Argentinië straft ex-militairen

Voor het eerst sinds het schrappen van de amnestiewetten in Argentinië is iemand veroordeeld wegens zijn rol tijdens de militaire dictatuur. Nog 958 verdachten volgen.

In Argentinië is afgelopen vrijdag, ruim 23 jaar na het beëindigen van de militaire dictatuur, een politieman veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf wegens grove mensenrechtenschendingen.

Het is de eerste veroordeling sinds het Argentijnse Hooggerechtshof vorig jaar bepaalde dat eerder afgekondigde amnestiewetten voor misdaden begaan tijdens het militaire bewind dat van 1976 tot 1983 het land regeerde, ongrondwettig waren. Het vonnis werd in de rechtszaal met luid applaus begroet door vertegenwoordigers van mensenrechtenorganisaties.

Berechting van de misdadigers van het voormalige militaire bewind is een belangrijk thema voor de huidige linkse regering van de in 2003 aangetreden president Néstor Kirchner. Tijdens de dictatuur zijn tussen de vijftien- en dertigduizend mensen vermoord.

Het historische vonnis is uitgesproken tegen de nu 65-jarige sergeant van politie Julio Simón. Hij werkte indertijd als bewaarder in gevangenis El Olimpo, een van de clandestiene detentiecentra waar linkse activisten werden opgesloten, gemarteld en gedood.

De rechter acht bewezen dat Simón in 1978 het echtpaar José Poblete en Gertrudis Hlaczik heeft laten ontvoeren en opsluiten. Poblete, een 23-jarige Chileen die een paar jaar eerder om medische redenen naar Argentinië was verhuisd nadat hij in eigen land bij een ongeluk beide benen had verloren, en Hlaczik zijn volgens getuigen die ook waren opgesloten in dezelfde gevangenis regelmatig gruwelijk gemarteld en seksueel misbruikt. Ze gelden sinds 1979 als vermist. Hun in gevangenschap geboren dochtertje Claudia werd clandestien geadopteerd door een militair gezin. Ze is zes jaar geleden dankzij speurwerk van de Grootmoeders van het Plaza de Mayo pas achter haar ware identiteit gekomen. Poblete’s moeder, Buscarita Roa, zit ook in het bestuur van de Grootmoeders.

Ondanks zijn relatief lage rang genoot Simón de nodige bekendheid in Argentinië. Door de amnestiewetten achtte hij zich onkwetsbaar. De man met sterke nazisympathieën trad op televisie op als commentator en verdedigde de mensenrechtenschendingen. Het doel van het militaire bewind was alle linkse activisten te doden, zei hij. In een volgend geval zou hij weer net zo handelen. Simón had het vooral gemunt op buitenlandse, joodse en gehandicapte gedetineerden. Tijdens het proces en in zijn laatste woord heeft hij zijn mond gehouden. Er lopen nog strafrechtelijke onderzoeken tegen hem wegens 145 gevallen van ontvoering en 47 gevallen van marteling.

Volgens recente cijfers van de Argentijnse regering zijn er op dit moment strafrechtelijke onderzoeken gaande tegen 958 verdachten wegens misdaden gepleegd tijdens de militaire dictatuur. Er zitten 211 verdachten in voorlopige hechtenis. Ze worden verdacht van moorden en martelingen gepleegd in een van de in totaal 498 clandestiene detentiecentra die eind jaren zeventig in Argentinië werden geopend. Veel van de gedetineerden zijn nooit teruggevonden omdat ze uiteindelijk boven de Atlantische Oceaan uit een vliegtuig zijn gegooid.

Het belangrijkste martelcentrum was in Buenos Aires de militaire school ESMA. Dat gebouw wordt nu een museum ter nagedachtenis van de misstanden.

De nadruk die de regering-Kirchner legt op de vervolging van de militairen die misdaden hebben begaan tijdens de dictatuur levert overigens steeds meer spanningen op in Argentinië. Rechts vindt dat het huidige bewind zich schuldig maakt aan geschiedvervalsing door zo nadrukkelijk alleen over te gaan tot het vervolgen van verdachten die destijds zijn opgetreden tegen linkse activisten. Ze vindt dat de regering ook aandacht moet hebben voor de slachtoffers van de linkse activisten, de zogeheten Montoneros, die in de jaren zeventig bomaanslagen pleegden en ook mensen ontvoerden en vermoord hebben.

Militairen die eerder dit jaar, soms in uniform, demonstreerden tegen de eenzijdige mensenrechtenpolitiek van de regering zijn ontslagen of disciplinair aangepakt.

Naar verwachting wordt nog voor het eind van dit jaar begonnen met een strafrechtelijk proces tegen twee militairen die president waren tijdens de dictatuur: Jorge Videla en Reynaldo Bignone. Zij moeten terecht staan wegens systematische babyroof. Ongeveer vijfhonderd baby’s van personen die tijdens de dictatuur gevangen zaten, zijn gestolen en ondergebracht bij militaire gezinnen. In totaal 83 kinderen zijn er in de loop der jaren alsnog achter gekomen wie hun echte biologische ouders waren.