Twee ton voor de presentator

Toppresentatoren bij de publieke omroep verdienen meer dan een minister.

En ook de VARA-directeur die leiding geeft aan tweehonderd mensen.

Een aantal publieke omroepen heeft niet binnen de wettelijke termijn gemeld of zij medewerkers in dienst hebben die meer verdienen dan 158.000 euro per jaar. Dat bevestigt het ministerie van Binnenlandse Zaken. Om hoeveel of welke omroepen het gaat, wil het ministerie niet zeggen.

Instellingen die voor een belangrijk deel met publiek geld worden gefinancierd, hadden voor 1 juli bij het ministerie moeten melden of zij werknemers hebben die meer verdienen dan het gemiddelde salaris van een minister, 158.000 euro. Dat is geregeld in de WOPT, de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens, die 1 maart van kracht is geworden. Die wet verplicht publieke instellingen ook melding te maken van die salarissen in hun jaarverslag over 2005.

Een aantal omroepen heeft inmiddels een jaarverslag uitgebracht zonder vermelding van eventuele topinkomens, zoals NPS. De TROS en de VARA voegden de toplijst later toe aan het jaarverslag.

Het ministerie wil geen details verstrekken over de omroepen die in gebreke zijn gebleven. „Het is te vroeg voor naming and shaming”, zegt een woordvoerder. „Wij beschouwen dit als een overgangsjaar.” De desbetreffende omroepen hebben een aanschrijving gekregen en moeten voor 31 augustus alsnog de gegevens overleggen. Dit najaar stuurt het ministerie een overzicht van alle topinkomens in de publieke sector naar de Tweede Kamer.

Het is de bedoeling dat de wet zorgt voor loonmatiging. Critici vrezen juist dat bekendmaking van bedragen een stijging van topsalarissen zal veroorzaken, omdat bestuurders niet voor elkaar onder willen doen.

Het bestuur van de Publieke Omroep en de NOS maakten vorige week hun topinkomens bekend. Daaruit bleek dat twaalf medewerkers meer verdienen dan een minister. De TROS schreef in het jaarverslag niets over topinkomens. De omroep heeft die wel gemeld bij Binnenlandse Zaken, zegt een woordvoerder. Gistermiddag is een lijst openbaar gemaakt.

Namens de NPS zegt Annette van Stigt dat niets over topsalarissen in het jaarverslag staat, omdat de NPS in eerste instantie niet wilde voldoen aan de openbaarmaking. „Wij vinden dat dit concurrentiegevoelige informatie is. Toen bleek dat wij wel aan de wet moeten voldoen, was het jaarverslag al gedrukt.” Volgens Van Stigt heeft de NPS de gegevens wel gemeld. Door de vakantietijd is deze week niet te achterhalen of de omroep medewerkers in dienst heeft die meer dan een minister verdienen, zegt Van Stigt. Uit het jaarverslag van de NPS blijkt wel dat de totale loonkosten van de directie zijn gestegen van 234.00 euro in 2004 tot 404.000 euro in 2005. Volgens Van Stigt komt dat deels door de afschaffing van de vut. „Omroepbreed is afgesproken dat te compenseren voor mensen die vóór 1950 geboren zijn.”

Bij de Avro verdiende alleen presentator Karel van de Graaf in 2005 meer dan een minister: 281.000 euro. Overigens moeten alleen de topinkomens worden gemeld van medewerkers die een arbeidsrelatie hebben met de omroep. Als programma’s worden geproduceerd door een zelfstandig productiebedrijf wordt daarvoor een totaalbedrag betaald aan de BV, inclusief het loon voor de presentatie. Op die manier verschijnt het presentatieloon niet in de overzichten voor het ministerie.

Een woordvoerder van de VPRO zegt dat de omroep zijn gegevens op tijd heeft verstrekt aan het ministerie en dat de omroep geen medewerkers in dienst heeft die meer dan 158.000 euro verdienen. Hoe het zit met presentatoren die voor verschillende omroepen werken, wist de woordvoerder niet. Presentator Matthijs van Nieuwkerk werkt bijvoorbeeld voor zowel de VPRO (Holland Sport) als de VARA (De wereld draait door). Financieel directeur van de VARA Mark Minkman: „In onze overzichten staat wat wíj betalen aan presentatoren voor het werk dat ze voor ons doen.”

In theorie kan het dus zo zijn dat één presentator bij verschillende omroepen op de toplijst staat. Een reëel beeld van de allerhoogste inkomens i zal het overzicht dat dit najaar naar de Kamer gaat, dus niet geven.