Steffen in het voetspoor van ‘Franzi’

De Duitse zwemster Britta Steffen beleeft in Boedapest bij de Europese kampioenschappen een opmerkelijke comeback. Gisteren won ze daar met de estafetteploeg haar derde gouden medaille.

Mark Hoogstad

Boedapest, 4 aug. - Met een verveeld gezicht stond ze maandag, op de openingsdag van de EK zwemmen in Boedapest, te wachten op haar accreditatie in de catacomben van het Alfréd Hajós-zwemcomplex. Franziska van Almsick (28) torst sinds haar afscheid, nu twee jaar geleden, wat extra kilo’s met zich mee. Maar het voormalige wonderkind uit Oost-Berlijn, tegenwoordig actief als tv-commentatrice, is nog altijd een fenomeen in haar vaderland Duitsland.

Haar erfopvolgster diende zich deze week aan in Boedapest: Britta Steffen, een helblonde sprintster van 22 jaar die opgroeide inSchwedt an der Oder, vlakbij de Poolse grens. Na maandag al de Duitse estafetteploeg naar het goud te hebben geleid (wereldrecord 3.35,22) – met de snelste split (52,66) ooit (met overnamevoordeel) – won de studente technische bedrijfskunde woensdag het meest prestigieuze nummer van de zwemsport, de 100 meter vrije slag. Haar tijd (53,30) betekende een verbetering van het wereldrecord (53,42) van de Australische Libby Lenton.

Gisteravond voegde Steffen daar een derde gouden medaille aan toe. Met de aflossingsploeg op de 4x200 vrij verbeterde ze het wereldrecord (7.53,42) van de Verenigde Staten: 7.50,82. En passant sneuvelde het laatste nog staande Europese record (7.55,47) van de – van dopinggebruik verdachte – DDR-vrouwen uit 1987.

‘Wat goed is, komt snel’, luidt een sleetse wijsheid in de topsport. Maar voor Steffen gaan die woorden niet op. Twee jaar geleden, na een mislukt optreden bij de Olympische Spelen van Athene, leek het gedaan met de carrière van de sprintster, die met haar bescheiden 56,37 niet was terug te vinden in de tophonderd. Ze keerde terug in de studiebanken en dook, na acht jaar ‘opgesloten’ te hebben gezeten in een zwembad, het bruisende nachtleven van Berlijn in.

Openhartig vertelde de zwemster van de Berliner Klub SG Neukölln deze week in Hongarije over haar ‘vorige leven’, die begon toen ze als 12-jarige op eigen benen ging staan. Een gouden toekomst werd haar voorspeld, na als tiener acht titels te hebben vergaard bij de Europese Jeugdkampioenschappen (1998 en 1999). Zelf geloofde Steffen ook dat zij in de voetsporen kon treden van ’s lands meest veelbesproken sportvrouw, de ‘grote’ Van Almsick, die ze tijdens trainingen meermalen versloeg.

Niets bleek minder waar. Steffen kon de prestatiedruk niet aan, heette het in Duitsland. Boven haar bed in het sportopleidingsinstituut in Potsdam hing een poster van de Russische zwemgrootheid Alexander Popov („Mijn eigen Robbie Williams”), maar diens beeltenis deed haar niet harder door het water gaan. Haar juniorenrecords wist ze niet te verbeteren. Zes jaar lang verkeerde ze in een soort niemandsland; twijfel nam bezit van haar. „Zodra ik slecht zwom, dacht ik: ik ben een slecht mens”, bekende ze in Boedapest.

Trainer Norbert Warnatzsch, de coach die Van Almsick jarenlang bijstond, reikte haar de helpende hand. Hij verwees haar naar een sportpsychologe, bij wie ook Franzi regelmatig over de vloer kwam. Die zette Steffen weer op het juiste spoor. Het nachtbraken beviel haar bij nader inzien toch al niet. Twaalf maanden geleden keerde ze terug in het water, vorige maand bezegelde ze haar wederopstanding met twee titels (50 en 100 vrij) bij de Duitse kampioenschappen.

Steffens carrière laat zich vergelijken met de grillige loopbaan van Nederlands meervoudig wereld- en Olympisch kampioene Inge de Bruijn: een hoopgevende entree, gevolgd door een (mentale) inzinking, om uiteindelijk gelouterd terug te keren. „Vandaag heb ik eindelijk bewezen dat mijn hoofd weer op de juiste plaats zit”, verzuchtte de kersverse Europees kampioene woensdagavond.

Opzien baarde Steffen vooral met het tweede deel van haar race. Bij het keerpunt bedroeg haar achterstand op de tussentijd van Lentons wereldrecord nog 0,11 seconden. Op weg naar de aantikplaat leek het echter alsof ze haar buitenboordmotor had gevonden. Ongeloof straalde van haar gezicht, toen de voor onmogelijk gehouden tijd (53,30) op het scorebord verscheen. „Ik heb altijd gedacht dat je [voor zo’n tijd] een Übermensch moest zijn”, stamelde de winnares na afloop.

‘Die neue Franzi heißt Britta’, kopte de Berliner Kurier daags erop. Örjan Madsen, de nieuwe technisch directeur van het Duitse zwemmen, waarschuwde zijn gehoor dat Steffen (1 meter 80, slanke taille, lange armen en benen) pas aan het begin van haar loopbaan staat. „Kijk naar haar lichaam, en dan weet je dat ze voor het zwemmen gemaakt is.”

Zelf probeerde Steffen nuchter te blijven over haar succes in Boedapest. „Ik kan momenteel hard zwemmen, omdat ik aan mijn innerlijke ik heb gewerkt.” Haar voormalige trainingsgenote Van Almsick kon niets anders dan die woorden beamen op de Duitse televisie.