Berlijn twijfelt over deelname aan VN-macht

De Israëlische premier Olmert vraagt om Duitse militairen voor een VN-missie. De Duitse politiek is verdeeld over het risico.

Mark Schenkel

Een militair van de Bundeswehr die mogelijk het vuur opent op een militair van het Israëlische leger. Kan dat?

Die vraag gaat schuil achter het debat dat al ruim een week in Duitsland speelt over de vraag, of het land militairen moet leveren aan een nog te vormen VN-macht voor Zuid-Libanon. De historisch beladen kwestie heeft dit weekend aan urgentie gewonnen door het verzoek van de Israëlische premier Olmert, om een Duitse bijdrage aan een VN-missie. De bondsregering zit met de kwestie in haar maag en weigert zich vooralsnog uit te spreken.

„Ik zou graag Duitse militairen in Libanon zien”, zei Olmert afgelopen vrijdag tegen de Süddeutsche Zeitung. Dit verzoek herhaalde hij gisteren tegen de Welt am Sonntag. Het scenario van Duitsers en Israëliërs die met elkaar slaags raken is volgens Olmert denkbeeldig: „Waarom zouden Duitse militairen op Israël schieten?”

Veel politici in Duitsland zien dat risico wel. Er gaan weliswaar stemmen op die stellen dat Duitsland, juist wegens zijn ‘historische verantwoordelijkheid’ jegens Israël, militairen moet leveren. „Wij staan aan de kant van Israël”, verklaarde minister van Defensie Jung (CDU) weken geleden al.

Maar nu het verzoek van Israël op tafel ligt, variëren de meeste politieke reacties van terughoudend tot regelrecht afwijzend. Fractievoorzitter Westerwelle van de oppositionele, liberale FDP vindt het idee van Duitsers in Libanon „ondenkbaar”. De eveneens oppositionele Linkspartei, een verzamelbekken van socialisten en voormalige communisten, heeft zich ook tegen Duitse betrokkenheid uitgesproken. De derde oppositiepartij, De Groenen, vreest vooral een verlengstuk te worden van Israëls strijd tegen Hezbollah.

De regering van bondskanselier Merkel staat ook niet direct te trappelen. Zij herkent de risico’s en stelt het definitieve besluit over een troepenleverantie daarom uit. Minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier (SPD) noemde het verzoek van Olmert een „opvallend bewijs van vertrouwen” van Israël in de relatie met Duitsland. Hij verbond daar echter niet de toezegging van militaire steun aan. Om de indruk van een al te grote Duitse bereidwilligheid te voorkomen, werd minister van Defensie Jung bovendien al snel gedwongen zijn pro-Israëlische uitlating weer in te slikken.

Tegelijkertijd hoedt Berlijn zich voor een onomwonden ‘nee’. Merkel zei eerder dat een Duitse bijdrage praktisch eigenlijk onmogelijk is, gezien de huidige inzet van ruim 7.500 Bundeswehr-militairen in onder meer Congo, Afghanistan en Kosovo. Toch heeft dat niet tot een afzegging geleid.

De officiële lijn is dat Duitsland wacht op het VN-mandaat voor een multinationale troepenmacht. Pas wanneer meer bekend is over omvang, commando en taakomschrijving van de missie wil Berlijn besluiten.

Mocht Duitsland aan een missie deelnemen, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat de Bundeswehr gestationeerd wordt aan de grens tussen Israël en Libanon. Dit is nauwelijks bespreekbaar voor coalitiepartij SPD. „Wel denkbaar is dat Duitse militairen helpen bij het opleiden van Libanese troepen”, zei de sociaal-democratische staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Erler vanochtend. Een andere mogelijkheid is het stationeren van militairen langs de grens tussen Libanon en Syrië. Daar zou de Bundeswehr de bevoorrading van Hezbollah vanuit Syrië kunnen tegengaan.

Berlijn wacht ook met een besluit om tijd te winnen voor zijn diplomatie. Duitsland, dat goede banden onderhoudt met zowel Israël als de Arabische landen, probeert met alle betrokken partijen te praten. Naar verluidt wendt minister Steinmeier de Duitse invloed vooral aan om Syrië – grootleverancier van Hezbollah – achter een wapenstilstand te krijgen.

Een snel besluit over een Bundeswehr-bijdrage in Libanon zou, aldus waarnemers, een van de strijdende partijen kunnen bruuskeren, waarmee Berlijn zijn diplomatieke positie kan verspelen.