Lelijk eendje en mooie zwaan

De koers van Corus is net zo turbulent als de ontwikkelingen op de staalmarkt. Speculaties over fusies zijn niet van de lucht. Maar wie Corus koopt, koopt ook problemen.

Marc Serné

De koers van staalconcern Corus vertoont dit jaar merkwaardige capriolen. Die liep op van 4,50 euro naar 6,76, viel vervolgens weer terug naar 5 euro en eindigde gisteren weer op bijna 6 euro. Fluctuaties die het aantrekkelijk maken af en toe een gokje te wagen met een call-optie. Want de fusie tussen staalbedrijven Mittal en Arcelor, waardoor een speler op de wereldmarkt ontstaat die 120 miljoen ton staal produceert, zal volgens de financiële markten een verder consolidatie van de staalsector tot gevolg hebben.

De geruchten over nieuwe samenwerkingsverbanden of zelfs een overname van Corus zijn niet van de lucht, waardoor de koers op de vreemdste momenten omhoog of omlaag springt.

De vraag rijst echter hoe reëel die speculaties zijn. Want Corus is geen mooie partij. De potentiële bruid is een beetje verlept sinds British Steel tijdens de fusie in 1999 het IJmuidense Hoogovens bestempelde als „het mooiste meisje van de Europese staalindustrie, the jewel in the crown”.

Het werd geen gelukkig huwelijk. De Nederlanders gingen te gretig in op de avances van de Britten die er zowel technisch als financieel beroerd voor stonden en tot het moment van het tekenen van de fusiecontracten zich nauwelijks konden voorstellen dat de Nederlanders zó gemakkelijk instapten. Hoogovens, dat zijn fraaie winsten volledig zag verdwijnen in de bodemloze Britse put en en passant ook nog een aluminiumoorlog uitvocht met de Britten, ondervindt er tot de dag van vandaag de naweeën van.

Qua productievolume is Corus een middenmoter. Het bedrijf produceert ongeveer 20 miljoen ton staal per jaar. Maar wat veel belangrijker is, de kosten van een ton staal zijn (door het dure Britse pond, waardoor British Steel grotendeels alleen op zijn thuismarkt afzet) bij Corus aanmerkelijk hoger dan bij de concurrentie.

Zeker ten opzichte van de Indiase miljardair Mittal, die voornamelijk vestigingen heeft in lage lonen landen. Kost een ton staal bij Corus 550 euro, Mittal levert dezelfde hoeveelheid tegen 325 euro.

De winstmarge (het bedrijfsresultaat op de omzet) van Corus was het eerste kwartaal 10 procent, waar Arcelor 14 procent behaalde en Mittal zelfs 16 procent. „Dat zal niet snel veranderen”, zegt Richard Brakenhoff, analist bij Rabo Securities. „Zelfs wanneer Corus in zee zou gaan met een Russische staalgenoot die over eigen ijzererts beschikt en halffabrikaten (slabs) levert, dan moeten die toch weer op dure locaties als in Engeland worden verwerkt tot eindproducten. Dat blijft te duur”.

Niettemin geeft Brakenhoff het advies om Corus toch in portefeuille te houden. Het beschikt met Hoogovens over een ultramoderne staalfabriek die veel toegevoegde waarde levert met kwaliteitsproducten voor met name de auto- en verpakkingsindustrie. „Maar als je aan overnamekandidaten denkt dan zijn er in de staalindustrie aantrekkelijker kandidaten te bedenken dan Corus”, zegt Brakenhoff.

Hij denkt daarbij aan Thyssen-Krupp, aantrekkelijk gezien de sterke positie op de markt van de lokale auto-industrie in Duitsland. Weer anderen zijn sceptisch over Thyssen-Krupp als overnamekandidaat gezien de grote mate van bescherming die het bedrijf heeft als geïntegreerd onderdeel van het totale Thyssen-concern.

Door de jarenlange kapitaalvernietiging bij British Steel mist Corus zelf de kracht om een overname op wereldschaal te doen. Al voor de fusie met British Steel moest Hoogovens afzien van een belangrijke nichespeler op de staalmarkt als het Oostenrijkse Voestalpine. Het Russische Severstal is nog op zoek naar een partner, maar Corus bevindt zich wat overnames betreft meer in de positie van prooi dan jager.

Want afgezien nog van de problematische situatie bij British Steel heeft Corus het probleem dat het zijn grondstoffen grotendeels moet inkopen. Corus-topman Philippe Varin heeft in 2002 geprobeerd CSN uit Brazilië over te nemen, een concern dat naast zijn staalfabrieken over eigen ijzerertsmijnen beschikt.

De grote mijnbouwers als Rio Tinto en Billiton die bijna tweederde van alle ijzererts aan de staalindustrie leveren, hebben de prijzen de laatste jaren fors verhoogd. Een prijsspiraal waaraan de industrie via schaalgrootte (denk aan Mittal-Arcelor) tegenwicht probeert te bieden.

Het is duidelijk dat wie aandelen Corus aanschaft, ook een aantal problemen koopt, waarvan de Britse activiteiten van British Steel, ondanks het (te) langzaam op gang gekomen saneringsproces, de grootste zijn. Corus doet in het internationale (overname)spel alleen maar mee door Hoogovens, het technisch efficiënte wonder aan de Noordzee, waar de hele staalindustrie verlekkerd naar kijkt. Hoewel het voor iedereen nog onduidelijk is hoe de staalindustrie er uit komt te zien als ook de Chinezen – en dat is slechts een kwestie van tijd – zich met het spel gaan bemoeien.

Maar misschien ligt de grootste kans voor Corus wel in het feit als het helemaal niet wordt over genomen of zelf op overnamepad gaat. Corus kan voor nichemarkten kiezen met hoogwaardige producten met hoge winstmarges. Corus zou dat samen kunnen doen met leveranciers van grondstoffen of goedkope halffabrikaten.