rozen voor me mee”, glimt ze. Nu wil ze meer. „Lekker op reis gaan in een camper met een vitale man. Om te lachen en te huilen en te vrijen. Nou ja, je weet wel”, lacht ze.

Aan de andere kant van het gangpad zitten Dalia en Willem. Ze kennen elkaar van de fetisjclub – „Willem ziet er gewoontjes uit, maar hij heeft diepe gronden”, zegt Dalia. Geliefden zijn ze niet. „Ik ben tien jaar te oud voor haar, en niet mooi genoeg”, zegt Willem. Hij klinkt beslist. Het is überhaupt moeilijk om een partner te vinden in die scene, klaagt hij. De muziek staat vaak te hard om contact te leggen, „en velen gaat het alleen om platte seks”, vult Dalia aan. Willem zoekt een vaste relatie, zij een lat-relatie. Liefst met een jonge, zwarte man. Maar wel eentje die hier is opgevoed, voegt ze eraan toe. Hij moet niet terugdeinzen voor een fetisjparty, maar ook van klassieke muziek houden, en van diepzeeduiken. En hij mag niet de hele tijd op haar lip zitten. „Ik ga meer voor de lust”, giechelt ze.

Molenschot is een gehucht van 1.500 inwoners. Sinds er ruchtbaarheid werd gegeven aan de bus uit de hoofdstad, zijn er van heinde en verre marktkooplui op de naamdag van Moeder Anna afgekomen. Ze verkopen tuinkabouters, plastic rozen in de vorm van een hartje, Ajax T-shirts.

In de kerk is het al even druk, met moeite kunnen de busreizigers hun plaatsje vinden. Dalia wurmt zich, kortgerokt en hooggehakt, met Willem op een bankje aan de zijkant, Johanna zit vooraan, bij het altaar met zonnebloemen.

De preek van de pastor gaat over het verlangen. „Moeder Anna heeft in haar eigen leven ervaren dat de mens niet gemaakt is om alleen te zijn”, zegt hij. „Ieder mens kent hele diepe verlangens, juist in een tijd waarin we veel zelf kunnen bepalen. Op tal van stemmen en signalen weten mensen alert te reageren, maar de stem van hun hart horen zij niet.” Er wordt instemmend geknikt.

Het is een oecumenische dienst, dus iedereen mag ter communie. Daarna schuifelt de menigte naar buiten om een kaarsje te branden in het aangrenzende kapelletje en boven een bidprentje zijn wens uit te spreken. De botsautootjes van de kermis loeien al, het terras van café-restaurant de Drie Linden loopt vol.

Voor de bedevaartgangers is een Brabantse koffietafel met balkenbrij en brandewijn aangericht. Erik Jan en Elsbeth, twee hoogopgeleide, vlot geklede oud-collega’s, praten na. Erik Jan vond in de dienst „een soort mystiek” terug die hij mist tijdens het internetdaten, waar Elsbeth en zij allebei ervaring mee hebben. Een ontmoeting met de ware heeft het hen geen van beiden opgeleverd, en langzamerhand worden ze sceptisch over het medium. „Je kunt bij wijze van spreken selecteren op rood haar”, zegt Erik Jan. Elsbeth: „Het wordt een soort winkel.”

De touringcar toetert, de terugtocht naar Amsterdam wordt hervat. Johanna is tevreden. „Ik vond het ontroerend”, zegt ze, „ik kan er niets aan doen.” Heeft ze onder de bedevaartgangers geen interessante partij gezien? „Dat lijkt me wel een leuke man”, wijst ze naar de overkant van het gangpad. „Hij heeft kromme benen, dat hebben motorrijders ook. Daar heb ik wel een zwak voor. Dat ze er niet uitzien als een boekhouder.”