Antilichaam IgG toont Januskop door suikerstaart

Antilichamen van het type immuunglobuline G (IgG) voorkómen normaal gesproken ontstekingen, maar tijdens een infectie kunnen ze een ontsteking juist in de hand werken. Welke functie ze vervullen, hangt af van de suikerketens aan het deel van de eiwitketen waarmee de IgG-moleculen contact maken met andere delen van het immuunsysteem. Dat hebben onderzoekers van Rockefeller University in New York ontdekt (Science, 4 augustus).

Immuunglobulinen, waarvan IgG veruit het meest voorkomende is, worden geproduceerd door de B-cellen van het immuunsysteem. Hun basisstructuur lijkt op een Griekse Y. Beide armen van de Y dienen om eiwitten (antigenen) op het oppervlak van ziekteverwekkers te herkennen. De poot van de Y bindt aan andere delen van het immuunsysteem die de door het antilichaam gevangen ziekteverwekker moeten vernietigen. Bij een infectie moeten snel zoveel mogelijk afweercellen naar de plek des onheils. Dat gebeurt in een ontstekingreactie.

Langs de poot van de Y zijn ook suikerketens gebonden. De onderzoekers stelden vast dat als aan het uiteinde van de suikerketens de stof siaalzuur zit, de binding tussen het antilichaam en de afweercellen vrij zwak is.

Er is dan nog geen sprake van een infectie die een ontstekingsreactie vergt en op de buitenkant van cellen zitten ontstekingsremmende eiwitten.

Tijdens een infectie verdwijnen de siaalzuren. De binding met het antilichaam wordt veel sterker en de cellen gaan eiwitten produceren die het ontstekingsproces bevorderen. Vermoedelijk gebeurt dit doordat B-cellen de samenstelling van de suikerketens veranderen.

Ontstekingsreacties zijn nodig voor de bestrijding van infecties, maar kunnen ook schadelijk zijn, bijvoorbeeld bij auto-immuunziekten als reuma. De onderzoekers denken dan ook dat het afsplitsen van siaalzuur alleen in noodgevallen gebeurt: dan wordt de ontstekingsremmende werking omgezet in het tegendeel. Huup Dassen