Kleine rode vlek op Jupiter scheert langs grote broer

Jupiters Rode Vlek, een permanente storm die over het oppervlak van de reuzenplaneet raast, heeft op dit moment gezelschap van een soortgelijke vlek van kleiner formaat. Beide vlekken bewegen in tegengestelde richting door de atmosfeer.

Dit blijkt uit foto’s gemaakt met de Keck II-telescoop op Mauna Kea ( Hawaii). De opnames, in het (voor het oog onzichtbare) nabije infrarood en van een hoge resolutie, zijn op 21 juli gemaakt door astronomen van de University of California in Berkeley en het W.M. Keck Observatory op Hawaii, onder leiding van de van oorsprong Nederlandse sterrenkundige Imke de Pater.

De zustervlek, formaat aarde, is nog jong: tussen 1998 en 2000 is hij ontstaan uit het samensmelten van drie afzonderlijke witte vlekken. Pas in december 2005 nam hij zijn huidige rode kleur aan. De grote Rode Vlek, twee keer zo groot, is stokoud: de Italiaanse astronoom Cassini beschreef hem al rond 1665.

Zien beide vlekken er in zichtbaar licht min of meer gelijk uit, op infraroodopnamen treden verschillen aan het licht. De kleine vlek oogt donkerder, een indicatie dat de ‘kleine’ storm minder hoog in de Jupiteratmosfeer reikt dan de grote, die 8 kilometer boven het omgevende wolkendek uittorent. Volgens De Pater zou het rood kleuren van de kleine vlek wel eens kunnen samenhangen met het vertikaal uitgroeien van die storm.

De Jupiteratmosfeer bestaat uit banden die verschillend bewegen. De kleine vlek gaat met de draairichting van de planeet mee, vanaf de aarde gezien oostwaarts. De Grote Vlek beweegt juist in tegenovergestelde richting. Een dag op Jupiter duurt circa 10 uur. Het verdwijnen van vlekken (stormen) in die banden geeft aan dat Jupiters klimaat aan veranderingen onderhevig is.

De opnames van juli zijn gemaakt met inzet van een speciale techniek om voor verstoringen van de aardatmosfeer te corrigeren: adaptive optics met inschakeling van een laser.

Dirk van Delft