De zegen van de verleiding

Deze maand drie minder bekende klassieken van Ingmar Bergman: Wachtende vrouwen, Het oog van de duivel, Persona.

Streng, dat is de reputatie van de Zweedse cineast Ingmar Bergman (Upssala, 1918). Gaat het over zijn werk, dan denken we aan plicht en zonde, en aan het wanhopig besef dat de mens het meest zal lijden door toedoen van hem, haar, of hen die hem het liefst zijn. Bergman maakte ook Fanny och Alexander, en ja, dat is een film vol warmte en kerstmis en toverkunst. Maar wordt erover gesproken dan gaat het al snel over de gruwel die de twee kinderen uit de titel moeten ondergaan doordat hun moeder trouwt met een brute zwartekousen-dominee. Het is waar. Bergman neemt zijn werk serieus en onderhandelt niet. Compromissen sloot hij nooit, zijn films zijn hem heilig. Maar wie voorbij ziet aan zijn lichtvoetigheid en zijn sensualiteit vergist zich. En wie geen acht slaat op hun betekenis voor zijn ernst, doet hem tekort. Want dit mogen we nooit vergeten: Ingmar Bergman is een romanticus. Dat is hij altijd geweest. Kijk maar naar drie van zijn films uit de jaren dat zijn oeuvre vorm kreeg. Op het eerste gezicht verschillen ze volslagen van elkaar: Wachtende vrouwen (Kvinnors väntan, 1952); Het oog van de duivel (Djävulens öga, 1960); Persona (1966). In Wachtende vrouwen zit een stel schoonzusters met de kinderen in het familievakantiehuis. Wachtend op (niet allemaal smachtend naar) hun mannen dagen ze elkaar uit tot confidenties. Ze vertellen pijnlijke verhalen maar Bergman verzacht hun herinneringen met malle kleinmenselijke details. En: elke vertelling komt uit op het belang van de belangeloosheid van de liefde. Het oog van de duivel is een sprookje: de duivel haalt Don Juan uit de hel, hij zet hem in als geheim wapen tegen de deugdzaamheid van een domineesdochter. Bergman maakte er een gekke film van, met Don Juan als moderne dandy, 18de-eeuws Versailles als model voor de hel en een stel ronduit komieke bijrollen. Maf mag het zijn, maar ironie laat hij niet toe. Uit de sobere dialogen komt naar voren dat er maar één mogelijkheid voor echte liefde bestaat, en dat is de liefde die afziet van het recht op wederdienst.

Kliffen

Persona doet niet in grapjes. Twee vrouwen trekken zich terug op de verwaaide kliffen van een fjord, een verpleegster en een patiënte. De patiënte is door het Kwaad in de wereld letterlijk met stomheid geslagen; de verpleegster lijdt aan andere moderne onzekerheden en obsessies, maar zij houdt juist niet op met praten. Ze draaien om elkaar heen, draaien zich in elkaar vast en draaien door. Liefde is een mogelijkheid, verraad ook – en misschien liggen die net zo dicht bij elkaar als spreken en zwijgen – als dat geen romantische notie is! Ook uiterlijk verschillen de films sterk. Wachtende vrouwen straalt van de glinstering, het water glittert in de midzomernacht, maanlicht kruimelt op de daken van zoel Parijs. Het oog van de duivel broeit van de grijstinten vol storm. De strakke lijnen van Persona worden gedragen door de stijl van de zakelijke, anti-glamour geörienteerde fotografie uit de jaren 1950-1970.

Maar bekijk de films achter elkaar en je merkt dat ze elk laten zien hoe de personages snakken naar intimiteit en hoe ze zich om die reden storten in het spel van de verleiding. Daarbij is, anders dan de zedenmeesters zullen beweren, de verleiding volgens het recept-Bergman nooit een vloek en steeds een zegen. Het oog van de duivel is een soort studie van het fenomeen verleiding. Bergman, sowieso goed in het weergeven van de sensualiteit van mannen, zet aartsverleider Don Juan neer als een soort James Bond: goedgekleed, diepzinnig, filosofisch en niet berekend op verlies. Een prachtige flegmatieke jager is hij, met zijn verweerde knecht Pablo als een jachthond die je wel móet aaien. Ter aarde geworpen door Satan (geen doorsnee Duivel, meer een entrepreneur met moeilijkheden) benadert Don Juan behoedzaam de domineesdochter. Pablo probeert het onderwijl bij haar moeder. Voor ze het weet zit hij tussen haar lakens en tot haar eigen ontzetting stuurt ze hem niet weg. Haar dochter loopt op haar beurt al te koketteren en te flirten voor Don Juan überhaupt met zijn streken is begonnen. Oftewel: verleiding komt van twee kanten, meent Bergman en hij etaleert dat in elk van deze drie films.

Puzzelstukken

Hoe ziet de verleiding eruit? Bergman geeft haar steeds gestalte door van gezichten puzzelstukken te maken die elkaars vorm willen aanvullen: een neus past in een oogholte, een kin glijdt in een hals. Zacht, heel zacht worden er nekhaartjes opgeblazen. Hard wordt er in een wang geknepen. En die wang wil meer. Pablo heeft succes, Don Juan slaagt maar half. Niettemin: beide vrouwen zijn gecorrumpeerd, Heer Satan is tevreden. Hm. Technisch gesproken kreeg hij wat hij wilde, maar verder? De dominee en zijn vrouw houden meer van elkaar dan ooit, juist omdat ze deze storm in hun huwelijk hebben overwonnen. De dochter verloor haar zorgeloosheid, want ze heeft weet van andermans liefdeskus. Haar lip bloedt nog van Don Juan, op haar huwelijksdag zal de kus van haar verloofde haar pijn doen. Is dat een ramp? Nee. Dankzij Don Juan is ze meisje-af en daarmee een betere partner in het huwelijk dat ze aanstonds zal sluiten.

Radicaal andere verleiding zien we in Persona, en dat is niet omdat het hier twee vrouwen betreft die elkaar uitdagen in een hartstochtelijk, wreed spel. Hun wederzijdse verleiding zit in de spanning tussen aandacht vragen en aandacht nemen, tussen macht en dienstbaarheid, tussen een softpornografische confidentie en het schenden van vertrouwen. De verleiding gaat schuil in wraak, psychologisch maar ook fysiek, met een glasscherf onder een blote voet. Bergman puzzelt met de gezichtshelften van beide vrouwen tot ze samen één gezicht vormen. Grenzeloos opgaan in de ander, compleet en onverkort – daarom draait de verleiding in deze film. Zowel in Persona als in Het oog van de duivel wordt de verleiding aangewakkerd doordat je jezelf in een ander herkent: vandaar dat je hem of haar tot de jouwe moet maken, vandaar dat je de zijne of de hare wilt zijn.

In Wachtende vrouwen is dat nadrukkelijk aan de orde in het verhaal van elk van de schoonzussen. Steeds is de verleiding een oefening in allerlei vormen van overgave – die moet onverschrokken zijn. Dat ligt helder in de krankjorum episode, waar een vrouw haar overspelige wettige echtgenoot, een vadsig en bezadigd man, verleidt tijdens een nacht in een vastgelopen lift. Tot zijn ontzetting, want ze blijkt van wanten te weten.

Moet ik de mooiste verleidingsscène kiezen van deze drie films, dan kies ik voor de passage uit Wachtende vrouwen, waarin een jonge vrouw zich anoniem laat paaien door een man die ze pas ziet als ze zich tot een kus heeft laten verlokken. Och wat is dat spannend, wat is dat sexy en wat verloopt dat teder en ingetogen. Hier onthult Bergman de macht van het geluid en van het belang van net dat beetje licht in het donker. Hij buit het effect uit van een locatie (Parijs) en van de stemming van de hoofdpersoon (weerbarstig). Nieuwsgierigheid is ontembaar, stelt hij vast, en de overredingskracht van de fantasie kent geen einde. En steeds suggereert hij dat de vrouw om wie dit alles draait onweerstaanbaar is. Niet alleen binnen dit verhaal, ook voor hem persoonlijk. Dat is meesterlijk. Daar zit ’m de kneep.

In september: An Angel at My Table van Jane Campion, deel 1 van de nieuwe M-filmklassiekersreeks: Cinema Down Under.

De NRC Handelsblad Bergman Collectie (3 dvd) is te bestellen voor € 34,95 op de website via www.nrc.nl/selectie of via de bon op pagina 74 van deze M.