EK als kweekvijver voor jong talent

De atletiekunie biedt bij de EK in Gothenburg talenten een kans ervaring op te doen. Niet iedereen vindt het goed. De atleten zelf wel. „Ik ben benieuwd hoe het is achteraan te lopen.”

Aan ambities geen gebrek, wel aan het niveau een rol van betekenis te kunnen spelen bij de Europese kampioenschappen atletiek in Gothenburg. De acht jonge Nederlandse atleten die volgende week in de Zweedse stad debuteren op een groot seniorentoernooi weten dat hun prestaties kritisch worden bekeken, maar zijn de atletiekunie (KNAU) vooral dankbaar dat zij de kans krijgen ervaring op te doen.

Voor criticasters houden Selma Borst (10.000 meter), Andrea Deelstra (steeple-chase), Rianna Galiart (polsstokhoogspringen), Adrienne Herzog (1.500 meter), Romara van Noort (400 meter), Denise Kemkers (kogelstoten), Patrick van Luijk (200 meter) en Youssef el Rahlfioui (400 meter) zich tijdelijk doof. Zij weten dat een aantal trainers hen niet goed genoeg vindt aan de EK deel te nemen uit vrees dat een carrière in de knop breekt. Maar zij hebben even geen boodschap aan de scherpslijpers die vinden dat de EK een podium is om te presteren, niet om ervaring op te doen.

De atletiekunie, met topsportcoördinator Peter Verlooy als warm pleitbezorger, neemt bewust het risico dat een jonge atleet gefrustreerd afhaakt, nadat hij of zij heeft ondervonden dat het verschil met de top wel heel groot is. Maar daar wordt binnen de KNAU niet van uitgegaan. „Omdat wij het van de positieve kant bekijken en de nadelen niet vinden opwegen tegen de voordelen”, zegt Verlooy. „Natuurlijk moeten we waakzaam blijven voor mislukkingen, maar voorop staat dat jonge atleten de kans krijgen een belangrijke carrièrestap te maken.”

Overigens denkt Verlooy dat het risico van falen niet moet worden overtrokken, omdat de talenten, die allen jonger dan 23 jaar zijn, hebben moeten voldoen aan de toelatingslimiet die de Europese atletiekunie (EAA) voor de EK hanteert. Verlooy: „Voor de senioren scherpen wij de minimale eis van de EAA aan tot limieten die reëel uitzicht bieden op een plaats bij de topacht. Maar omdat de EK eens in de vier jaar worden gehouden en niet zo sterk bezet zijn als WK’s en Olympische Spelen, vinden wij het toernooi bij uitstek geschikt om talenten hongerig te houden. En wij staan daarin niet alleen, want toonaangevende atletieklanden als Frankrijk, Italië en Duitsland doen hetzelfde.”

De atleten die van de versoepeling profiteren zijn razend enthousiast en er op gebrand om het beste van zichzelf in Gotenburg te tonen, ook al zullen zij vrijwel zeker de marge niet ontstijgen. Maar dat deert hen niet. Romara van Noort (19), Nederlandse beste loopster op de 400 meter, is zelfs benieuwd hoe het is om achteraan te lopen. „Omdat ik in Nederland gewend ben altijd voorop te lopen. Ik weet dat ik internationaal niets voorstel. Is ook helemaal niet erg; dan weet ik straks wat ik nog moet doen om beter te worden.”

Exemplarisch voor de eerzucht onder de jonge atleten is Youssef el Rahlfioui, een 22-jarige 400-meterloper van Marokkaanse komaf. „Weet je, ik wil heel goed worden. En daarom is het goed dat ik aan de EK meedoe. Ik wil volgend jaar naar de WK in Osaka en over twee jaar meedoen aan de Olympische Spelen in Peking. Bovendien wordt het tijd dat het Nederlands record van Arjen Visserman wordt gebroken; dat staat al twintig jaar op 45,68 seconden. Ik heb het in de benen, dat voel ik.”

Het realisme onder de Nederlandse debutanten wordt verwoord door de 21-jarige kogelstootster Denis Kemkers. „Ik weet dat anderen beter zijn en ik niet bij de beste twaalf zal eindigen. Dus zal ik ook niet gefrustreerd raken. Om bij de besten te horen moet ik rond de achttien meter gooien, terwijl mijn persoonlijk record 16,79 meter is. Een finaleplaats is voor mij te hoog gegrepen. Ik wil mezelf in Gothenburg verbeteren. Ik hoop op een afstand rond de 17,10 meter. Als ik dan volgend jaar doorstoot naar de 17,50 meter kan ik voorzichtig aan de Olympische Spelen gaan denken. Trouwens om goed te worden moet ik ouder en sterker worden. Kogelstootsters zijn gemiddeld rond de dertigste op hun top.”

Van de jonge atleten die zich volgende week met olympische en wereldkampioenen meten, heeft Rianna Galiart (20) het wel heel slecht getroffen. De polsstokhoogspringster moet het opnemen tegen Jelena Isinbajeva, inmiddels een icoon die al over de voor vrouwen magische grens van vijf meter heeft gesprongen. De rustige Galiart raakt er met een persoonlijk record van 4,20 meter op voorhand niet van in de war. „Ik spring voor mezelf, hoewel ik met buitengewone interesse naar Isinbajeva zal kijken. Ik heb haar nooit ontmoet en ben benieuwd naar haar techniek. Nee, ik zal haar zal aanschieten; dat doe ik niet zo snel.”