Slapeloze nachten om overslag

De containeroverslag in de Rotterdamse haven heeft grote problemen. Een van de oorzaken is wellicht dat er te weinig concurrentie in de sector is. Havendirecteur Hans Smits: „Dat gaat veranderen.”

Als het grootste containeroverslagbedrijf van de Rotterdamse haven ECT problemen heeft, dan wordt ook de stormbal gehesen bij Havenbedrijf Rotterdam. ECT, eigendom van Hutchison Whampoa uit Hongkong, behandelt 80 procent van de ruim 9 miljoen twintigvoetcontainers die jaarlijks in Rotterdam worden overgeslagen.

Maar als één zaak tijdens de gisteren gepresenteerde halfjaarcijfers van de haven duidelijk werd, dan is het wel dat de containersector in Rotterdam in grote problemen zit.

Opmerkelijk daarbij is dat de voornaamste Europese concurrenten van Rotterdam – Antwerpen en Hamburg – dubbele groeicijfers vertonen in de containeroverslag, waar Rotterdam een magere 2 procent groei bijschrijft.

De concurrentie in Europa deint mee met de spectaculaire groeicijfers in het Verre Oosten, met Shanghai voorop.

Als oorzaak van de terugval bij ECT, dat vorig jaar in het tweede kwartaal nog een opmerkelijke groei van 18 procent vertoonde, geeft het bedrijf problemen aan met de implementatie van een nieuw ICT-systeem. Hans Smits van het Havenbedrijf voegt daar nog aan toe: stroperige douaneprocedures, rigide veiligheidscontroles en problemen met verladers, die een soepele afhandeling van de containeroverslag in Rotterdam frustreren.

Maar dit alles kan toch moeilijk verklaren dat Hutchison Whampoa, als een van de meest efficiënte containeroverslagbedrijven ter wereld, in de Rotterdamse haven de zaken niet op de rails krijgt.

„Misschien is ECT wel te lang monopolist geweest in Rotterdam”, zegt Smits die het Havenbedrijf als beheerder en regisseur van de haven in de toekomst minder afhankelijk wil maken van ECT. „We gaan dan ook concurrentie invoeren in deze haven”, zegt Smits, vooruitlopend op de aanleg van de Tweede Maasvlakte waar de Deense containerrederij Maersk een concessie heeft verworven voor de bouw van een eigen terminal.

Het grote probleem voor Rotterdam is alleen dat het nu verder moet en niet kan wachten tot 2012 wanneer de Tweede Maasvlakte pas echt operationeel wordt.

„De psychologische druk op ECT opvoeren” is volgens Smits dan ook dringend gewenst om de problemen bij het bedrijf boven te krijgen. Daarbij speelt een aantal factoren een belangrijke rol.

De grootste klant, het Deense Maersk, gaat daarbij zijn eigen weg en wil alles (transport over zee en overslag) in eigen hand houden. Maersk heeft P&O Nedlloyd via een overname al opgeslokt. Maersk en P&O Nedlloyd waren vorig jaar in het eerste half jaar goed voor een overslag van 842.000 containers in Rotterdam, dit jaar na de overname van Nedlloyd zijn dat er 822.000, een licht verlies.

Ook is de opening van Ceres in Amsterdam, een ultramoderne terminal die jaren stil heeft gelegen, van belang voor Rotterdam. P&O Nedlloyd, dat bezig was met de bouw van een eigen terminal in Rotterdam (Euromax), heeft zich jaren verzet tegen een afvaart naar Amsterdam. Nu P&O Nedlloyd is overgenomen door Maersk varen de rederijen van de zogeheten Grand Alliance, waar ook Nedlloyd deel van uitmaakte, wél naar Amsterdam, dat daarmee het startsein heeft gegeven voor een in potentie bloeiende containerconcurrent voor Rotterdam. Smits: „Dat scheelt Rotterdam op jaarbasis 300.000 containers.”

Maar volgens Smits kijken rederijen in Rotterdam de kat uit de boom. Smits. „Ik ken voorbeelden van klanten – onder meer uit Hamburg – die op het punt staan naar Rotterdam te komen, maar nu toch even afwachten hoe het hier verder gaat.”

Positief voor Rotterdam, met zijn diepe water een van de aantrekkelijkste havens voor de steeds grotere containerschepen, is dat van 40 procent van alle schepen die uit China komen Rotterdam ‘first port of call’ is.

De havendirecteur blijft optimistisch. Smits: „ECT, of liever gezegd Hutchison, heeft ook slapeloze nachten van de problemen. Maar die zijn volgens hen opgelost. Vanaf nu gaat het volgens hen weer fors aantrekken.”