Weg voor de proefjes

Altijd hard werken, die wetenschappers. Soms mogen ze even uit de sleur: op sabbatical. Microbioloog Gijs Kuenen komt op adem in Californië. Michiel van Nieuwstadt

Sabbaticals zijn de manier om als wetenschapper te overleven, zegt emeritus hoogleraar microbiologie Gijs Kuenen (1940). Sinds hij begin jaren zeventig promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen heeft hij consequent om de 5 à 6 jaar wetenschappelijk werkvrij genomen. Halfjaarlijkse verblijven in Los Angeles, de Rode Zee, Aarhus in Denemarken, de kust van Chili en Yellowstone Park leverden tal van publicaties op. “Je werkt met een andere groep, met mensen met andere ideeën. Het zijn de perioden die je helpen om als wetenschapper creatief te blijven.”

Gijs Kuenen is sinds eind vorig jaar met emeritaat, maar dat betekent niet dat hij niet meer met sabbatical kan. Hij heeft een onbetaalde aanstelling aan de TU Delft voor een dag in de week en is van eind mei tot half augustus verbonden aan de vakgroep Geobiologie van de University of Southern California in Los Angeles.

Vakantie, pensioen, sabbatical, het is maar hoe je het noemt, zegt Kuenen aan de telefoon vanuit zijn werkkamer in LA. “Dankzij een onkostenvergoeding kan het ook financieel uit. Ik heb jarenlang veel administratief werk gedaan, nu kom ik weer toe aan de praktische proefjes.”

Kuenen werkt in Los Angeles, maar verblijft een groot deel van de tijd in een kampement in Cedars, een gebied ten noorden van San Francisco, iets meer dan 20 kilometer ten oosten van de San Andreas-breuk. De tektonische processen die in deze regio aardbevingen veroorzaken, brengen er ook gesteenten aan het oppervlak die afkomstig zijn uit de bovenlaag van de aardmantel, de 2.900 kilometer dikke laag tussen aardkorst en aardkern. Dit gesteente staat bekend als peridotiet.

Kuenen: “Onder invloed van regenwater dat over en door het gesteente sijpelt, ontstaan bronnen waar een zeer alkalisch milieu heerst. Met een pH van 12 zit je er op het randje van waar leven mogelijk wordt geacht, maar toch is recent uit ons eigen onderzoek en dat van anderen gebleken dat daarin bacteriën kunnen leven. Wij zoeken naar dergelijke bacteriën en verifiëren of de pH in de bronnen werkelijk zo hoog is. Ik vraag me af: waarvan leven deze organismen? Wat maakt hen zo speciaal dat ze in deze omstandigheden kunnen overleven?”

Steeds heeft Kuenen zich tijdens zijn sabbaticals aangesloten bij bestaand onderzoek. “Anders blijf je een vreemde eend in de bijt.” De geobiologen van de universiteit van Californië in LA richten zich op leven onder extreme condities. De omstandigheden in de bronnen kunnen misschien model staan voor andere planeten of de vroege aarde.

Kuenen was jarenlang directeur van het Biotechnologie Instituut in Delft en het Kluyver Centrum, een onderzoeksinstituut dat zich onder andere richt op industriële toepassingen van gist – geen bacterie, wel een eencellig organisme. Kuenen: “Als leidinggevende van een instituut waar tweehonderd mensen werken, heb je weinig tijd om wetenschapper te zijn. Je moet enorm je best doen om er af en toe tussen uit te kunnen, maar ik had mijn ervaringen in het buitenland voor geen goud willen missen.”

Onder zijn wetenschappelijk personeel heeft Kuenen het nemen van sabbaticals gestimuleerd, met gemengd succes. “Ik had het geluk dat mijn vrouw van tijd tot tijd onbetaald verlof kon nemen, maar dat ligt niet altijd even makkelijk. Toch kan ik het iedereen aanraden, ook vanuit gezinsperspectief. Voor onze kinderen waren de perioden in het buitenland een verrijkende ervaring en het Engels zit hen in het ruggenmerg.”

Kuenen keert in augustus terug naar Delft, maar hoopt al in januari weer naar Californië te vertrekken om het werk voort te zetten, dat zich in de winter vooral in het lab afspeelt. “Onderzoek is in zekere zin altijd mijn hobby gebleven”, zegt hij. “Het houdt je fris.”