Op orde

De Groningse archeoloog Bert Nijboer poneert dat de chronologieën van 1000 voor Christus tot 700 voor Christus in het Middellandse Zeegebied een ratjetoe zijn, zie het artikel `Op orde: archeologie heeft behoefte aan gestandaardiseerde dateringen` (W&O, 29 juli). Hij stelt voor om de absolute chronologieën aan te passen op basis van recente C14-dateringen, zijns inziens `natuurwetenschappelijke dateringsmethoden die nog niet bestonden toen in de jaren 1930 een absolute chronologie voor Griekenland werd opgebouwd op basis van de Griekse historicus Thucydides`.

Mijn commentaar: reeds de sterrenkundigen Theodor von Oppolzer (1887) en Friedrich Karl Ginzel (1899) berekenden tabellen en kaarten met zons-en maansverduisteringen om geschiedkundigen te helpen hun chronologieën absoluut te maken (= te koppelen aan onze jaartelling), als mogelijk ijkpunt voor eclipswaarnemingen in oude kronieken, spijkerschrifttabletten en bamboeboeken. Omgekeerd kon de astronoom Fotheringham rond 1920 dankzij oude waarnemingen de vertraging van de aardrotatie bepalen. Deze heelaldynamica is verder geperfectioneerd na de door Apollo-astronauten op de maan neergezette laser-reflectoren, zie de samenvatting Long-term fluctuations in the Earth`s rotation 700 BC to AD 1990 door F.R. Stephenson en L.V. Morrison (Philosophical Transactions of the Royal Society, London 1995, nr 351 pag 165-202). Hiermee zijn thans nauwkeuriger eclipsberekeningen voor de Oudheid gedaan door NASA-astroom Fred Espenak.

Mochten er in het Middellandse Zeegebied nog berichten over waargenomen zonsverduisteringen in de periode van 1000 tot 700 voor Christus worden opgegraven, dan zou men die kunnen trachten te identificeren met de recente berekeningen, door Espenak gepubliceerd in kaartvorm op website http://sunearth.gsfc.nasa.gov/eclipse/SEatlas/SEatlas-1/SEatlas-0939.GIF .