Oorlogsnieuws

1355

Het is weer oorlog. Het is altijd oorlog, iedere dag zijn ergens ter wereld mensen georganiseerd aan het vechten, maar deze oorlog is dichtbij. Dat betekent: het nieuws volgen. Ik denk aan Una Giornata Particolare, de film van Ettore Scola, waarin Sophia Loren, huishoudster, en Marcello Mastroianni, wegens homoseksualiteit ontslagen radioverslaggever, naar de radio luisteren. Het is 8 mei 1938, Hitler is in Rome op bezoek bij Mussolini, en onophoudelijk klinkt door alle luidsprekers het triomfantelijk verslag van de historische gebeurtenis. Iets meer dan een jaar later is de oorlog uitgebroken. Menno ter Braak houdt een dagboekje bij. Wat kun je anders doen dan naar de radio luisteren, noteert hij.

Ja, er zit niets anders op. De hele Tweede Wereldoorlog is ook een radioverslag, van de BNO, de Berichtendienst Nederlandse Omroep die de Duitse versie van de gebeurtenissen gaf, Radio Oranje, de stem van strijdend Nederland, die uit Londen bij ons de moed erin probeerde te houden, en de BBC Home Service die voor zover dat met de krijgsbelangen in overeenstemming was, de zuivere waarheid vertelde. En dan had je nog de ‘Sondermeldungen aus dem Führer Hauptquartier’, die begonnen met muziek van Franz Liszt, waarna er weer zoveel ‘millionen Brutoregistertonnen versenkt’ waren. En de ooggetuigeverslagen van Richard Dimbleby. Terwijl hij in een Lancaster bommenwerper zat (motorgeronk) en om hem heen de granaten van het afweergeschut ontploften, vertelde hij hoe het er beneden hem in Keulen of Hamburg uitzag.

Allemaal oorlog door de radio. Spanning voelbaar tot in je maag, fanatieke betrokkenheid en hoop, en je kon er niets aan doen. Dat waren de effecten van het radioverslag. Radio Oranje begon met de tonen van iets uit de vaderlandse liederenschat, de BBC met de trommelslagen uit de Negende van Beethoven, en de Belgische radio uit Londen zei: „We zullen er niet op stoffen, maar we krijgen ze wel, die moffen.”

In mei 1945 was het met die hele auditieve voorstelling plotseling afgelopen. De radio werd weer hoofdzakelijk medium van de muziek, het amusement, de sport en de kerk. En toen kwam de televisie, eerst zwart-wit met het testbeeld. Het wereldmedium, tot de televisie door internet wordt ingehaald. Als er ergens een oorlog woedt waarbij ik me op een of andere manier betrokken voel, kijk ik naar de televisie.

Het eigenaardige van de televisiezenders overal ter wereld is, dat ze steeds banger zijn niet au serieux te worden genomen. Het lijkt wel alsof ze door middel van het kabaal, de barok waarmee ze hun nieuwsuitzendingen aankondigen het nieuws zelf willen overtreffen. Ik heb hier al een paar keer geschreven over de onweeranimatie die het NOS journaal aan zijn nieuws vooraf laat gaan. Maar het kan nog erger. Kijk naar BBC World, het niet terzake doende rariteitenkabinet dat daar wordt vertoond, tot er een mevrouw zegt „Putting news first”, waarna kan beginnen waar het om begonnen is. Dat doen ze dan goed, met correspondenten desnoods in kogelvrije vesten, tot ver in de gevarenzone. CNN is soberder bij de aankondiging van zichzelf, en dan even goed als BBC World.

In Nederland kijk ik naar RTL4 en het NOS Journaal. Het Journaal heeft de reputatie maar RTL4 is op het ogenblik beter. Is er een oorlog aan de gang, dan wil je zoveel mogelijk weten van hoe het daar ter plaatse is. RTL4 heeft in Israël al jaren de onverstoorbare, deskundige en goed formulerende Connie Mus, die niet te beroerd is, naar de verste oorden van gevaar te gaan. In Beiroet hadden ze eerst een mevrouw die het goed deed, maar die nu vervangen is door Rik Konijnenbelt, een vakman die naar het centrum van het onheil gaat, met de cameraman. In New York is Max Westerman vervangen door iemand die er ook zin in heeft. Max schrijft een boek.

Eddo Rosenthal van de NOS is goed, maar hij is veel minder mobiel en er wordt te weinig gebruik van hem gemaakt. Heeft de NOS iemand in Beiroet? Dan geen onvergetelijk type. In Washington is nu Wouter Kurpershoek, een goede correspondent wiens wonen daar een vermogentje zal kosten, maar als je hem één keer in de week uit dit wereldcentrum ziet en hoort berichten, is het veel. Behalve op het gebied van Nederlands dorpsnieuws en doping bij vooraanstaande sportlieden is het Journaal in verval. Misschien is het bewuste politiek en denken ze zelf juist dat ze in opgang zijn.

Oorlogsnieuws, weer onmisbaar, en ik voorspel u dat het nog erger wordt. Soms denk ik aan dat Irakese jongetje van een jaar of zeven, die bij de bevrijding van Irak, tijdens de shock and awe beide benen kwijtraakte en daarna uitvoerig op de Amerikaanse televisie verscheen. Hoe gaat het met hem? Tussen oorlogsnieuws en al het andere nieuws is één overeenkomst. Langer dan een dag duurt het niet.