Aandeelhouders zijn geen eigenaren maar machthebbers

Er zijn nogal wat beursgenoteerde ondernemingen die te maken hebben met militante aandeelhouders of de dreiging ervan. Distributie- en postbedrijf TPG is een flink deel van het jaar bezig geweest zijn beurskoers omhoog te praten omdat een vage Duitse partij zei dat zij het bedrijf wilde overnemen. Stork heeft zich in allerlei bochten moeten wringen om aan te tonen dat het als concern meer waard is dan als uitgebeend karkas, en ook bij ASM en Ahold cirkelen de hyena’s likkebaardend rond de prooi. Zelfs Shell, een van de grootste ondernemingen ter wereld, hoort op Wall Street en elders een sinister gefluister van „overnemen of opsplitsen”. In de wereld van private equity klotsen zoveel miljarden rond dat weinig beursgenoteerde bedrijven hier immuun voor zijn. Alleen als er aandeelhouders zijn die de onderneming zien als meer dan een financieel belang ligt het anders. Familiebedrijven als BMW, SHV of C&A hebben van een overnamedreiging weinig te duchten.

„Onze missie is het maximeren van de aandeelhouderswaarde.” Dat is een stelling die in nogal wat bestuurskamers gehuldigd wordt. Een andere, die ermee verband houdt, is dat de aandeelhouders de eigenaren zijn van de onderneming. De eigenaren willen waardetoename zien, die meten ze af aan de beurskoersontwikkeling, en zo komt het besturen van een onderneming neer op geblindeerd vliegen met maar één instrument op het dashboard, de koershoogtemeter. Als die stijgt, doe je het goed, als hij daalt moet je iets anders doen. Wat? Dat zegt de hoogtemeter niet, dus je probeert maar wat. De ene keer wordt expanderen en overnemen met stijging beloond, een half jaar later kan het precies de andere kant uit gaan.

In Antoine de Saint-Exupéry’s prachtige verhaaltje De Kleine Prins staat iets aardigs over hoe het zit met eigenaarzijn. De kleine prins komt een vos tegen. Je moet een beetje voor me oppassen, zegt die, want ik ben nog niet getemd. Wat is dat, temmen, vraagt de kleine prins. Temmen betekent dat je een band krijgt, dat je voor een ander speciaal en uniek bent, zegt de vos. O, zegt de kleine prins, dat ken ik. Ik heb een roos, het is maar een heel gewone, net als honderdduizend andere, maar ik denk de hele tijd aan haar. Ik denk dat zij mij getemd heeft…

Apprivoiser staat er in het Frans, en dat betekent temmen, maar het is meer. Temmen heeft bij ons vooral te maken met een circusnummer, waarbij een dompteur met een grote zweep een leeuw of tijger klein krijgt. Met apprivoiser ligt dat anders, dat is geen klein krijgen. In apprivoiser zit het woord privé, en dat is intiem, eigen. Wie geapprivoiseerd is, is helemaal eigen geworden – eigendom als het ware. Let op dat het niet de kleine prins is die de roos heeft getemd, maar juist andersom. Zijn roos is een onmogelijke ijdeltuit van een bloem, maar voor hem is ze uniek. Hij is geapprivoiseerd. Hij is haar eigendom.

Een ondernemer die een bedrijf begint, is eigenaar. Hij stopt er zijn tijd, zijn geld en zijn ziel en zaligheid in. Hij is er dag en nacht mee bezig, áls hij al een keer vakantie neemt denkt hij er nog steeds aan en hij kan het eigenlijk niet laten elke dag nog even naar de zaak te bellen om te horen hoe het ermee gaat.

Als het bedrijf groeit en via de beurs aandelen aan anderen uitgeeft, zitten die in de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering naast de oprichter, maar ze hebben niet zijn band met het bedrijf. Ze zullen nooit een slapeloze nacht hebben over een storend productieprobleem, of lopen piekeren over een productinnovatie. Eigendom is eigen-zijn, niet-zonder-kunnen, en dat hebben zij niet. Dat was ook niet de afspraak.

Natuurlijk gebruiken het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Koophandel het begrip eigendom, maar alleen in een beperkte juridische en economische betekenis. Het is een betekenis die varianten toestaat als blote, fiduciaire, gedeelde en bezwaarde eigendom. Een kleine prins en zijn roos hebben dat niet, en een ondernemer en zijn bedrijf ook niet. Je ligt ’s nachts niet fiduciair slapeloos te wezen.

Aandeelhouders via de beurs hebben ervoor gekozen naamloos te zijn. Daarom heet hun samenwerkingsverband ook naamloze vennootschap. Je kunt niet iets hebben met iemand die naamloos voor je is, en je verwacht ook niet dat hij een speciale band met jou heeft. Zo zit ook de afspraak tussen het bedrijf en zijn aandeelhouders in elkaar: wij krijgen jullie geld en daarmee maken wij jullie rijk. Jullie houden je overal buiten maar je een krijgt soort noodrem-zeggenschap. Als het fout gaat, mag je namelijk ingrijpen in het bestuur.

Aandeelhouders hebben daarmee de macht, dingen anders te laten doen dan waar het bedrijf zelf voor gekozen had. Die macht hoorde bij de afspraken, en hij wordt uitgeoefend op het ogenblik dat het bedrijf zijn beloofde rijkdom niet of onvoldoende waarmaakt. Het klopt, aandeelhouders zijn maar op één ding uit en dat is geld. Voor hen is er niets anders, er kan niets anders zijn, want de afspraak was dat ze zich verder overal buiten zouden houden. Hun macht is legitiem, en de uitoefening conform afspraak. En daarom zijn aandeelhouders geen eigenaren maar machthebbers.

De echte eigenaren zijn de mensen die zeggen „mijn bedrijf”. Dat is de gepassioneerde ondernemer-oprichter, maar het zijn ook de andere mensen die er werken en telkens nieuwe manieren lopen te bedenken om het vandaag nóg een stukje beter te doen dan gisteren. Die wakker liggen van de lancering van een nieuw product of een hardnekkig productie- of financieringsprobleem. Het zijn mensen die een beetje bezeten zijn van het bedrijf, mensen die niet eens willen nadenken over hoe het leven eruit zou zien zonder hun bedrijf. Ze zijn geapprivoiseerd.

Daarom is het fout als een bestuurder tegen zijn organisatie zegt dat „de eigenaren” willen dat er in de kosten gesneden wordt of opbrengsten worden geforceerd. Zo miskent hij dat hij de allereerste hoort te zijn om te zeggen „dit is mijn bedrijf”. Als hij dat nalaat, ver-klaart hij het bedrijf tot weeskind en zichzelf tot huurling. Intussen kan het best een goed idee zijn dat de eigen mensen van het bedrijf iets doen aan die opbrengsten en die kosten. Opdat het hun eigen bedrijf blijft, en het niet wordt overgenomen door de machthebbers.