Positie van Tony Blair komt steeds meer onder druk

Nog nooit is Tony Blair zo impopulair geweest. Hij heeft steeds minder medestanders en steeds minder invloed. Zelfs binnen het kabinet groeit de onrust. Maar de premier legt alle kritiek naast zich neer.

Niet alleen de burgers van Zuid-Libanon en Noord-Israël snakken naar een staakt-het-vuren, ook de Britse premier Tony Blair zal een zucht van verlichting slaken als het eenmaal zover is. Naar mate de strijd tussen Israël en Hezbollah voortduurt, neemt de druk op Blair in binnen- en buitenland toe. Opvallend genoeg blijft de premier zich echter hardnekkig verzetten tegen de ook in eigen land steeds sterker aanzwellende roep om een onmiddellijke wapenstilstand.

Op zijn laatste persconferentie voor de zomervakantie kreeg Blair gisteren, net terug van een vijfdaagse reis naar de Verenigde Staten, weer een spervuur van kritische vragen over zich heen. Tot vervelens toe herhaalde hij dat alleen een duurzame wapenstilstand zinvol is. „Als het staakt-het-vuren niet wederzijds is, zal Israël zijn actie blijven voortzetten”, aldus Blair. Weinigen bestrijden dat, maar het laat de vraag onbeantwoord waarom hij niet nu al, in het kielzog van het overgrote deel van de internationale gemeenschap, kan aandringen op een direct bestand.

Blair is sinds de oorlog in Irak wel gewend spitsroeden te lopen, maar dezer dagen moet hij zich regelrechte vernederingen laten welgevallen. Woensdag raadde de plaatsvervangend secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Brit Mark Malloch Brown, Blair in de Financial Times aan zich voorlopig een beetje afzijdig te houden. Het leek hem beter dat de door Irak gecompromitteerde Blair plaats maakte voor een meer geloofwaardige Frans-Amerikaanse alliantie. „Een van mijn eerste chefs leerde me dat het niet alleen belangrijk is te weten wanneer je moet leiden, maar ook wanneer je moet volgen”, voegde Malloch Brown er voor alle duidelijkheid nog even aan toe.

Diezelfde Financial Times drukte een dag later een artikel af van de hand van een voormalige Britse ambassadeur te Moskou. Die betoogde dat Blair zelfs nog meer schade had aangericht aan de Britse belangen in het Midden-Oosten dan Anthony Eden tijdens de mislukte interventie in de Suez-crisis van 1956. Het is tijd om af te treden, vond de ambassadeur, en wel ogenblikkelijk.

Ook Blairs kabinet wordt steeds rustelozer. Minister van Buitenlandse Zaken Margaret Beckett is naar verluidt zeer ongelukkig met Blairs koers, terwijl haar voorganger Jack Straw al openlijk verklaarde dat Israëls vergeldingsacties tegen Hezbollah „disproportioneel” waren. Uit de hoek van Blairs gedoodverfde opvolger, minister van Financiën Gordon Brown, blijft het intussen oorverdovend stil. Brown is met vaderschapsverlof en steekt geen vinger uit om Blair te helpen.

Opiniepeilingen wijzen uit dat Blair nog nooit zo impopulair is geweest als nu. Velen in Blairs eigen Labour-partij en zelfs zijn buitenland-adviseurs op Downing Street hebben hem volgens berichten in de media aangeraden wat meer distantie ten opzichte van Israël en de Verenigde Staten in acht te nemen.

Al die adviezen en kritiek legt Blair zonder een zweem van onzekerheid naast zich neer. Van Margaret Thatcher werd in haar nadagen als premier gezegd dat haar antennes beter waren in uitzenden dan in ontvangen. Blair lijkt in dezelfde fase te zijn beland.

De sleutel tot Blairs denken lijkt in zijn rede van afgelopen dinsdag in Los Angeles te liggen. Blair schetste daar in welhaast bijbelse termen een conflict tussen gematigden en extremisten, tussen goed en kwaad. Hij sprak ook van „een elementaire strijd van waarden die onze toekomst vorm zal geven”. Zoals een hoofdartikel van het dagblad The Guardian echter gisteren stelde, gaat Blair geheel voorbij aan het feit dat hijzelf en de Amerikaanse president Bush deze strijd zelf sterk in de hand hebben gewerkt met hun interventies in Afghanistan en Irak.

Hoe welsprekend Blair zijn ideeën ook verwoordt, het kan niet verhullen dat hij steeds minder medestanders om zich heen vindt en ook steeds minder invloed heeft. De vraag kan zelfs worden gesteld of het in dit stadium nog veel uitmaakt of Blair nu al dan niet oproept tot een direct staakt-het-vuren tussen Israël en Hezbollah. Het is niet aannemelijk dat de strijdende partijen zich er veel aan gelegen zullen laten liggen als Blair dat daadwerkelijk zou doen.

Evenzeer valt echter te betwijfelen of zijn grote loyaliteit aan Bush tot substantiële concessies leidt, ook al was dit vanouds het argument voor Blair om pal achter Bush te gaan staan. Blair kreeg geen voet aan de grond bij Bush in de uitgelekte ‘Yo Blair’-conversatie in Sint Petersburg over Blairs plan om zelf naar het Midden-Oosten te reizen. En ook zijn bezoek aan Washington van vorig weekend leidde niet tot enige beweging van de kant van Washington, al had Blair dat graag gezien.

Vandaag liet Blair bekendmaken dat hij zijn vakantie een paar dagen heeft uitgesteld om dit weekeinde in Londen te kunnen werken aan een VN-resolutie over de crisis in het Midden-Oosten. De bittere waarheid voor de premier is echter dat hij ditmaal vermoedelijk noch door de internationale gemeenschap noch door de Britten erg zou worden gemist als hij zich een tijdje incommunicado hield. Of zijn partij hem nog veel langer wil handhaven zal uiterlijk bij het Labour-partijcongres eind september blijken.