Philips is halverwege met verbouwing

Gerard Kleisterlee kreeg bij zijn aantreden de opdracht om Philips te laten groeien. Maar de eerste jaren heeft hij vooral moeten slopen in het concern. Het echte bouwen begint nu pas.

Daan van Lent

Na vijf jaar is Philips-topman Gerd Kleisterlee klaar met de sloopwerkzaamheden bij Philips. Nu kan hij zich eindelijk gaan bezighouden met de opdracht die hij bij zijn aanstelling in 2001 van zijn commissarissen heeft gekregen: Philips laten groeien. Immers, de omzet van het concern stagneert al zeker een jaar of vijftien.

Zijn voorganger Cor Boonstra had afscheid genomen met een recordwinst voor Philips, overigens met een grote bijdrage daarin van de nu verkochte chipdivisie. Een paar maanden later zakte de elektronicasector in en moest Kleisterlee in zijn eerste jaren rode cijfers presenteren. De groei was verder weg dan ooit.

Al in 2001 besloot hij om het concern grondig te verbouwen. Het moest maar eens afgelopen zijn met de sterk schommelende resultaten. Bij activiteiten als halfgeleiders geldt dat in goede economische tijden de winsten gigantisch zijn, maar in slechte tijden de cijfers diep rood gekleurd raken.

Van die volatiliteit wilde Philips af. Daarom werd de divisie Components in brokstukken verkocht, werd de productie van beeldschermen ondergebracht in samenwerkingsverbanden met het Koraanse LG en wordt nu de halfgeleiderdivisie afgestoten. Die is goed voor een omzet van 4,5 miljard euro op de totale omzet van 30,4 miljard van Philips in 2005.

Ook de consumentenelektronica, de divisie die voor eenderde van de omzet zorgt, moest minder conjunctuurgevoelig worden. Daarom verkocht Philips veel van zijn fabrieken en besteedde het een groot deel van de productie uit aan bedrijven in lagelonenlanden.

Het grote voordeel: als de vraag inzakt, blijft niet Philips zitten met grote voorraden maar deze producenten. Ook de vaste kosten van de fabrieken drukken niet meer op de resultaten van Philips en dat is plezierig op het moment dat de verkopen tegenvallen. Daardoor zijn ook de resultaten van de consumentenactiviteiten veel stabieler geworden. „Wij doen alleen de productontwikkeling en de marketing en verkoop nog”, benadrukte Kleisterlee vanochtend. „Daarom zijn wij geen traditionele elektronicaproducent meer.” Voor het eerst geeft Philips ook toe dat het een „hoogcyclisch bedrijf” was, maar benadrukt het bedrijf dat het dat nu niet meer is.

Kleisterlee zei vanmorgen dat hij nu halverwege is met zijn verbouwing van Philips. „We hebben de fundamenten gelegd voor de groei van onze resterende activiteiten en nu gaan we dit bedrijf laten groeien „like hell”. Vooral op medisch gebied en in verlichting wil Philips snel expanderen.

Van de 6,4 miljard die Philips nu opstrijkt met de verkoop, geeft het bedrijf 4 miljard terug aan de aandeelhouders. Daarmee houdt Kleisterlee aandeelhouders nog even zoet, want die houden niet van rijk gevulde kassen.

In de tussentijd zal Philips zich actief op het overnamefront moeten betonen. Maar Kleisterlee zei vanmorgen geen haast te hebben. „Het geld brandt ons niet in de zakken.”