HOE DENKT IRAN ER OVER?

Een westerse krantencartoon over het Iraanse nucleaire programma laat meestal een Iraanse geestelijke met baard, bril en tulband zien. In zijn nabijheid staat een kernwapen of atoomlogo getekend waar de geestelijke verlekkerd naar kijkt. De boodschap is duidelijk: deze lieden zijn niet te vertrouwen, en al helemaal niet met kernwapens. De cartoons in Iraanse, en andere kranten in de niet westerse wereld, hebben vaak een andere invalshoek. De Amerikaanse president George W. Bush die de Israëli’s kernwapens geeft en Iran nucleaire energie ontzegt. Inspecteurs van het IAEA die lachend fabrieken verzegelen, dat zijn de beelden die veel mensen in Iran over de kwestie hebben.

De discussie over Iran’s kernprogramma is voornamelijk een strijd tussen verschillende perspectieven. Voor Iraniërs is de westerse druk een manier om hun technologie te ontzeggen, om de rest van de wereld afhankelijk te maken van het Westen. Toen president Mahmoud Ahmadinejad op 11 april tijdens een feestelijke bijeenkomst in Mashad bekend maakte dat het Iran was gelukt om uranium te verrijken, waarschuwde hij het Westen geen dwang te gebruiken. ‘Breng geen eeuwige haat in de harten van het Iraanse volk’, zei hij. Het uraniumverrijkingsprogramma zal nooit worden opgegeven, liet hij weten. Iran is een onafhankelijk land. De wortels van dit gevoel zitten diep in Iran. Vlak na de islamitische revolutie van 1979 gaf ayatollah Khomeini een audiëntie aan de ambassadeur van de Sovjet-Unie. De sjah was verdreven en Iran, dat vrijwel de gehele eeuw binnen de westerse invloedssfeer had gelegen, leek vrij om overgenomen te worden door de andere wereldmacht van dat moment. Maar Khomeini boorde die hoop vrijwel direct de grond in. ‘Wij zijn West noch Oost’, zei de ayatollah.

In de Iraanse media neemt de internationale ophef de vorm aan van de strijd van David tegen Goliath, waardoor veel mensen op zijn minst ‘sympatiseren’ met het regime. ‘Gewone’ Iraniërs staan aan de zijlijn als het over Irans nucleaire programma gaat. Bovendien zijn er geen partijen in Iran en geen opinieonderzoeken. Het lijkt er echter op alsof Iraniërs gevoelig zijn voor de underdog positie van hun land. De Verenigde Staten, drie jaar geleden een heel populair land bij veel Iraniërs, zijn minder in de mode. Hun havikachtige optreden tegen de Iraanse regering – die het nucleaire programma belangrijker vindt dan de nationalisatie van de olie in 1951 – heeft daar absoluut mee te maken.

Mede daarom heeft het onderhandelingsteam genoeg zelfvertrouwen om zich keihard op te stellen tegen het Westen. Anders dan onder de hervormingsgezinde regering van de voormalige president Mohammad Khatami, lijken de nieuwe onderhandelaars niets toe te willen geven. Nu Iran volop aan het testen is met het verrijken van uranium lijkt het erop dat de belangrijkste eis van het Westen – stop de verrijking – is achterhaald.

Het Iraanse regime en toponderhandelaar Ali Larijani, die zijn orders direct van Opperste Leider Ayatollah Ali Khamenei krijgt, stellen dat Iran het non-proliferatie verdrag heeft ondertekend en dat het IAEA geen harde bewijzen heeft gevonden dat ze een kernbom zouden willen maken. ‘Wij doen niets fout’, zegt Larijani keer op keer. Het blijft niet bij woorden. Iran heeft het IAEA overal toegestaan om camera’s in nucleaire locaties op te hangen. De inspecteurs van het agentschap hebben er vele bezoeken op zitten en Iran wil altijd ‘praten’ over eventuele voorstellen van het Westen om de crisis op te lossen. ‘Maar’, zegt minister van Buitenlandse zaken Manoucher Mottaki, ‘er kunnen geen eisen vooraf aan de gesprekken worden gesteld. Wij willen alleen praten op basis van gelijkwaardigheid.’

De standaard splijtstofcyclus biedt twee mogelijkheden voor kernwapenproductie - Bron: World Nuclear association