Zwerver is oud nieuws

Straatkranten in Nederland kunnen door dalende verkoop nauwelijks overleven.

In Groningen trekt men zelfs verkopers uit Roemenië aan om te helpen.

Fluorescerend geel vestje, kort grijs haar, zonnebril op zijn hoofd en het Straatnieuws voor zich uit houdend. Tussen de krioelende mensen in het Utrechtse Hoog Catharijne valt de magere straatkrantverkoper Henk (51) meteen op. „Ik verkoop de straatkrant al acht jaar. Ik heb zeven jaar in de bak gezeten, maar nu houdt de krant me op de been. Deze verkoopplek binnen is de beste. Af en toe krijg ik een kop koffie en ik kan op het bankje zitten.”

Henk heeft zojuist bij het distributiepunt acht nieuwe straatkranten gekocht. De inkoopprijs is 85 cent, hij verkoopt ze voor 1,60 euro. Het verschil is voor hem. Een paar jaar terug zou Henk de acht bladen gemakkelijk in één dag verkopen, tegenwoordig mag hij blij zijn als dat lukt.

Na een succesvolle start halverwege de jaren negentig is de verkoop van de straatkranten de laatste jaren drastisch teruggelopen. Alle kranten die dak- en thuislozen nu in Nederland verkopen, hebben hun oplages zien dalen. Van vier kranten is de oplage zelfs gehalveerd. De meeste kranten kunnen tegenwoordig maar net het hoofd boven water houden.

Belangrijkste reden voor de terugloop is gewenning. Tien jaar geleden was iedereen enthousiast over het concept. De dakloze hoeft niet meer te bedelen of stelen, maar verdient zijn eigen geld. Tegelijkertijd krijgt de koper een blaadje in handen dat een kijk geeft op het leven van de zwerver, verslaafde of thuisloze.

Na een paar jaar sloeg het enthousiasme om. Het publiek was de zielige verhalen over dak- en thuislozen beu. Het nieuwe was er af. Hoofdredacteur Frank Dries van het Utrechtse Straatnieuws houdt toch vast aan de krant, al heeft hij flink geïnvesteerd in leesbaarheid. Aan de muur van zijn kantoor hangt een poster met covers van het Straatnieuws uit 1998 toen het miljoenste exemplaar werd verkocht. „We schrijven nu niet meer alleen over daklozen, maar over het straatleven in het algemeen. Utrechts nieuws staat daarbij centraal.”

Niet alleen de kopers en de inhoud zijn veranderd, maar ook de verkopers van de daklozenkrant. Het prototype Swiebertje - voddenjas, baard en rotte tanden - bestaat niet meer. Daarvoor in de plaats zijn psychiatrische patiënten en asielzoekers gekomen, die zich bij het legioen dak- en thuislozen voegen. Ook komen er steeds meer verkopers uit Oost- Europa die volgens straatkrantorganisaties het tekort aanvullen. In Den Bosch vent een groep Oost- Europeanen sinds enige tijd de Zelfkrant met succes uit.

Groningen gaat nog verder. Daar worden Roemenen actief geworven om de Groningse Riepe te komen verkopen. „Anders redden we het gewoon niet”, zegt straatkrant-coördinator Wim Reckers. „De Oost-Europeanen werken harder dan de verslaafden. Bovendien trekken zij meer naar de omliggende dorpen, waar de krant nog betrekkelijk nieuw is en redelijk goed wordt verkocht.”

Maar de meeste verslaafden verkopen alleen tot ze genoeg geld bij elkaar hebben voor wat drugs. Of ze bedelen het geld liever bij elkaar. Het animo onder de dak- en thuislozen om de krant te verkopen loopt hard achteruit. De Tilburgse Allee, in maart dit jaar opgeheven, had op het laatst nog slechts twee verkopers. Dat gaf de doorslag, vertelt oud-redacteur Hans Peters. „Bij de start negen jaar geleden hadden we 3.000 kranten en 25 vaste verkopers. Met twee verkopers en een oplage van duizend was het niet meer vol te houden. Maar ik zie het ook als iets positiefs. De jonge lichting daklozen is niet meer geïnteresseerd in de krant. Ze schamen zich er voor en kennen andere wegen om te overleven. In die zin heeft de krant zichzelf overbodig gemaakt.”

Verkoop is voor de acht straatkranten die nu nog over zijn eerste prioriteit. Een struikelblok daarbij is wat de ‘gulle gever problematiek’ heet. Daarbij krijgt de verkoper gewoon geld in de hand gedrukt met de opmerking ‘verkoop die krant maar aan iemand anders’. „Dan hebben mensen het idee achter de straatkrant echt niet begrepen”, zegt Frank Dries van Straatnieuws. „Een fooi is natuurlijk prachtig. Maar als ze de krant laten liggen, kunnen we wel opdoeken.”