'Afhankelijkheid is niet vernederend'

Globalisering is meer dan ouderwets imperialisme, vindt Richard Sennett. In dit laatste deel van Grote Vragen spreekt Bas Heijne met hem over de gevaren van economische flexibiliteit.

‘Er is best iets te zeggen voor oppervlakkigheid.’ Richard Sennett spreekt die woorden uit als een man die niet van zwartgalligheid beschuldigd wil worden. De Amerikaanse socioloog, wereldwijd bekend door studies als The Fall of Public Man and The Corrosion of Character, geldt als een van de belangrijkste critici van de heersende vrije-marktideologie, maar hij hoedt zich voor misplaatste nostalgie. In zijn kleine kantoor in de London School of Economics, waar Sennett nu zo’n tien jaar doceert, stelt hij vast dat de economische en culturele omslag die wereldwijd heeft plaatsgevonden, onherroepelijk is.

‘Ik heb lang geaarzeld voordat ik mijn nieuwe boek The Culture of the New Capitalism noemde, want dat nieuw leek me teveel reclametaal. Maar ik ben ervan overtuigd dat we wel degelijk met een nieuwe vorm van kapitalisme te maken hebben. Globalisering is niet gewoon ouderwets imperialisme met een andere naam. De technologische veranderingen die zich nu voordoen zijn anders van aard dan die van een eeuw geleden. Er heeft een breuk in de basisstructuur van het kapitalisme plaatsgevonden en mijn stelling is dat we ons onvoldoende rekenschap hebben gegeven wat de gevolgen daarvan zijn voor de werkende mens.

‘Toen ik in de jaren zeventig als etnograaf onderzoek deed naar hoe mensen hun werk ervaren, dacht ik dat het kapitalisme van de oude soort gewoon zou voortduren. Je had grote bedrijven, de meeste van hen gebonden aan één land, investeringen op de lange termijn, werknemers met een vaste baan, duidelijk gemarkeerde sociale ongelijkheid. Werknemers hadden een goed beeld van hun verdere loopbaan. Begin jaren negentig drong het tot me door dat dat beeld van kapitalisme achterhaald aan het worden was. Ik ben gaan kijken naar de veranderingen die plaatsvonden, niet aan de top van de bedrijven, maar in het middenkader. Het woord neoliberalisme is misleidend, want een van de belangrijkste kenmerken van deze nieuwe vorm van kapitalisme is nu juist dat er een wereldwijde economische consolidatie plaatsvindt, er is zelfs sprake van de terugkeer van monopolies, zeker in de high tech sector. Kijk naar Microsoft. In de beleggerswereld hebben nu zoveel overnames en fusies plaatsgevonden dat er nog maar zo’n achttien belangrijke beleggingsmaatschappijen over zijn. Je kunt dus eigenlijk niet van een vrije markt spreken. Die term wordt in wezen gebruikt als synoniem voor een nieuwe manier van het organiseren van ?rma’s, zodat ze van binnen ?exibel, meer anarchistisch en minder bureaucratisch zijn. Pleitbezorgers van globalisering als Thomas Friedman vertellen maar een deel van het verhaal. Friedman verheugt zich in het feit dat alles over de hele wereld nu met elkaar in verband staat, maar toont zich blind voor hoe werknemers binnen bedrijven die nieuwe orde ondergaan.’

Altijd wendbaar

Toch echoot het optimisme van Friedman het heersende ideaal van oneindige flexibiliteit. Altijd wendbaar zijn, jezelf eindeloos opnieuw uitvinden, ziet Sennett hoe aantrekkelijk die gedachte is? ‘Natuurlijk, het heeft ook een opwindende kant. Een van de belangrijkste feiten die het veldonderzoek van mij en mijn studenten opleverde, was dat dit soort kapitalisme uitstekend werkt voor jonge mensen. En helemaal niet meer werkt zodra mensen de middelbare leeftijd bereiken. Zodra mensen gezinnen krijgen, deel gaan uitmaken van een gemeenschap, hypotheken afsluiten, komen ze in de problemen. Op dat moment begint een zwevend, losgezongen bestaan hen tegen te staan. Bovendien worden ze geconfronteerd met het spook van de overbodigheid. In dit systeem is het goedkoper om nieuwe, jonge arbeidskrachten in te huren, dan middelbare werknemers om de zoveel jaren te herscholen. De jongeren zijn plooibaar, de oudere werknemers hebben een eigen mening die als lastig wordt ervaren. Vroeger hadden alleen arbeiders met deze angst te maken, nu treft het kantoormensen. Natuurlijk hadden werknemers in het verleden ook zorgen, het kapitalisme is altijd dynamisch en onstabiel geweest. Maar men had wel een idee van een vast raamwerk, een arbeider wist heel goed waar hij onderdeel van uitmaakte. Nu richt de angst en onzekerheid zich niet langer op wat je zelf doet, maar op wat het systeem met je doet. Nu het kapitalisme ?exibel is, zijn de structuren ondoorzichtig geworden. Firma’s kunnen binnen korte tijd van identiteit veranderen, zoals de Amerikaanse Sunbeam Cooperation. De werknemers van dat bedrijf hadden na een drastische reorganisatie geen idee meer wat ze daar deden. Dat veroorzaakte een enorme verwarring, waardoor het bedrijf niet meer functioneerde. Het grootste verschil met vroeger is dat je niet langer verhandelt wat je kunt, maar wie je bent. In plaats van: doe ik mijn werk wel goed? vragen werknemers zich nu af: wat willen ze van me?’

Die onrust lijkt nauwelijks van invloed op de populariteit van het nieuwe kapitalisme. De ideologie van vrijheid via de vrije markt is onverminderd populair. ‘Het is verkeerd om te denken dat je je vroeger zeker kon voelen binnen het systeem en nu ineens niet meer. Alleen was het gevoel van onzekerheid onder werknemers in de jaren zeventig gekoppeld aan economische crises. Dertig jaar later richten die onzekerheden zich juist op economische groei. Men breekt zich het hoofd over de strategische keuzes die gemaakt moeten worden om overeind te blijven. Ook zijn we geneigd te denken dat de bedrijven zwakker zijn dan vroeger, omdat ze zo vaak gereorganiseerd worden, omdat managers voortdurend onder druk staan om radicaal het roer om te gooien. Ook dat is niet waar. Met behulp van moderne technologie is de macht in een bedrijf op een nieuwe manier gecentraliseerd. Dat heeft tot gevolg dat een relatief kleine groep mensen heel grote ?rma’s kan besturen, zonder al die bureaucratische lagen van voorheen.

‘Die bureaucratie verschafte vroeger ook een gevoel van zekerheid, nu worden de werknemers direct vanuit het machtscentrum in een bedrijf bestuurd. In de middelgrote bedrijven die we hebben onderzocht, ontdekten we dat er werd bestuurd via e-mail. Je kreeg via een mailtje te horen wat je nieuwe functie was na een reorganisatie, of er überhaupt nog plaats voor je was. Sommige mensen zeggen dat die directe methode om de harde boodschap over te brengen wellicht beter is dan die omzichtige procedures van vroeger. Maar de mensen die wij ondervraagd hebben, denken daar anders over.’

Verleidelijke werking

‘Wat je wel moet bedenken is dat deze vorm van kapitalisme, die gebruik maakt van de nieuwste technologie om de hele wereld te bestrijken, dit cutting edge kapitalisme, niet het kapitalisme is dat de meeste mensen uit directe ervaring kennen. Er zijn talloze kleine bedrijven, winkels en eenmanszaken die daar volkomen buiten staan. Ik schat dat slechts 8 procent van alle bedrijven onder de noemer van de nieuwe economie valt, in de Verenigde Staten is dat misschien 12 procent. Dat het nieuwe kapitalisme toch zo ontzettend belangrijk wordt gevonden, komt omdat er zo’n verleidelijke werking vanuit gaat. Het belooft ons enorme rijkdommen. Dat trekt politici aan, omdat het de weg naar de toekomst lijkt te wijzen. Terwijl er talloze vormen van winstgevende economische activiteiten bestaan die niets te maken hebben met dit soort gecentraliseerde high tech bedrijven van de nieuwe economie. Toch staan ze er in Engeland op om een ziekenhuis te runnen alsof het om een beleggingsmaatschappij gaat. Het is de heersende ideologie, niet de heersende praktijk.’

Waar bestaat die verleiding precies uit? Afgezien van de belofte van grote rijkdom, is het misschien ook de aantrekkingskracht van een zwevend, ongeworteld bestaan? ‘Dat laatste heeft er zeker mee te maken. Maar de meeste werknemers komen daar later van terug. Ik heb een aantal programmeurs geïnterviewd. Die zagen de komst van ?exibiliteit in hun bedrijf als pure winst, ze dachten dat ze meer vrijheid zouden krijgen, meer mogelijkheden om zelf het initiatief te nemen. Een bedrijf als ibm behoorde tot 1993 tot de meest paternalistische ter wereld. Mensen hadden daar een baan voor het leven, een helder idee van de bureaucratische ladder die ze konden bestijgen, ze hadden greep op het verhaal van hun bestaan. Met de komst van een nieuwe ceo veranderde het van een redelijk winstgevend bedrijf in een ?exibele onderneming volgens de principes van de nieuwe economie. Na een jaar of vijf was het de programmeurs duidelijk dat er geen sprake was van meer vrijheid, omdat ze niets te zeggen hadden. Bedrijven als Microsoft en ibm bedienen zich vaak van een interne markt, dat wil zeggen dat vanuit het centrum een competitie wordt geïnstigeerd waarbij verschillende teams elkaar beconcurreren volgens het principe van winner takes all. Deze mensen worden opgejut om keihard te werken, tien tot soms wel twaalf uur per dag, zeven dagen per week, maar alleen de winnaars worden uiteindelijk beloond met aandelen of bonussen. Op den duur werkt dat frustrerend.’

Bindingsangst

Een van de belangrijkste kenmerken van het nieuwe kapitalisme is bindingsangst. Diepgaande betrokkenheid bij één bedrijf of bij een bepaalde baan wijst op gebrek aan beweeglijkheid en is daarom verdacht. ‘Dat gaat terug op de oorsprong van het nieuwe kapitalisme. Toen in 1971 de Bretton Woods akkoorden (het stelsel van vaste wisselkoersen met een centrale rol voor de Amerikaanse dollar – red.) door de Amerikanen werden opgezegd, kwam er een vloedgolf van kapitaal los, vooral uit het Midden Oosten en uit Japan, maar ook vanuit landen als Engeland en Nederland, waar men voorheen geneigd was in nationale bedrijven te investeren. De aandelenkoers van een bedrijf werd belangrijker dan zijn winstgevendheid op lange termijn. Men wilde goedkoop kopen en duur verkopen, dat was alles. Dat is ook logisch, als je als Japanner in een Nederlands bedrijf investeert, dan is je betrokkenheid niet erg groot. Je enige objectieve maatstaf is of de koers van je aandelen stijgt of daalt. Ten behoeve van de aandeelhouders groeit de druk op bedrijven om ‘de markt een signaal te geven’, dat wil zeggen, laten zien hoe dynamisch en op vernieuwing gericht je bedrijf is. Dit proces verspreidde zich over groepen investeerders, die gewend waren op een veel behoudzuchtiger manier te investeren, vooral de pensioenfondsen. In 1965 hielden pensioenfondsen in de Verenigde Staten hun aandelen gemiddeld 46 maanden vast, in 2000 was dat nog maar een dikke vier maanden. Tijdens de dot.com boom werden fortuinen verdiend, en later verloren, aan bedrijven die nauwelijks inkomsten hadden, die het enkel en alleen van hun beloften moesten hebben. Het gaat er niet om betrouwbaarheid op de lange termijn uit te stralen, maar voortdurend met iets nieuws aan te komen. Vandaar al die fusies en overnames, terwijl onderzoek van de Harvard Business School heeft aangetoond dat bedrijven meestal minder winstgevend worden nadat ze zijn gefuseerd. De fusie tussen Time en aol is typisch iets dat enkel voor de markt werd gedaan, niet om een levensvatbaar bedrijf te scheppen.’

Hoe is die cultuur van doelbewuste vluchtigheid te verklaren? De held van die cultuur is de consultant, die alles bestiert zonder werkelijk betrokken te raken. Sennett: ‘In Engeland kennen we de parabel van de egel en de vos. De egel weet heel veel van één ding, de vos weet niet zoveel over heel veel dingen. De consultant zie ik als de kapitalistische vos. Vanzelfsprekend zijn er veel deskundige consultants, maar hun ?rma’s gedragen zich als de vos uit de fabel. Toen ik hen ondervroeg, waren werknemers van bedrijven die door consultants gereorganiseerd waren, nog altijd witheet van woede over het feit dat iemand even een oppervlakkige analyse van een bedrijf maakt, beveelt wat er moet veranderen en dan de benen neemt zonder ook maar enige verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen van zijn beslissingen. De bbc heeft er tien jaar over gedaan om over een reorganisatie van consultants heen te komen. Toen ik een groep consultants een keer voorstelde dat het goed zou zijn als ze een door hen gereorganiseerd bedrijf ook een tijdje zouden leiden, keken ze me ontsteld aan.’

Cultuuromslag

Gaat het hier niet om een wijdverbreide cultuuromslag, die veel verder reikt dan het bedrijfsleven? ‘Ik denk het wel. Er heeft een verandering plaatsgevonden in wat wij beschouwen als kennis. De kennis van de vakman is de kennis die je opdoet terwijl je één enkel ding zo goed mogelijk doet. Je valt samen met je vakmanschap. In het andere geval gaat het om je potentieel. Belangrijk is dat je laat zien veel verschillende dingen te kunnen leren. Je verdiept je nergens echt in, je huldigt juist je wendbaarheid. Als professor aan de universiteit zie je die houding steeds meer bij studenten, ze zijn er niet langer op gericht om zich te committeren aan één onderwerp of vaardigheid. Dat is een fundamentele verandering, die de afgelopen twintig jaar heeft plaatsgevonden. Zoals ik zei, er valt best iets te zeggen voor oppervlakkigheid. Mensen die zich specialiseren in één ding, zijn vaak volkomen onthand wanneer ze zich op een ander terrein begeven, terwijl iemand die zich van het ene naar het andere onderwerp begeeft, vaak in staat is meerdere perspectieven te zien. Maar ook hier komen de problemen met de middelbare leeftijd. Wanneer je ergens in de twintig bent, is het heel prettig veel verschillende dingen te doen en je niet vast te leggen, maar tegen de tijd dat je halverwege de dertig bent wil je over een zekere kennis beschikken. Dat soort diepte wordt niet erg gewaardeerd onder dit nieuwe regime. Integendeel, naarmate je meer ervaring krijgt, neemt je economische waarde af.

‘Een aantal jaren geleden heb ik een studie uitgevoerd onder een kleine veertig personeelsmanagers. Degenen die zich buiten de invloedssfeer van de nieuwe economie bevonden, zagen langdurige ervaring als iets dat positief was, ze waardeerden het wanneer er lijn zat in de verschillende banen die iemand van in de dertig tot dan toe had gehad. Maar de personeelsmanagers van de nieuwe economie hielden er precies de tegenovergestelde mening op na. Zij wilden weten waarom iemand in zes, zeven jaar geen één keer van baan was veranderd. Waar de één toewijding zag, zag de ander iemand die was vastgeroest, die geen initiatieven of risico’s durfde te nemen.’

Die twee houdingen, die van de egel en de vos, lijken nu naast elkaar te bestaan. Ziet Sennett het nieuwe kapitalisme als de allesbepalende ideologie van de toekomst? ‘Nee, wat er volgens mij juist gaat gebeuren, is dat dit systeem wordt ingeperkt. We gebruiken het waar het goed werkt, in die acht tot twaalf procent van de economie, maar tegelijk beseffen we dat het overgrote deel anders functioneert. Het is absoluut noodzakelijk dat we ons bevrijden van de ideologische houdgreep van dit systeem, zeker waar het de politiek en de publieke sector betreft. Er moet een manier gevonden worden om deze vorm van kapitalisme buiten het publieke domein te houden. In plaats daarvan zouden we moeten proberen een meer sociale vorm van kapitalisme te ontwikkelen. Een land als Noorwegen slaagt daar bijvoorbeeld wel in. Daar gebruikt men de welvaart die de olie het land heeft gegeven om een sociaal systeem te ?nancieren. Ze gaan daar niet meteen de gezondheidszorg reorganiseren volgens de wetten van de olie-industrie.’

Grote argwaan

Een sociale vorm van kapitalisme? Het woord sociaal wordt tegenwoordig met grote argwaan bekeken. Er is een groeiende afkeer van afhankelijkheid, van mensen die zichzelf niet kunnen redden. Hangt dat samen met de cultuur van het nieuwe kapitalisme? ‘Het is het meest destructieve element van die cultuur, die weerzin tegen afhankelijkheid. Dat geeft grote problemen in het publiek domein, maar ook op de werkvloer. Men heeft zich de notie eigen gemaakt dat je niet afhankelijk mag zijn van iemand die hoger op de maatschappelijke ladder staat dan jij. Op de werkvloer betekent het dat macht en autoriteit gescheiden worden. Praktisch gezien ben je nog altijd afhankelijk van je meerderen, ze zeggen wat je moet doen. Maar autoriteit betekent iets anders, het wil zeggen dat je je ondergeschikt maakt aan hun oordeel, zoals in het leger, in het vertrouwen dat ze zo goed mogelijk voor je zullen zorgen. Dat wordt tegenwoordig als iets beschamends gezien. Afhankelijkheid is zuiver negatief, het is beschamend om bijstand te vragen en dus zal de staat je die ook niet meer geven, omdat mensen verantwoordelijk geacht worden voor hun eigen welzijn. Wat die houding ontkent is dat mensen solidair met elkaar kunnen zijn zelfs wanneer hun machtsverhouding ongelijk is, men gaat ervan uit dat solidariteit alleen onder gelijken kan bestaan. Dat is echt een vloek. Stel je eens een ?exibel kind voor. Wat voor kind zou dat zijn? Het is een kind dat je niets mag opdragen, hij gaat op zoek naar een meerdere die hem beter ligt of hij zoekt het allemaal zelf uit. Dat kind zou niet zijn best doen om zich werkelijk ergens in te verdiepen, maar vergaart enkel oppervlakkige kennis om zichzelf te kunnen redden. Het gaat geen diepgaande relaties met anderen aan, weigert zich te verankeren in menselijke verhoudingen. Uiteindelijk krijg je een kind met een beperkt sociaal en geestelijk leven. Willen we zo’n kind? Natuurlijk niet. We willen en verwachten ook dat hij als mens een groeiproces doormaakt. Maar zodra hij volwassen is, verandert dat ineens. Dat is de essentie van mijn kritiek op dit systeem. We moeten manieren vinden waarop we van elkaar afhankelijk kunnen zijn, die niet vernederend zijn. Dat is wat ik onder respect versta.’ M

Richard Sennett: ‘The Culture of the New Capitalism’. Uitgever: Yale University Press, 214 blz. Prijs: 27,50 euro.

In de serie Grote Vragen interviewde Bas Heijne Felipe Fernàndez-Armesto, Martin Rees, Jessica Stern, Daniel C. Dennett, Theodore Dalrymple, Timothy Garton Ash, Armand Marie Leroi, Jason Burke, Bret Easton Ellis, Ziauddin Sardar, David Rieff, Mark Lynas, Robert Winston, Frank Bovenkerk, Loïc Wacquant, Michael Burleigh en Gilles Lipovetsky.

RICHARD SENNETT, AMERIKAANS SOCIOLOOG EN PLEITBEZORGER VAN SOCIAAL KAPITALISME; ‘Een ziekenhuis is geen beleggingsmaatschappij.’; ‘Stel je een flexibel kind voor. Wat voor kind zou dat zijn?’

Bas Heijne is redacteur van NRC Handelsblad.

Davis Harrison (Eyevine/Hollandse Hoogte) is fotograaf in Londen.