Koersen, maar hoe en wat?

De Nederlandse wielrenner Koen de Kort (23) leeft in onzekerheid.

Ploeggenoten van Astana zijn betrokken bij het Spaanse dopingschandaal.

Koen de Kort had het zo nog niet bekeken. ‘Dromen zijn bedrog’ van Marco Borsato zong hij twee jaar geleden bij het trainingskamp van Liberty Seguros in Cantabrië. Stond hij daar in vrouwenkleding zijn best te doen voor z’n nieuwe collega’s, die het ontgroeningritueel bekeken met tranen in hun ogen. Hij had de lachers op zijn hand. De keuze voor het nummer was niet eens bewust. Zomaar. Het was Nederlands, makkelijk en het klonk leuk.

Nu heeft het liedje een betekenis voor hem. Koen de Kort, wielrenner uit het Brabantse Liempde, zag een droom uiteenspatten; zijn plan om te excelleren onder ploegleider Manolo Saiz kan voorlopig in de prullenbak na diens betrokkenheid bij het Spaanse dopingschandaal.

Wat blijft, is de wens een goede renner te worden. In dat streven is hij vastberaden. „Ik voel dat ik een steeds betere renner word. Met trainen kan ik steeds harder gaan rijden”, zegt De Kort in zijn ouderlijk huis. „Ik ben geen renner die in één keer een grote koers gaat winnen. Ik maak elk jaar progressie en dat mondt, denk ik, opeens uit in een mooie overwinning.”

Aan winnen heeft hij de laatste maanden nauwelijks gedacht. De ontwikkelingen rond zijn werkgever Liberty Seguros, die zich terugtrok nadat Manolo Saiz eind mei werd opgepakt door de Spaanse politie, slokten alle aandacht op. Ook renners van zijn ploeg staan op de ‘dopinglijst’ bij de omstreden wielerdokter Eufemiano Fuentes. „Allan Davis [ploeggenoot, red.] zegt die dokter nog nooit gezien te hebben. En hij staat gewoon op die lijst.” De Kort haalt zijn schouders op. „Misschien sta ik er zelf ook wel op”, lacht hij.

Het begon allemaal na een etappe in de Giro d’Italia. De Kort passeerde vermoeid de finish, kon nog net een journalist ontwijken en zag dat het opvallend druk was bij de ploegbus. Neil Stephens, de Australische ploegleider, vertelde hem het nieuws. De Kort begreep er niets van. „Van renners die de Giro hebben gereden staan er, geloof ik, vier op de lijst. Dat zou je toch moeten merken?”

Zijn eerste ontmoeting met de fanatieke ploegleider Saiz ligt nog vers in het geheugen van de afgestudeerde student bewegingswetenschappen. „Ergens in Madrid, waar we samenkwamen voor een trainingskamp, heb ik voor het eerst met hem gesproken. ‘Volgende keer afknippen, hé’, zei hij over mijn lange haar. Typisch Manolo: hij zegt wat hij denkt.”

Vol lof is De Kort over Saiz. Hij wil nog niet geloven wat er over hem wordt gezegd en geschreven. „Misschien is het wel opgeblazen en willen ze hem uit het wielrennen werken. Dat weet ik niet. Ik heb vertrouwen in zijn aanpak, maar als blijkt dat dit die aanpak is, dan heb ik me toch aardig vergist.” De Kort koestert de leerzame periode die hij beleefde met de bevlogen Spanjaard. „Hij bracht discipline; in de ploeg en in je eigen leven. Hij was altijd ploeggericht. Liberty Seguros was een soort vriendenploeg. Nooit mocht je je eigen kamergenoot kiezen, en als je drie keer naast dezelfde aan tafel zat, zei hij er ook iets van. Dat zorgt ervoor dat je in een wedstrijd honderd procent geeft en niet negentig. Die tien procent kan wel net de doorslag geven.”

Inmiddels heeft De Kort, wiens contract aan het einde van dit seizoen afloopt, al iets meer zicht op de toekomst van zijn ploeg. Informatie krijgt hij vooral via de krant, internet of teletekst, van de ploeg hoort hij weinig. De criteriums vormen een welkome afleiding.

Is het nog wel leuk een sport te beoefenen die wordt overspoeld door negatieve publiciteit? „Ik ben met wielrennen begonnen omdat ik fietsen leuk vind. Ik heb er lol in wedstrijden te rijden en te trainen. Nu wordt er op een andere manier door de buitenwereld naar ons gekeken. Door mijzelf ook. Rijden die renners zo hard omdat ze er honderd procent voor leven of omdat ze nog iets extra’s doen? Als dat zo is, moet ik misschien wel blij zijn dat dit gebeurt, dat het er allemaal uitgaat en dat het weer een eerlijke sport wordt.”

Het waren sombere weken voor De Kort, maar, zoals hij optimistisch vaststelt, „er gloort weer licht aan het einde van de tunnel”. De contouren van de ploeg Astana – gefinancierd door Kazachstaanse bedrijven en de naam van de hoofdstad van Kazachstan – worden duidelijk. „Dit is geen leuke tijd”, concludeert hij. Toch kan De Kort nog lachen om de chaotische en onvoorspelbare afgelopen weken. Middenin de hectiek van het Spaanse bloeddopingschandaal belde Neil Stephens hem. De Kort imiteert hem: „Koen, neem maar aan dat je de rest van het jaar gewoon koerst, maar hoe en wat precies, moet later blijken.”