Afghaans leger nog niet op eigen benen

Het Afghaanse leger moet uiteindelijk zelf voor de veiligheid in het land zorgen.

Nieuwe rekruten moeten in vijftien weken leren hoe ze de Talibaan kunnen bestrijden.

Najmuddin had nog even geprobeerd om naar Iran te gaan. In zijn thuisprovincie Badghis, nabij Turkmenistan, kon niemand werk vinden. Zijn Iran-avontuur liep echter op niets uit. Dus meldde hij zich aan bij het Afghaanse Nationale Leger.

„Het is hier oké, alleen het eten is niet te pruimen en ik heb mijn salaris nog steeds niet ontvangen”, zegt de 23-jarige militair van Tadzjiekse afkomst. „Ik doe dit werk ook voor mijn land. De tijd van de Talibaan wil geen mens opnieuw meemaken.”

Met zo’n twintig collega’s zit Najmuddin op de grond in een witgeverfde zaal, te kijken naar de andere helft van het peloton dat schietoefeningen doet. Zwijgzaam, bijna verlegen kijken ze naar hun collega’s. Velen zijn analfabeet, sommigen net achttien. Het is hun eerste maand. In vijftien weken worden de rekruten klaargestoomd voor het echte werk.

„Later krijgen ze ook individuele, specifieke trainingen”, legt majoor Khalil uit. „Bijvoorbeeld wat voor technieken ze moeten gebruiken tegen de guerrilla-methoden van de extremisten, hoe ze gebouwen moeten doorzoeken, auto’s checken op bommen. Ze moeten altijd voorbereid zijn op een onverwachte confrontatie. Wie de vijand is, is vaak onduidelijk.”

Locatie: het Kabul Military Training Center (KMTC), dat even buiten de Afghaanse hoofdstad ligt en deels werd verwoest toen de Amerikanen in 2001 het Talibaan-bewind verdreven. Kapot geschoten gebouwen en een uitgestrekt kerkhof van Russische tanks op het terrein illustreren het verleden van een land dat decennia lang in oorlog is geweest.

Hoe lang zal het duren voordat het leger professioneel en sterk genoeg is om zelf voor de veiligheid in het land te zorgen? Ofwel: hoe lang zullen de militairen van de NAVO-stabilisatiemacht ISAF en de coalitietroepen van de antiterreuroperatie Enduring Freedom onder leiding van de VS nog in Afghanistan gelegerd moeten blijven? Niemand die daar nu al een antwoord op durft te geven.

Vorige week nam ISAF in Zuid-Afghanistan het commando over van de coalitietroepen, waarbij Nederland officieel de verantwoordelijkheid heeft gekregen over de provincie Uruzgan. Hoewel de Nederlandse missie twee jaar zal duren, zal het Afghaanse leger in 2008 naar verwachting nog niet in staat zijn om zonder buitenlandse steun te opereren in weerbarstige provincies als Uruzgan, Kandahar of Helmand.

In 2009 moet het Afghaanse leger uit 70.000 manschappen bestaan, maar vooralsnog zijn er rond 30.000. En zelfs 70.000 militairen zijn te weinig om in heel Afghanistan de veiligheid te kunnen garanderen, zo liet de Afghaanse minister van Defensie vorige week nog weten. Volgens hem heeft Afghanistan uiteindelijk een leger nodig van 150.000 soldaten.

De animo om in dienst te treden, zo zegt Mohammad Amin Wardak, commandant van het opleidingscentrum, is in de zuidelijke provincies kleiner dan elders. Of dat te maken heeft met de nadrukkelijke aanwezigheid van de Talibaan de laatste maanden daar? Vrezen potentiële soldaten wraakacties van Talibaan op hun familie? Wardak kan het niet zeggen.

Berichten dat de Talibaan beter zouden betalen dan het leger schuift de generaal terzijde. Met een inkomen van 70 dollar per maand verdienen militairen meer dan de meeste Afghanen. Een arts die voor een staatsziekenhuis werkt krijgt 50 dollar, terwijl onderwijzers tussen de dertig en 40 dollar verdienen. Wardak glimlacht: „Het zal best zo zijn dat de Talibaan meer betalen, want terroristen lopen toch een groter risico om dood te gaan. Dat doe je niet gratis.”