Topvliegenier Red Baron had gewoon het meeste geluk

De Red Baron, de ace der aces uit de Eerste Wereldoorlog, was niets meer dan een geluksvogel. Manfred von Richthofen, die zijn bijnaam dankt aan de opvallende rode driedekker waarin hij vloog, wordt door velen gezien als de meest talentvolle jachtvlieger aller tijden. Als het aan Mikhail Simkin en Vwani Roychowdhury van de Universiteit van Californië in Los Angeles ligt, is dat vanaf nu voorbij.

Een piloot mag zich ace noemen als hij vijf vijandelijke vliegtuigen uit de lucht heeft geschoten waarbij de piloot gesneuveld moet zijn of krijgsgevangen gemaakt. Die gelden als ‘overwinning’. Von Richthofen behaalde tachtig overwinningen op de geallieerde luchtmacht voordat hij zelf, vijfentwintig jaar oud, werd neergeschoten op 21 april 1918. Indien in elk gevecht de kans op winst een half zou zijn, zou de kans op tachtig opeenvolgende overwinningen (0,5)80 zijn – bijna nul dus. Maar Simkin en Roychowdhury betwisten dat de kans op een Duitse overwinning in een dogfight een half is. Literatuuronderzoek over Duitse Jasta-piloten (Jasta staat voor Jagd-Staffel, gevechtssquadron) liet zien dat de Duitsers 6.745 overwinningen boekten, tegen 819 verliezen. De onderzoekers opperen terloops dat de Duitsers misschien gewoon beter waren of beter materiaal hadden.

Eenvoudig is aan te tonen dat bij deze verhouding de kans dat een piloot, om het even welke, tachtig overwinningen behaalt, ongeveer vijfentwintig procent is. Vervolgens berekenden Simkin en Roychowdhury, onder meer op basis van zijn overwinningen, dat Von Richthofen een kans van 2 à 3 procent had om verslagen te worden. Daarmee hoort hij bij de beste 30 procent van de Duitse vliegers. In een e-mail rekent Simkin voor dat als de prestaties van de Rode Baron in verhouding zouden staan tot zijn faam (gemeten in google hits), hij 1.350 overwinningen had moeten behalen in plaats van 80.

Wouter Hylkema