‘Stel je vriendelijk op, vertoon geen machogedrag’

De Nederlands-Afghaanse zakenman Kailash Muttreja handelt veel in Afghanistan. Hij heeft vertrouwen in de Nederlandse missie, „als ze maar niet zo gaan schreeuwen als de Amerikanen”.

Hij was afgelopen week even in Nederland, maar morgen vertrekt hij weer naar Afghanistan. De Nederlands-Afghaanse zakenman Kailash Muttreja (53) gaat „eerst even een weekje in Kabul kijken”, vertrekt vervolgens naar zijn geboortestad Kandahar en ook nog even naar Uruzgan, naar de Nederlandse militairen in Tarin Kowt. Dat kan allemaal zonder problemen, zegt hij. „Ik ben één van hen. Ze beschieten mij niet.”

Op dit moment is Muttreja voornamelijk actief als tussenpersoon voor 22 Nederlandse en een paar buitenlandse firma’s. Op die manier leveren Nederlandse bedrijven communicatieapparatuur aan Afghaanse vliegvelden en bouwen zij wegen en bruggen. Bovendien staat de zakenman aan het hoofd van drie bedrijven: Mutco International en Mutco Afghanistan, die in allerlei producten handelen, en Afghan Solar, dat zonnepanelen levert.

Vooral Uruzgan is een grote afzetmarkt voor zonnepanelen, zegt Muttreja. Het National Solidarity Program, opgezet door de Afghaanse regering en gesteund door enkele donorlanden, gaf ieder huishouden in Afghaanse dorpen 200 dollar. Dat geld mochten de huishoudens collectief besteden aan iets wat het dorp vooruit zou helpen, zoals een waterput, bestrating of een school. Ongeveer 450 dorpen kozen voor verlichting door middel van zonnepanelen, geleverd door Afghan Solar.

Muttreja komt uit een echte handelsfamilie. Met zijn vader verhandelde hij in de jaren zeventig allerlei producten tussen Afghanistan en Singapore. In 1978, een jaar voor de Sovjettroepen Afghanistan binnenvielen en het land bezetten, vertrok Muttreja naar Nederland. Gevlucht voor de Russen, maar ook omdat hij kennis had gemaakt met een Nederlandse vrouw, zijn huidige echtgenote.

Vanuit Nederland bleef Muttreja tot het vertrek van de Sovjet-troepen, eind jaren tachtig, zaken doen met zijn geboorteland. Toen de islamitische verzetsstrijders van de Mujahedeen de macht grepen, werd het „lastig”, zegt hij. Pas met de komst van het Talibaanregime, midden jaren negentig, moest Muttreja zijn handel staken. Hij hervatte de handel met Afghanistan direct nadat de Verenigde Staten het land waren binnengevallen, eind 2001.

De handel met Afghanistan is drastisch veranderd, zegt Muttreja in zijn Haagse herenhuis. „Vroeger importeerde ik veel Afghaanse producten, zuidvruchten, katoen en wol. Maar de Mujahedeen hebben alles vernietigd, er is nu bijna geen landbouw meer mogelijk.”

Muttreja ging zich op andere activiteiten richten. In de „twaalf, dertien jaar” dat hij geen zaken deed in Afghanistan, heeft hij niet stilgezeten. De zakenman verplaatste zijn activiteiten naar allerlei oorden: de Verenigde Arabische Emiraten, India – waar hij een groot deel van zijn jeugd doorbracht –, Oekraïne, Tadzjikistan. In de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent liet hij een meelfabriek bouwen.

Na de komst van de Amerikanen kampte Afghanistan met een voedseltekort. Muttreja zette zijn Oezbeekse meelfabriek aan het werk en leverde „twintig- tot dertigduizend ton” graan en meel, in opdracht van hulpinstanties, het Amerikaanse leger en het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Dat leverde hem „een bescheiden winst” op, maar belangrijker was het opbouwen van een nieuw zakennetwerk, aldus Muttreja. „En zo kon ik iets voor mijn land betekenen.”

Vanaf het moment dat de eerste nood was gelenigd, breidde Muttreja zijn handel weer uit. Zaken doen in Afghanistan betekent vooral dat je de juiste mensen moet kennen, zegt de Hagenaar. „Vroeger kende iedereen mijn vader en mij, ook de krijgsheren. Nu moet ik de contacten weer langzaam opbouwen. Ik heb al gesproken met de gouverneur van Kandahar.” De nieuwe gouverneur van Uruzgan, Abdul Hakim Munib, is nog onbekend bij Muttreja. „Ik ken wel zijn voorganger, Jan Mohammad Khan. Ik merk dat die nog veel aanhangers heeft in Uruzgan. Dat is ook niet zo gek: heel Uruzgan bestaat uit zo’n vijf, zes families. Die kende Khan allemaal. Munib komt van buiten.”

Voor zijn activiteiten is het een groot voordeel dat Muttreja zelf een Afghaan is, zegt hij. „Ik maak bij al mijn projecten zo min mogelijk gebruik van buitenlanders, vanwege de veiligheid.”

Neem de zonnepanelen. De containers waarin die worden vervoerd, komen via Iran het land binnen. Op de route naar Uruzgan moeten de containers worden vervoerd door de gevaarlijke, door de Britten beheerste provincie Helmand. Muttreja: „Om problemen te voorkomen, stuur ik mensen uit Uruzgan naar Herat, bij de grens met Iran. Vanaf daar begeleiden zij de containers, dan hebben ze nergens last van.”

Zelf loopt Muttreja naar eigen zeggen geen gevaar. „Je moet je normaal gedragen. Stel je vriendelijk op, vertoon geen machogedrag.” In de houding schuilt volgens Muttreja de sleutel tot succes voor de Nederlandse missie in Uruzgan. „Ik heb gezien dat de Nederlanders hun geweren losjes langs hun lichamen dragen en dat ze minder schreeuwen dan de Amerikanen. Dat is goed. En ze moeten ook wat voor de bevolking doen, bijvoorbeeld helpen bij het bouwen van scholen. Als ze het zo aanpakken, heb ik vertrouwen in de missie.”