Een dag op zee, hengelen naar makreel

Paulien Cornelisse gaat het zeegat uit en leert hoe je een makreel aan de haak slaat. Nu heeft ze er 21

Bij de eerste makreel die ik binnenhaal heb ik nog de neiging hem een naam te geven. Maikel. Mijn nieuwe huisdier en trouwste vriend. Maar na een kwartier spartelen is Maikel dood, en vanaf dat moment zie ik de vis niet meer als een mensje met vinnen, maar als een lekker hapje.

Makreelvissen, waarom niet? In deze tijd van ‘je moet toch weten waar je eten vandaan komt,’ is het eigenlijk heel leerzaam en verantwoord om je eigen vis te vangen. ‘Wie bereid is dieren te eten, moet ook bereid zijn ze zelf te doden’, hoor je wel eens, en daar zit wat in. De Noordzee is weliswaar bijna leeggevist, maar makreel zit er nog in overvloed.

LEKKER BASIC HENGELEN

Om makreel te vissen moet je op een schip mee dat de Noordzee op gaat. Voor nog geen dertig euro mag je mee op het schip de Mercuur, dat vaart uit vanaf Den Helder; je bent dan acht uur onderweg. Professioneel vissen gebeurt natuurlijk met netten, maar ‘sportvissen’ doe je lekker basic met een hengel. Jan van Eijk en zijn zoon Frank uit Zwolle zijn ook aan boord, en leggen mij uit hoe de haakjes aan de hengel bevestigd moeten worden.

Aan elke hengel hangen vier haakjes, zodat je per keer vier vissen omhoog kunt halen, als je geluk hebt. Aas is niet nodig, want de vissen denken dat de pluimpjes aan de haakjes visjes zijn, en daar happen ze naar. Frank van Eijk: „Vissen verbroedert.” Vader Jan: „Je hebt namelijk allemaal dezelfde wil om ze te vangen. Je zult ook zien dat iedereen er plezier in heeft als er goed gevangen wordt.” Dat is zo. Er klinkt gejuich als iemand drie vissen ineens in zijn emmer kwakt.

Nu is makreelvissen ook wel erg makkelijk. De schipper van de Mercuur, Bert Wagemaker (26): „Kabeljauwvissen is bijvoorbeeld veel moeilijker, want dan moet je boven een wrak gaan liggen, waarin de vissen zich verstoppen. Daar moet je echt wel een ervaren visser voor zijn.” Wagemaker komt uit een lange lijn van vissers, en weet waar hij het over heeft. De scholen makreel lokaliseert hij door op de meeuwen te letten: zowel meeuwen als makrelen jagen op zandspiering, dus waar je meeuwen ziet duiken, zit waarschijnlijk ook makreel.

Het is duidelijk dat de metroman nog nooit voet aan boord van de Mercuur heeft gezet. In de kantine hangen stickers waarop staat: ‘Houten boten en mooie vrouwen zijn moeilijk te onderhouden’ , ‘Een man met een boot is nooit een goed echtgenoot’, en het meer Zen-geïnspireerde: ‘Als mensen zich zouden concentreren op wat echt belangrijk is in het leven, zou er een tekort aan hengels zijn.’

zelfs wat vrouwen

Een ‘echte mannen’-sfeer hangt er dus aan boord (veel opzichtige tatoeages ook), maar toch is het ook gemoedelijk. Alle testosteron gaat in die hengels zitten, lijkt het.

Op deze zomerse dag zijn er wat kinderen mee, en zelfs wat vrouwen. Schipper Bert: „Vrouwen komen wel, maar ze komen altijd mee met mannen.” En die mannen komen soms helemaal uit Duitsland. Wagemaker: „Ja, Duitsers komen graag vissen. En ze nemen alle vis mee. Wij gooien vis die te klein is nog wel eens terug, nou, dat zul je een Duitser nooit zien doen. Ze hebben ook bijna altijd camouflagepakken aan. Wat dat met hengelen te maken heeft, weet ik ook niet, haha!”

Halverwege de tocht, die zo’n acht uur duurt, begint de vraag zich op te dringen: wat moeten we met alle vissen? Dursun Yagan (31) uit Barneveld heeft inmiddels meer dan honderd vissen binnengehaald. Bestaat er soms een Turks recept waar gigantische hoeveelheden makreel voor nodig zijn? Yagan: „Nee, wij doen hetzelfde met makreel als jullie, vis blijft toch overal hetzelfde, hè. Lekker op de barbecue, met wat kruiden erin. Ik maak er een paar schoon voor eigen gebruik, de rest geef ik weg aan de buren, aan familie en aan vrienden en kennissen. Daar heb je er ineens een heleboel van als ze weten dat je een dag gaat vissen.” Maar het belangrijkste is toch wel dat het vissen ontspant. Zijn zoon Fahri (9) wil later visser worden: „Maar dan wil ik inktvissen vangen.” Zijn vader: „Hij bedoelt kwallen.”

Als je een tijdje aan het vissen bent, voel je je als een vos in een kippenhok: je hebt allang genoeg gevangen, maar je móét doorgaan met doden, alleen maar omdat de mogelijkheid er is. Moeilijker is het om de vissen van de haakjes te halen. Los van dat het haakje in je eigen vinger blijft haken, komt het ook nog al eens voor dat een gevangen vis net zelf een kleiner visje had gevangen, dat je nog kunt zien zitten in zijn keel. Deze directe confrontatie met de voedselketen veroorzaakt bij sommigen (lees: ondergetekende) een vrij sterke walging. Op een bewegende boot is het dan zaak om even heel geconcentreerd naar de horizon te kijken. Gelukkig zijn er altijd voldoende oermannen in de buurt die staan te springen om te helpen. Ik zie veel ontblote bovenlijven, met door makrelenbloed bedekte tatoeages. De mannen voelen zich ‘in hun element’.

spoelen & schoonmaken

De zon begint te branden, en de schipper zet het water in de spoelbak aan. „Het begint te ruiken, en als de mensen nu niet beginnen met schoonmaken, wordt het echt een knoeiboel.” Het schoonmaken: weer zoiets waar je ofwel een sterke maag voor moet hebben, of genoeg sociale vaardigheden om het voor je te laten doen. Om een makreel schoon te maken moet je hem op zijn rug leggen, het mes in zijn anus steken, en dan zijn buik oprijten, waarna je alle ingewanden eruit kunt rukken. Daarna kan de vis in de koelbox, of in een ter plekke aangeschafte zak waar je ijs bij doet. Geobsedeerd door mijn eigen zak met ijs en vis merk ik nauwelijks dat we de haven alweer binnenlopen. Samen met mijn eenentwintig dode makrelenvriendjes keer ik terug naar de beschaving.