‘Gebruik platte daken als bouwgrond’

Eric Vreedenburgh, oprichter van bureau Archipel, bedacht het concept van ‘luchtgebonden bouwen’. Bovenop bestaande gebouwen zet hij nieuwe penthouses.

„Alleen al in de stad Den Haag kunnen er drieduizend woningen bijkomen door bovenop bestaande gebouwen te bouwen. En dan heb ik het nog conservatief geschat”, zegt architect Eric Vreedenburgh, „door ervan uit te gaan dat maar één procent van de daken geschikt is. Gebruik de platte daken als bouwgrond: op die manier kan de stad bewoners vasthouden en ze ook een prachtig uitzicht bieden.”

Nieuwe penthouses als redding van de stad: dat is het idee achter wat Vreedenburgh (52), oprichter van het bureau Archipel, luchtgebonden bouwen noemt. Het idee bedacht hij als rebelse tegenhanger van het traditionele grondgebonden bouwen, waarbij huizen – vaak eengezinswoningen – direct aan de straat liggen. Vreedenburgh publiceerde er een boek over, organiseerde een tentoonstelling in het hedendaagse kunstcentrum Stroom, en heeft al een aantal voorbeelden van het bouwen op een opgetild maaiveld gerealiseerd in Den Haag, Scheveningen en Amsterdam. Binnenkort wordt in de Scheveningse haven begonnen met de bouw van drie appartementen bovenop het bekende visrestaurant Weduwe van Toorn. Hij is ook de ontwerper van het recent in gebruik genomen complex, de ‘Baljurk’ genoemd, in de Haagse binnenstad: een groep van tien winkelpanden waar hij ook tien woningen op een dek bovenop de winkels heeft kunnen onderbrengen. „Ik ben op zoek naar plekken in de stad die altijd overslagen worden.”

Wie de wereld wil veranderen, begint dicht bij huis: een van die projecten staan op het gebouw waar Vreedenburghs eigen bureau is gevestigd, genaamd ‘Nautilus’, aan de Scheveningse haven. Het is een wonderlijk gezicht, dat recht toe recht aan werkpand met stroken glas en baksteen en daarbovenop een fantasierijke aluminiumdoos, ook modern en toch heel anders. Een van de twee appartementen, van een opticien uit Rotterdam, is helemaal zoals je je een penthouse voorstelt, met twee dakterrassen, glas van boven tot onder, en op een entresol, naast een bed en een tv, een groot rond bad. Maar ja, nu is er een kindje bijgekomen en veel ruimte voor een kinderbed is er niet.

Het andere appartement is van vastgoedbelegger en ontwikkelaar Rob van Hoogdalem. Ook die woont er met plezier, zegt hij, met twee gevels helemaal van glas en een dakterras ook langs beide kanten. „Ik ben hier helemaal verliefd geraakt op de haven”, zegt hij. „Nadat ik hier ben komen wonen heb ik ook mijn kantoor hierheen gebracht en ook beneden een restaurant geopend.” Van Hoogdalem is nu ook een van de vier partijen die gevraagd is een visie te ontwikkelen voor de toekomst van het grote terrein dat leeg zal komen wanneer de veerboten van de Norfolk Line vertrekken. De gemeente wil er woningen, horeca en detailhandel vestigen, en mogelijk een nieuwe visafslag.

Het luchtgebonden bouwen zal toch altijd maatwerk blijven, in hoeverre is dit een breed inzetbare strategie? Eric Vreedenburgh: „Bewerkelijk is het wel, ja, maar naarmate het meer gebeurt, wordt het bouwproces gestroomlijnd. In de jaren zestig kenden we de serieproductie van grote galerijflats, nu krijgen we mass customization, oftewel serieproductie op maat. Het gebeurt al in Wenen, Oslo, Berlijn en in Nederland, er zijn meer mensen mee bezig.”

Goedkoop zijn deze nieuwe penthouses ook niet, maar daarmee vervullen ze volgens Vreedenburgh juist een behoefte bij mensen met geld aan prettige woonruimte in de stad.

Anderhalf jaar geleden is in Nederland de Stichting Bovenstad opgericht, een „kennisnetwerk voor de projectontwikkeling van de ruimte bovendaks”, aldus de brochure Bovenstad verandert de horizon: een nieuwe kijk op het daklandschap. Met financiering van Habiforum, een stimuleringsprogramma voor vernieuwend ruimtegebruik, worden proeftuinprojecten opgezet in Groningen, Dordrecht en Den Haag.