Unilever vraagt geduld

Hoe snel moet een bedrijf weer overeind zijn geholpen om als een succesvol voorbeeld van een reddingsoperatie te kunnen gelden? Het beste dat kan worden gezegd van Unilevers pogingen om de schok van zijn allereerste winstwaarschuwing van twee jaar geleden te boven te komen, is dat het concern „er grotendeels in is geslaagd zijn concurrentiekracht te herstellen”. Wat dat in de prakijk betekent, is dat de consumptiegoederengigant zijn marktaandeel over het geheel genomen nipt weet te handhaven en dat de groei min of meer gelijke tred houdt met de markten.

Maar zelfs voor deze magere prestaties moest een prijs worden betaald. De prijzen werden vorig jaar verlaagd en de reclame-uitgaven opgeschroefd, waardoor de onderliggende operationele marge in het tweede halfjaar met 0,6 procentpunt is gedaald. Toch was alles dat Unilever in ruil daarvoor op de belangrijkste Europese markt kon laten zien een omzetstijging van 0,3 procent in het eerste halfjaar. Het lijkt alsof Unilever moet rennen om te kunnen blijven stilstaan.

Unilever blijft erop vertrouwen dat zijn marketinginspanningen vruchten zullen afwerpen. Ondertussen vestigt het concern zijn hoop op substantiële resultaten als gevolg van zijn saneringsprogramma.

Dat zou voordelen moeten opleveren in de vorm van kostenbesparingen en een doelmatiger distributie- en verkoopsysteem. Tot dusver zouden de resultaten in Nederland, het eerste land dat de nieuwe aanpak heeft ondergaan, bemoedigend zijn.

Niettemin moeten beleggers hun verwachtingen in toom houden. Na bijna twee jaar te hebben geweigerd financiële doelstellingen voor het concern op te geven, heeft Unilever zojuist zijn vooruitzichten voor de komende drie jaar bekendgemaakt, en die stemmen niet vrolijk. De omzetgroei van 3 tot 5 procent ligt ruim beneden die van andere toonaangevende consumptiegoederenconcerns, zoals Nestlé, Reckitt Benckiser en Danone, dat een omzetgroei rapporteerde van 8 procent in het eerste halfjaar. Zorgwekkender is dat Unilever, ondanks alle saneringen, nog steeds verwacht dat zijn operationele marge in 2010 slechts 15 procent zal bedragen. Een concurrent als Reckitt Benckiser presteert beduidend beter.

Beleggers hebben al heel lang moeten wachten op een gelukkige afloop van het herstructureringsverhaal van Unilever. Het is duidelijk dat hun geduld nog langer op de proef gesteld zal worden.

Simon Nixon

Voor meer commentaar uit Londen www.breakingviews.com

Vertaling Menno Grootveld