D66 is dertig jaar politieke ervaring kwijt

Met het vertrek van drie Tweede Kamerleden, is D66 in een klap gehalveerd. Politieke wrijving met de nieuwe lijsttrekker Pechtold is de aanleiding. „Het is een nederlaag voor de vernieuwers van de partij”

Jacob Kohnstamm heeft een „heel ongemakkelijk gevoel” overgehouden aan het aangekondigde vertrek van D66-fractievoorzitter Lousewies van der Laan. „Campagne voeren betekent niet alleen plannen presenteren, maar ook verantwoording afleggen over het gevoerde beleid. De fractie heeft de afgelopen jaren, zacht uitgedrukt, nogal wat bediscussieerbare voorstellen gedaan.”

Kohnstamm, oud-staatssecretaris, is voorzitter van de partijcommissie die kandidaten selecteert voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 22 november. De lijst moest een mix worden van bekende gezichten en jong talent. „Maar het lijkt erop dat het vooral veel talent zal worden.”

Drie van de zes zittende Tweede-Kamerleden van D66 keren na de verkiezingen niet meer terug. Van Ursie Lambrechts (Kamerlid sinds 1994) was het al eerder bekend, Van der Laan (2003) en Boris Dittrich (1994) maakten het deze week openbaar. De enige oudgediende die wil blijven is Bert Bakker (1994). Na lang aarzelen besloot hij gistermiddag beschikbaar te blijven. Toch levert de fractie dertig jaar politieke ervaring in. Naast Bakker blijven ook de meer onervaren Kamerleden Boris van der Ham (2002) en Fatma Koser Kaya (2004) beschikbaar.

Wat opvalt is dat de drie democraten vrijwillig hun vertrek uit de Kamer aankondigen. Bij andere partijen zijn er weliswaar altijd een paar leden die uit zichzelf zeggen geen zetel meer te ambiëren, maar vaker moet de kandidatencommissie eraan te pas komen om Kamerleden uit hun stoel te krijgen. Bij de andere partijen heeft de meerderheid van de Kamerleden aangegeven door te willen gaan.

De reden dat bij de D66’ers het vertrek vrijwillig is, is deels gelegen in de lijsttrekkersstrijd die de afgelopen maanden in de partij speelde. Voor zowel Dittrich als Van der Laan geldt namelijk dat zij geen politieke vrienden zijn met de winnaar van die verkiezing, de oud-minister van bestuurlijke vernieuwing Alexander Pechtold. Pechtold volgde in 2005 Thom de Graaf op als minister, terwijl Dittrich eigenlijk zelf op een plek in het kabinet aasde. En Pechtold versloeg Van der Laan (zij het nipt) in de lijsttrekkersverkiezing in juni.

Lambrechts besloot, na twaalf jaar woordvoerder onderwijs te zijn geweest, vorige maand dat het tijd werd de portefeuille eens aan een ander over te dragen. Dittrich raakte eerder dit jaar politiek beschadigd na een slecht verlopen debat over de Afghanistan-missie. Hij trad terug als fractievoorzitter en partijleider en bezint zich nu op een nieuwe functie, het liefst een internationale.

Bij Van der Laan ligt het ingewikkelder. Zij heeft een koele relatie met lijsttrekker Alexander Pechtold. Zij heeft geen problemen met een tweede plek, maar ze wil Pechtold niet voor de voeten lopen, zegt ze. Ook inhoudelijke verschillen spelen mee. Van der Laan voerde campagne door te stellen dat D66 moest veranderen. Bestuurlijke vernieuwing, het ideaal waarvoor D66 veertig jaar geleden was opgericht, is volgens haar niet langer het belangrijkste. Er was in veertig jaar nauwelijks iets bereikt.

D66 moest vooral een sociale en vrijzinnige partij zijn, met aandacht voor ontplooiing van het individu. Star vasthouden aan bestuurlijke vernieuwing en democratisering past niet bij een anti-dogmatische partij. „Voor Alexander gaat het om de relatie tussen burger en overheid. Bestuurlijke vernieuwing is voor mij een onderdeel, maar ik zou dat nooit bij mijn topdrie noemen”, aldus Van der Laan.

De afgelopen vier jaar regeringsdeelname hebben de fractie én de partij geen goed gedaan, constateert ook Kamerlid Bert Bakker in een verklaring. Zeker de laatste anderhalf jaar waren pijnlijk voor onder meer Thom de Graaf, Boris Dittrich en, meest recent, Van der Laan. Bakker: „Strubbelingen, machtstrijd en gedoe laten hun sporen na in mensen. Dat geldt ook voor mij. Maar ze werken ook louterend, en het wordt tijd dat we dat achter ons laten, zodat de aandacht weer kan gaan naar het bijzondere geluid en de unieke waarde van D66 in de Nederlandse politiek.”

Pijnlijker is dat een vrijwillige halvering van de fractie onvoldoende lijkt. Zelfs de huidige drie ‘zittenblijvers’ zijn niet zeker van een terugkeer in de Kamer. D66 staat in een gisteren gepubliceerde peiling op twee zetels. Naast lijsttrekker en fractievoorzitter Pechtold kan dan slechts één van de drie democraten rekenen op een terugkeer. De rest kan alsnog op zoek naar een baan buiten de Kamer.

Het vertrek van Van der Laan, zegt Jacob Kohnstamm, is een nederlaag voor de vernieuwers die de koers van D66 wilden wijzigen, zoals oud-partijleider Jan Terlouw en oud-fractievoorzitter Dittrich. Kohnstamm: „Ik denk dat dat goed is voor de koersvastheid van de partij. Zij wilden breken met de lijn van het verleden, die Hans van Mierlo voor ogen had toen hij D66 oprichtte. Alexander zei juist: ‘Ho, dat gaat me te ver’.” Ursie Lambrechts: „Het is jammer dat Van der Laan vertrekt. Er stappen nu wel erg veel mensen op. Maar zij vertegenwoordigt bovenal nog wel altijd 45 procent van de leden.”