'Ik heb met deze lustigheid zes dozijn flessen wijn gewonnen'

In The National Archives in Londen liggen duizenden Nederlandse brieven uit de 17de en 18de eeuw. Ze zijn geschreven uit Nederland naar verre gewesten en terug, en werden ooit buitgemaakt door Engelse kapers. Roelof van Gelder deed in opdracht van de Koninklijke Bibliotheek onderzoek naar deze vergeten post en selecteert elke maand een brief voor M.

Curaçao, 14 april 1758

Waarde vriend,

Ik hoop dat deze weinige letters van mij u benevens de aangehorigen bij goede gezondheid zal aantreffen. Wat mij betreft, ik ben de Hoogste zij dank nog in goede gezondheid. Bij deze wil ik U verzoeken inliggende brief aan uw dochter Jantje ter hand te stellen, hiermee zult u mij verplichten. Ik dien gaarne opnieuw. Ik weet niets meer te schrijven als de groeten aan uw waarde beminde dochter en zoon en verblijf met immerdurende hoogachting altijd uw dienstwillige dienaar

Jan Daniel Baer.

Deze te overhandigen aan Carl Schultz, timmerman wonende in de Wingelstraat in het Friese Wapen. Verder te bestellen bij uwe dochter Jantje te Amsterdam

Curaçao, 14 april 1758

Waarde beminde lief,

Na beminde groeten aan u mijn lief en uw waarde vader, moeder en broer en zuster, zo heb ik de hoop dat deze mijn weinige doch welbeminde letters u mijn waarde lief nog bij goede welstand aantreffen zullen. En mocht het anders met u, mijn waarde lief, wezen, dan zal dat mij van harte leed wezen. Ik ben God zij dank nog gezond, maar Curaçao bevalt mij niet, want zonder u mijn waarde lief te leven is mij onmogelijk. Ik heb hier avontuur genoeg, maar u mijn waarde zoete lief lijdt mij aan het hart, zodat ik ook daarom niet rusten kan. Zou ik maar een uur met u mijn waarde lief een praatje kunnen houden, zo was mijn hart gerust.

Ik wil wensen u mijn zoete lief in een goede staat aan te treffen en zoen mijn eenvoudige letters vele duizend malen. Ik van mijn kant wou niet meer wensen, dan aldoor maar van u mijn waarde lief enige letters te ontvangen. Ik weet niet waar u, mijn waarde lief, zich aldoor ophoudt, anders had ik wel met deze schepen wat willen meesturen. Gij moet zo lang geduld hebben, totdat ik zelf thuis kom, zodat ik zie of er ook een kinkel in de kabel zit. Als het zo is als toen ik de vorige keer thuis kwam, zo zal ik het laag aanleggen [me bescheiden opstellen].

Ik verzoek u bij voorbaat om vergiffenis, dat ik u, mijn waarde lief van een grote zaak verhalen moet. Ik had met enige goede vrienden een weddenschap hier in Curaçao om een jongedochter aan het maagddom te voelen, zoals zei zeiden dat hier geen zou aankomen. Maar ik heb mijn weddenschap niet verloren; [ik heb] een mooie jonge juffrouw, rechtschapen, in bijzijn van allen uitgeboeld [ontucht gepleegd]. Wat het mij heeft gedaan [?] kan ik u mijn waarde lief met deze pen niet uitdrukken, maar ik heb met deze lustigheid zes dozijn flessen wijn gewonnen. Ik stap hier van af en doe het nimmer meer.

Ik had u mijn waarde lief wel eerder enige letters willen oversturen, maar ik had nog met een goede vriend te doen en heb geen brief kunnen schrijven. Ik denk in zeven tot acht maanden u mijn waarde lief mondeling te spreken. Ik weet niets meer te schrijven als wees van mij duizend maal gegroet en dat ik u gezond mag aantreffen. En ik verzoek u de groetenis te doen aan vader en moeder, broer en zuster en alle goede vrienden. En ik heb de eer u mijn waarde zoete beminde lief te verklaren dat u nooit uit mijn gedachten zult raken. Tot de dood ons van elkander scheidt. In deze hoop zeg ik tot besluit mijn waarde lief, adieu, leef wel, adieu en blijf altijd mijn waarde lief.

Uw toegenegene Jan Daniel Baer