Net zoiets als autohandel

Zij werd in Washington als ‘diplobabe’ uitgezwaaid. Hij was stille kracht achter de zending van troepen naar Irak en Afghanistan. Afscheidsinterview met ambassadeur Boudewijn van Eenennaam (59) en echtgenote Jellie (45). Over netwerken, de ex van Liz Taylor, het foutje van Bot en het profijt van militaire missies: „Je moet hier niet deftig doen.”

Raadpleeg de website van de Nederlandse vertegenwoordiging in Washington. Klik op Ambassador. Samen verschijnen ze in beeld: ambassadeur Boudewijn J. van Eenennaam en zijn echtgenote Jellie.

Waarom is dat?

Hij: „Het is een vak dat je met zijn tweeën doet.”

Hoezo?

Hij: „Het draait in deze stad om netwerken. Zoveel mogelijk mensen leren kennen, zoveel mogelijk informatie opdoen voor de BV Nederland. Efficiënt en gericht. Dat betekent dat je er met zijn tweeën op uit moet. Contacten leggen, overal contacten leggen.”

Zij: „Dat is hier zó makkelijk.”

Hij: „Het is een informele samenleving. Mensen zijn open en toegankelijk. En ik ben heel gezegend met mijn Jellie, die daarin een grote vaardigheid heeft.”

Zij: „Washington is een matriarchaat gewoon. Er zijn zo ontzettend veel vrouwenclubs. En door de vrouwen krijg je de mannen binnen. Het is constant netwerken. Niet alleen lunches, ook boekpresentaties, partijen, lezingen – de vrouwen zijn hier heel erg involved.”

Bedrijft u ook diplomatie?

Zij: „Denk het wel. Ja. Natuurlijk. Ze vragen mij ook mijn mening over Nederland. Dus ik lees wekelijks het rapport van de directie politieke zaken. Je moet wel voorbereid zijn. Absoluut.”

Het zit erop. Vier jaar vertegenwoordigde het echtpaar Van Eenennaam het koninkrijk in de VS. Het was werken in verschillende werelden. Er waren het culturele leven en de society in Washington – een milieu van vertoon en alomtegenwoordige camera’s, waarin zij excelleerde. En er waren het bedrijfsleven en de politiek, waarin het de laatste jaren vooral draaide om oorlog en terreur: dat was in de eerste plaats zijn terrein. Van Eenennaam wordt ambassadeur bij de Verenigde Naties in Genève.

Nederland zond in uw periode troepen naar Irak en Afghanistan. Een trouwe volgeling van omstreden Amerikaans optreden?

Hij: „Dat beeld is niet juist. We zijn echt geen sloepje achter het Amerikaanse vlaggenschip geweest. We zijn geregeld tot dezelfde conclusies gekomen, maar altijd op basis van een eigen afweging. En er zijn ook een heleboel zaken geweest waarin wij hard zijn opgetreden omdat we scherp van mening verschilden: Guantánamo Bay, Kyoto, CIA-vluchten, Abu Ghraib. We hebben hier de afgelopen vier jaar echt niet als een Witte Huis-parkiet achter de Amerikanen aangefladderd.

„Nederland denkt te veel in clichés over Amerika. 49 procent stemde niet op Bush. Er vindt hier een buitengewoon levendig debat plaats. Maar Nederlanders kijken altijd alleen maar naar de president. Onze vooroordelen beperken ons zicht op de werkelijkheid. Dit land wil de tirannie in de wereld verdrijven, net als Europa. We lijken meer op elkaar dan we willen zien.”

Hoe zit het dan met onderzoek waaruit blijkt dat Europeanen de VS een groter gevaar voor de wereldvrede vinden dan Iran?

„Er is hier duidelijk iets misgegaan. Dit is een land van immigranten, van: the cowards never came and the weak died on the way. Van het Wilde Westen. Dit land is altijd op zoek naar een New Frontier – een geweldig innovatieve, positieve kracht. Als dat je geschiedenis is, en de Muur valt, en twaalf jaar later komt 11 september, dan kan je daadkracht overslaan in overmoed en arrogantie. Dat is gebeurd. En nu zitten ze ermee. Ze zijn de man met de hamer tegengekomen.”

Hoe hebt u de Nederlandse aarzelingen over Afghanistan hier uitgelegd?

„Er was alle begrip dat wij zoiets niet met één pennenstreek kunnen regelen. We hebben harde voorwaarden gesteld en die zijn voor een groot deel ingewilligd. Het was intensief. We hebben van ons afgebeten. En ook de Amerikanen waren niet altijd zachtzinnig.”

Op een dag zei minister Bot tegen de Amerikanen dat alles akkoord was, waarna zijn collega Kamp aarzelingen kreeg. En toen waren de Amerikanen woedend?

„Er zijn momenten geweest waarop de Amerikanen hogere verwachtingen hadden dan gerechtvaardigd was. Dat moest nog even duidelijk worden uitgesproken. Het was gewoon onderhandelen. Zo gaat dat.”

Toezeggingen doen die je niet kunt nakomen – is dat onderhandelen?

„Het is menselijk. Soms wek je te hoge verwachtingen, soms verwachten mensen te veel. Dat hoort erbij. Wat dat betreft is diplomatie net zoiets als autohandel. Je zet in op een prijs maar meestal betaal je uiteindelijk meer.”

Zal de Afghaanse missie houdbaar blijven?

„Het is ons werk om daarvoor te zorgen. Ik ben erg blij dat we meedoen. In Nederland speelt altijd de vraag van de vuile handen. Wij hebben een neutralistische en pacifistische traditie: mensen blijven liever achter de geraniums zitten. Hier is de mentaliteit anders. En daar kunnen wij iets van opsteken. Iedereen om vijf uur naar huis – dat heb ik nooit iets gevonden. Je moet dúrven in het leven.”

En als de eerste Nederlandse militairen zijn gesneuveld?

„Dan zal het heel moeilijk worden. Maar ik hoop dat mensen niet vergeten dat onze Gouden Eeuw te danken was aan initiatief, aan uitvaren – niet aan dat eeuwige afwachten.”

Het is niet veel diplomaten gegeven: The Washington Post maakte vorige maand apart melding van de afscheidsreceptie van het Nederlandse ambassadeurspaar. Dat wil zeggen: de krant richtte zich in de eerste plaats op haar. In de societyrubriek werd Jellie van Eenennaam een van de twee ‘diplobabes’ van de stad genoemd. Vooral de societybladen zullen haar missen, schreef de krant. Haar reactie: „There will be new babes, no?”

Hebt u het gelezen?

Zij: „Ja. Hahaha!’’

Hij: „Het woord babe betekent hier iets anders dan in Nederland, hè.”

Vertaal eens.

Hij: „Ik dacht al dat je erover zou beginnen. Dus ik heb me al afgevraagd hoe ik dit moet uitleggen. Het is absoluut een eretitel.”

Zij: „Ja, inderdaad.”

U ziet er ook niet beledigd uit?

Hij: „Nèè.’’

Zij: „Nee. En alles is relatief.’’

De nieuwe ambassadeur liet onlangs in Vrij Nederland doorschemeren dat onder zijn leiding een andere wind zal gaan waaien. Christiaan Kröner, tot voor kort gezant in Parijs, legde het blad uit waarom hij vaak als „deftig” wordt getypeerd. Door zijn Duitse afkomst is hij „geen echt Nederlands product” en geeft hij de voorkeur aan „een zekere afstandelijkheid’’. „Ik houd niet van je en jij.’’

Eerder dit jaar zei de Amerikaanse oud-VN-ambassadeur Richardson tegen deze krant dat Europese diplomaten te beleefd zijn. Zit daar wat in?

Hij: „Ja daar zit wat in. Wij zouden assertiever moeten zijn. Het gevoel van trots ontbreekt. We zijn te bescheiden, te cynisch. Hier kunnen wij echt veel opsteken van de Amerikaanse can do spirit. Zelfbewust voor de dag komen.”

Aan deftig doen heb je niet zoveel?

„Je moet hier niet deftig doen, nee. Dat wordt niet gewaardeerd. Mensen zijn informeel. Je moet het van de inhoud hebben, de kwaliteit. Zorgen dat je de dossiers kent. Mensen zijn hier zakelijk. Kort en snel.”

En die zakelijkheid, hoe werkt dat?

„Je zegt: we hebben 1.400 Nederlandse militairen in Irak. En er ligt een heel goed business plan van een Nederlands bedrijf voor een opdracht in dit land. Wil je daar eens naar kijken. En dan gaat dat lopen. Zo direct moet je zijn.”

Het Nederlandse bedrijfsleven komt hier gemakkelijker binnen omdat het land troepen leverde voor Irak?

„Ja. Je moet zelfverzekerd durven zijn. Dat zijn de Amerikanen ook. Dus je zegt: wij leveren die-en-die militaire inspanning, maar dan willen wij ook wel een tegenprestatie. Nederlanders hebben de neiging daarin voorzichtig te opereren. Maar je kan beter assertief zijn. Dat is de taal die ze hier zelf spreken en dat is de taal die ze het beste verstaan.”

Hadden uw inspanningen voor New Orleans na Katrina dezelfde motivatie?

„Ik ben dus wel een echt Hollands product. Een Zeeuw. Dus na Katrina wist ik meteen: watersnood, 1953 – wij hebben een verhaal voor de VS. Ik ben langsgegaan bij senator Mary Landrieu uit Louisiana. Zodoende heeft ze me uitgenodigd om naar New Orleans te komen en daar een grote toespraak te houden. Dat was een voorbeeld van mooie diplomatie. Meestal heb je dubbele agenda’s en moet je passen en meten. Hier was dat niet. Ik heb ze voorgerekend wat de Deltawerken ons gekost hebben en dat afgezet tegen wat we in Nederland nu verdienen in de delen van het land die anders onder hadden gestaan. Maar ook dat heeft een commercieel aspect. Ik geloof dat nu voor ruim over de dertig miljoen dollar contracten door Nederlandse bedrijven zijn binnengehaald.”

Het beeld van Nederland in de VS is gemengd. Behalve de onderwerpen die altijd scepsis oproepen – abortus, euthanasie, drugsbeleid – hadden conservatieve media de laatste jaren ook veel afkeurende aandacht voor het Nederlandse rechtssysteem (naar aanleiding van de verdwijning van een Amerikaanse tiener op Aruba, Natalee Holloway) en het grillige maatschappelijk klimaat (de moorden op Fortuyn en Van Gogh, de zaak Hirsi Ali).

„Er is veel verkeerde beeldvorming. Dat gaat soms buitengewoon hard hier, en we hebben er ook hard op gereageerd.’’

Kun je er wat aan doen?

„Ja. Als we bereid zijn onze diplomaten de ruimte te geven om op te treden in de media dan blijkt hoeveel begrip er is te creëren voor onze zienswijze. Je kan ook in dit land mensen overtuigen dat wij in dit soort kwesties vaak een stuk verder zijn dan in de VS.”

Maar de publieke opinie is toch niet spectaculair gekanteld?

„Nee, dat niet. Maar dat is ons doel ook niet. Ons doel is dat mensen hier respect krijgen voor onze oplossingen. Ik geloof niet dat ik ijdel ben. Dat heb ik ook niet nodig. Maar ik denk wel dat ik een belangrijke bijdrage heb geleverd aan het wegnemen van misverstanden.”

Krijgen diplomaten genoeg de ruimte hiervoor?

„Dat wordt gelukkig beter. Ik vind dat public diplomacy een onderschatte, onderbelichte dimensie van de diplomatie is. Daar is lange tijd terughoudendheid over geweest op het departement. Dat verandert gelukkig.”

Maar uiteindelijk is diplomatie in de wereld van Boudewijn en Jellie van Eenennaam toch vooral: netwerken. En zo mensen in je kamp lokken. Ze noemen het voorbeeld van John Warner, een grote naam in de Amerikaanse politiek: al bijna dertig jaar senator, Republikein uit Virginia, voorzitter van de Defensiecommissie.

Hij: „Hij was dus vroeger getrouwd met Liz Taylor.’’

Zij: „Was. Wás.’’

Hij: „Ik geloof dat hij haar vierde was.’’

Zij: „Hij is nu getrouwd met een vrouw van Nederlandse afkomst.’’

Hij: „Dat helpt dus, hè.’’

Zij: „Ja.’’

Want?

Hij: „Er speelde een tijdje terug een belangrijke kwestie voor het Nederlandse bedrijfsleven. Een technische maatregel in de belastingwetgeving die onze bedrijven veel geld kostte. Echt héél veel. Dus de multinationals – Shell, Philips, ING – waren druk aan het lobbyen; en als ambassadeur ben je in zekere zin ook een lobbyist. Maar de zaak zat vast. Op dat moment hebben Jellie en ik onze zinnen daarop gezet.’’

Zij: „Senator Warner was belangrijk, dus op hem hebben we ons speciaal gericht.’’

Hij: „Wij hebben een Nederlandse week rond 30 april ingevoerd. We doen een aantal dagen achter elkaar sociale happenings, seminars en lezingen. We laten Bolkestein komen, Rem Koolhaas, noem maar op. En daar nodig je gericht Amerikanen bij uit, onder wie dus Warner.”

Zij: „Warner schildert in zijn vrije tijd tulpen, dat wisten we – ik had dat via zijn vrouw gehoord. Dus Boudewijn belt hem op: ‘We hebben onze tulpenreceptie, mogen we je schilderijen tentoonstellen?’ ‘Ja hoor, stuur je driver maar.’ We hebben ze met een groot sign erbij in de hal gezet. Dus toen de senator kwam was dat een fantastische show.’’

Hij: „Daarna praat je even informeel met hem, en na een tijdje snij je die belastingmaatregel aan: ‘Kan ik niet even langskomen?’ ‘Kom morgen maar.’ En dan merk je ook dat er bij die mensen, na zo’n event, echt de bereidheid is om wat te doen. Dat geld hebben we samen binnengehaald voor de BV.’’

Zij: „En zijn schilderijen waren de talk of the town.’’

Hij: „Mensen zeiden: ‘Gôh, wist jij dat Warner tulpen schilderde?’ Zo gaat dat in het circuit hier.’’