Het raadsel van Monopoly

Het oorlogsverhaal van het Nederlandse monopolybord is niet volledig. Er zijn suggesties, maar wie lost het raadsel van 1941 op?

Spellen zijn van alle tijden, maar in de tijd vóór de komst van de televisie namen zij in het gezinsleven een bijzondere plaats in. Wie kent niet het beeld van het gelukkig huisgezin, geschaard rond Ganzenbord of Mens-erger-je-niet? Zeker in de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog spelen (bord)spellen een rol. Hoewel de spertijd en de verduistering inbreuk maakten op de bewegingsvrijheid, kon het wát gezellig zijn aan de zacht verlichte tafels van Nederland.

Deze zomer loopt in de ochtendkrant nrc.next een serie over zo’n gezelschapsspel: Monopoly, en dan met name het Nederlandse bord, dat dit jaar 65 jaar bestaat. In de serie wordt de vraag gesteld hoe het tegenwoordig staat met de monopolystraten en welke daarvan vervangen zouden moeten worden.

Een tweede vraag is waarom en hoe bekende straten als Barteljorisstraat en Neude op het bord terechtkwamen. Iemand heeft in Den Haag Lange Poten geplaatst en niet de Lange Voorhout en heeft Arnhem voor bijvoorbeeld Maastricht laten gaan. Maar waarom? Het is een zwart gat in de geschiedenis van het spel. Het oorsprongsverhaal van het Nederlandse bord, het raadsel van 1941, is tot nu toe alleen in een grove schets te vangen.

Monopoly mocht zich in de oorlog op toenemende populariteit verheugen. Het werd rond 1936 in Nederland geïntroduceerd door de firma Perry & Co. „Heel Amerika en Engeland speelt het spel van grondbezit en speculatie”, juicht een Sint-Nicolaasfolder uit 1936. „Iedereen een Rockefeller voor één avond.” Het betrof hier geïmporteerde borden uit Groot-Brittannië, waarop de straten van Londen te koop waren. Perry-directeur F.L. Verster tekende voor de vertaling van de spelregels.

In 1941 verscheen een Nederlands bord, dat naar alle waarschijnlijkheid in huize Verster is bedacht. Verzamelaars bieden op internet nog regelmatig op de vroege spellen die toen zijn uitgekomen. Die zijn nog steeds in redelijke omloop, een aanwijzing voor de hoge productieaantallen van het spel in de oorlogsjaren. Verkoopkantoor Smeets & Schippers plaatste in 1944 bij drukker Henry Smeets een order voor vijftigduizend monopolyspellen. Op de allereerste borden verscheen een afkorting, ‘v.P. & R.B. NV’, dat Van Perlstein & Roeper Bosch NV lijkt te zijn.

De serie in nrc.next gaat zijn laatste week in. De vraag naar de hedendaagse situatie van de straten is daarmee bijna afgerond. De tweede vraag echter nog niet. Nog steeds weten we niet volledig zeker of het F.L. Verster was die het Nederlandse bord verzon. En als hij als directeur van Perry & Co beschikking had over een productie- en distributienetwerk, waarom werd Van Perlstein & Roeper Bosch N.V. dan ingeschakeld om hetzelfde te doen? Wat is de rol van drukkerij Smeets uit Weert, en de firma Smeets & Schippers in de oorlogsjaren? Per wanneer kon je het Nederlandse bord voor het eerst op de legendarische speelgoedafdeling van Perry-winkels kopen?

Heeft u herinneringen, documenten, opmerkingen die bij kunnen dragen aan de oplossing van de raadselachtige situatie rond de geboorte van het Nederlandse monopolybord? Plaats ze onder ‘reacties’ op de website www.nrc.nl/monopoly.