Irak-ganger heeft bij terugkeer ‘gevechtsgeest’

Amerikaanse soldaten trappen een huisdeur in, in de stad Ramadi ten westen van Bagdad. Irak-Veteranen hebben moeite met onthouden, maar reageren sneller. foto afp US soldiers from Able Company 1-506 Infantry 101st Airborne Division kick down a door in order to search through a house as part of operation "Band of Brothers", launched in the early morning hours of 28 February, 2006, in the restive city of Ramadi, west of Baghdad. US President George W. Bush warned Tuesday that Iraq must choose between "chaos or unity," but declined to say how a wave of deadly sectarian violence would affect the US troop presence there. AFP PHOTO/DAVID FURST AFP

Als Amerikaanse soldaten terugkeren uit Irak, functioneren ze neuropsychologisch wat slechter dan soldaten die in het vaderland zijn gebleven. Wie uitgezonden is, heeft meer moeite om aandacht vast te houden, en met onthouden. Ook zeggen de strijders zich meer gespannen en verward te voelen. Tegelijkertijd is hun reactiesnelheid wel verbeterd (Journal of the American Medical Association, 2 augustus).

De Amerikaanse onderzoekers, van wie een deel bij legerinstituten werkte, denken dat het brein van de soldaten als het ware in de fight-flight-stand (vechten of vluchten) is blijven staan, om te kunnen omgaan met levensbedreigende situaties. Britse commentatoren in het tijdschrift spreken van battlemind, oftewel ‘gevechtsgeest’.

Eerder al werd duidelijk dat veel Amerikaanse soldaten na terugkeer uit Irak of Afghanistan psychische klachten hadden: zo’n 20 procent had bijvoorbeeld een post-traumatische stressstoornis. Onder hun Britse collega’s kwam dat, zo bleek onlangs, veel minder voor – waarschijnlijk door hun lichtere gevechtstaken.

De 654 uitgezonden Amerikanen die aan de huidige studie meededen, vochten vaak: 91 procent was ter plaatse op missie of patrouille gestuurd, de helft dagelijks. 55 procent van de soldaten had makkers zien sneuvelen of ernstig gewond zien raken. Bijna iedereen stond bloot aan luchtvervuiling, pesticiden of chemicaliën, enkelen aan chemische of biologische wapens.

De cognitieve problemen van de groep soldaten, ruim twee maanden na uitzending, waren mild. Ze zouden ze zelf niet merken, denken de commentatoren. De verschillen konden niet verklaard konden worden door stress of depressie, of doordat soldaten hun hoofd bezeerd hadden. Bijzonder was dat soldaten voor en na uitzending werden getest, en werden vergeleken met een controlegroep. In de eerste Golfoorlog waren er ook veteranen die cognitieve klachten hadden. Toen werden geen consistente effecten gevonden, mogelijk omdat het jaren duurde voor ze getest werden. Hester van Santen